ISRAëL EN GODS WOORD
Het historisch moment
Toen op 29 november 1974 de vergadering van de Verenigde Naties bijeen kwam, verkeerden de Joden over de hele wereld in grote spanning omdat de drie dagen van vergaderen die zouden volgen, van het grootst belang waren voor de toekomst van de Joden, die her en der verspreid leefden over de hele wereld. Het beraad ging over de toestemming tot het stichten van een Joodse staat in Palestina. Overal ter wereld waren de Joden in voortdurend gebed tot de God van hun vaderen en op de dag van de stemming vastten ze en zagen met spanning uit naar de uitslag. Eindelijk kwam de uitslag: elf onthoudingen, dertien tegen en drieëndertig voor.
Deze uitslag liep uit op de onafhankelijkheidsverklaring, die op 15 mei 1948 door David Ben Goerion werd voorgelezen en waarmee de staat Israël werkelijkheid was geworden.
Eindelijk rust?
De Joden hadden tot dan toe nooit rust gehad, hadden overal de schuld van gekregen en waren de hele geschiedenis door met de dood bedreigd. Deze haat tegen de Joden, die we antisemitisme noemen, was al in de middeleeuwen begonnen. Ten tijde van Karei de Grote bestreed Agobard van Lyon reeds de Joden als aarstvijanden van Christus en pleitte hij er voor dat de Joden geïsoleerd zouden worden. Grootscheepse jodenvervolgingen breken los in de tijd van de kruistochten. De kruisvaarders koelden hun woede op de Joden, die hadden immers geroepen: Zijn bloed kome over ons en onze kinderen. Welnu men meende daarom alle recht te hebben om dit vonnis ten uitvoer te brengen en zo ontstond vooral in de Duitse steden Keulen, Mainz en Worms de eerste Jodenvervolging op grote schaal.
Ook in Palestina zelf hadden de Joden veel te lijden van de kruisvaarders, men dacht hiermee een zeer Gode welgevallig werk te doen. En zo bleef het de geschiedenis door, toen in 1348-1349 in Europa een pestepidemie uitbrak, schreef men dit onheil toe aan de Joden en weer werden zij vervolgd.
Het hoogtepunt, of misschien beter het dieptepunt werd bereikt ten tijde van Hitier, die 6 miljoen Joden liet uitroeien onder wie 104.000 Nederlandse. Een volk dat geen rust kende. Had het in 1948 dan eindelijk rust gevonden?
Terug op vaderlandse bodem
Het is te begrijpen dat de Joden verlangden naar een eigen land, waar ze tenminste voor hun eigen bestaan konden zorgen. Om deze terugkeer hebben de godsdienstige Joden door alle tijden heen gebeden. Vooral tijdens de Russische jodenvervolging in Odessa, kwam de eerste gedachte aan een wederkeer naar Palestina op. Gelijktijdig maar onafhankelijk ontstond in Parijs de idee van Zionisme door de bezieling van de journalist Theodoor Herzl, wat uitliep op het eerste Zionistische Congres in 1897 te Bazel, waar het verlangen werd geformuleerd om als volk zich in Palestina te kunnen vestigen. Dit verlangen werd vervuld op 15 mei 1948.
Engeland, dat tot die tijd Palestina bestuurde kwam in moeilijkheden toen het zowel aan Arabieren als aan Joden beloften deed, die met elkaar niet te rijmen waren, zodat Engeland besloot de zaak maar in handen van de V.N. te geven. Dankzij grote eens-
gezindheid van Amerika en Rusland werd het land verdeeld tussen Joden en Arabieren en zo ontstond de Joodse staat, die de dag daarna onmiddellijk in oorlog verkeerde omdat Egypte en enkele bondgenoten de oorlog verklaarden, maar spoedig door Israël tot een wapenstilstand gedwongen werden notabene met Russische wapens.
Na deze wapenstilstand begon het verzet binnen de Arabische landen zoals we dat nu kennen in de vorm van allerlei Palestijnse bevrijdingsorganisaties, die vooral vanuit kommunistische hoek veel steun ondervinden. Iemand als wijlen president Nasser van Egypte bracht de Palestijnse zaak steeds verder in de Russische vaarwateren, maar zijn opvolger Sadat heeft de koers losgelaten, wat hem binnen Palestijnse kringen veel kritiek heeft opgeleverd.
De omkeer van Sadat bereikte vorig jaar op 20 november zijn hoogtepunt, toen president Sadat een bezoek bracht aan het Israëlische parlement de Knesset. Maar de door de Israëli's zo begeerde rust en vrede zijn nog steeds niet bereikt en wie weet hoe lang dat nog zal duren.
Staat Israëls toekomst ïn bijbels licht?
Voor ons neemt Israël een bijzondere plaats in binnen de bevriende landen, omdat velen nog beloften zien liggen voor Gods oude bondsvolk. Echter wanneer we deze beloften voor Israël kombineren met het terugkeren naar hun vaderland volgens oudtestamentische beloften dan staan we voor veel moeilijke problemen zoals b.v. de vraag of ook Egypte en Assyrië zullen delen in deze beloften zoals we dit zouden kunnen opmaken uit Jes. 19 : 24, 25, waar de Egyptenaren genoemd worden „Mijn volk" en de Assyriërs „het werk Mijner Handen".
Ik meen dat hier de grootste terughoudendheid gepast is, wanneer het gaat om de vorming van de staat Israël te zien als een vervulde belofte. Wanneer Paulus in Rom. 11 spreekt over Israël dan doelt hij daar op het volk, dat daar getypeerd wordt als een olijfboom waaruit sommige takken afgebroken zijn en waarin vreemde takken ingeënt zijn. Paulus wijst er hier op dat de heidenen, die hier als vreemde ingeënte takken worden voorgesteld, zich niet moeten verheffen boven Israël, omdat Israël voor God niet heeft afgedaan. Hij zegt zij zijn wel vijanden aangaande het Evangelie om uwentwil, opdat wij tot bekering zouden komen, maar ondanks dat blijven zij toch beminden om der vaderen wil. Hier vinden we de grond voor de beloften aan Israël in Gods trouw. Het is Gods onberouwelijke verkiezing, en daarom is het zeker dat ook de Joden weer in hun eigen olijfboom ingeënt zullen worden. Wanneer? Paulus zegt in vs. 25 als de volheid der heidenen zal ingegaan zijn, dan zal ook Israël tot de zaligheid in Christus komen door middel van bekering. Het overblijfsel zal dan tot een volheid worden. Ondanks alle vragen, die nog open blijven, staat vast wat Paulus in Rom. 11 : 2 zegt: God heeft Zijn volk niet verstoten, hetwelk Hij te voren gekend heeft" (lees Rom. 11 maar eens door). Degene die dit misschien we 1 , het best begrepen heeft is de satan. Hij heeft geprobeerd dit uitverkoren volk te vernietigen om de eerste komst van Christus onmogelijk te maken, denk maar aan farao en Haman, maar ook na Christus' hemelvaart heeft hij onophoudelijk geprobeerd om het oude bondsvolk tee vernietigen en zo Gods beloften onmogelijk te maken, indien het mogelijk was. Daarom is het de opdracht voor de kerk om voor Israël te bidden, want dit volk staat niet los van de kerk maar zal zelf weer deel gaan uitmaken van de olijfboom, waar ze eenmaal uit afgehouwen zijn, om dan met de kerk te leven uit de ene wortel Christus.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 juni 1978
Daniel | 20 Pagina's