DE ZONDE HOUDT GEBONDEN
Het valt niet te ontkennen dat we in een bewogen tijd leven. De veranderingen die plaats vinden op het terrein van maatschappij en kuituur, kerk en staat, zijn ingrijpend en ook aangrijpend. Het schriftwoord „Wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen", zien we allerwege in vervulling gaan. Het is duidelijk: de strijd tussen het beest en het Lam spitst zich toe!
Niet zo lang geleden zag ik op één raam twee affiches. Ze hingen broederlijk (!) onder elkaar: Stop de Neutronenbom Abortus vrij
Zoiets is niet alleen tekenend voor de bewoners van dat pand, maar vooral voor de wereld waarin wij leven. Een bezéten wereld! Deze wereld is bezet. Wederrechtelijk bezet.
Vrijheid en schijnvrijheid
Is het niet aangrijpend dat zovelen, niet alleen buiten, maar ook binnen bepaalde kerken, Shakespeare — Jezus — Marx op één lijn stellen? De predikers van ongeloof en revolutie zijn van hetzelfde niveau als De Prediker der gerechtigheid !
Met recht: een bezeten wereld!
Willen we dit alles verstaan, dan moeten we, ook in deze, terug naar de Schrift. In Gen. 1 lezen we het. „En God schiep de mens naar Zijn beeld". Kennis, gerechtigheid en heiligheid. De mens leefde in volle harmonie tot en zelfs met Zijn God. 't Was alles goed! Toen leefde de mens in waarachtige vrijheid. Er was de vrijheid tot het dienen van God. Maar toen is de vorst der duisternis gekomen. De satan imiteert vaak het werk van God. Ook hij predikt vrijheid en noemt het werk van de Ander: slavernij. „Is het ook, dat God gezegd heeft: Gijlieden zult niet eten van alle boom dezes hofs? " En voor die leugen heeft de mens gebogen en heeft zich vrij (? ) gemaakt van God; dat is: los van God. Maar dat is meer dan het doorsnijden van een band. Daarmee is liefde veranderd in haat.
Een moderne jongen zei het zo: „Het hoogste, het vrijheidsideaal is: jezelf te vinden; zelf de normen te bepalen; je eigen leven in te richten naar je eigen ideeën". En denk nu niet: foei zo'n jongen toch. Laten we maar dicht bij huis blijven. God lere het ons zeggen: zo ben ik. Maar ook. als antwoord op de vraag: Wat is je enige troost, beide in leven en sterven? Dat ik niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus, eigen ben.
Bedenk dat de satan vrijheid predikt, maar slavernij brengt. De prediking van de autonome, vrije mens is een weergaloze verleiding.
De mens heeft Zijn armen uitgestoken en is met ketenen gebonden.
Iemand vertelde me eens: Elke avond ging ik naar een nachtclub; ik móést er heen. Maar ik werd als het ware ter slachting geleid. Ik sleepte me elke avond, als in een dwangbuis naar m'n ondergang.
De verleiders van deze eeuw
Lees in je Bijbel eens 2 Petrus 2 (je komt dezelfde zaken ook in de brief van Judas tegen). Alsof het nu geschreven is. Daar wordt het ons zo duidelijk voorgehouden. Luister toch niet naar de verleiders van
deze eeuw. Deze zijn „waterloze fonteinen". Ze beloven je water voor het lessen van je (geestelijke) dorst, water tot verkwikking. Maar ze zijn waterloos! Ze verlokken door de begeerlijkheden van het vlees. Ze hebben alles mee, vooral ons boos en zondig hart. Deze verleiders evangeliseren ook; zij zingen ook „Kom ga met ons en doe als wij". Zij brengen ook een blijde (? ) boodschap. „Belovende vrijheid; maar 't zijn dienstknechten dat is: slaven der verdorvenheid". De Heilige Geest iaat ons (in Efeze 6) zo duidelijk zien dat er satanische machten rondom ons zijn. „We hebben", zo zegt Paulus ons daar, „geen strijd tegen vlees en bloed". En daarmee zijn we dan ook ernstig gewaarschuwd.
Het is geen strijd tegen mensen, tegen aards geweld. Nee, de vorst der duisternis maakt zich breed en machtig. Het zijn overheden, machten, geweldhebbers der wereld, duisternissen dezer eeuw (ook de 20e!) Ja, het zijn geestelijke boosheden in de lucht. Welke machten dat zijn? Denk eens aan alkoholisme en drugs. Ze verkondigen vrijheid. Ze brengen slavernij. In het okkultisme propageert men zelfs het gebruik maken van en in drieste verbinding komen met demonische machten.
Wat te denken van machten (dat zijn het!) als sport - mode - je huis - je werk - je studie - je Het zijn zo vaak machten en krachten die je aftrekken van de Heere en Zijn dienst. Op allerlei terrein, zoals staat, kerk en onderwijs, heeft Satan zijn handlangers. Geldt het niet: Een Christendom — zonder Christus; een verlossing — zonder wedergeboorte; een godsdienst — zonder Heilige Geest.
Het doel van de machten der duisternis: je ondergang
Maar er is meer. Het beeld is niet kompleet. Alle bovengenoemde zaken, machten hebben maar één doel. Weet dat de vorst der duisternis het om je ondergang te doen is. Weet dat alle verlokkingen van deze wereld het gemunt hebben op jou, op je eeuwige rampzaligheid. Maar nogmaals, het beeld is nog niet kompleet, 't Ging tot dusver, allemaal om zaken rondom ons. We moeten afdalen in de diepte, in de duistere diepte van ons hart. Wij waren vrij; we zijn slaaf der zonde geworden. Ja, wat meer is; we zijn gebonden aan de zonden, omdat we zelf zonde zijn. Van nature geldt het: het kwade wat ik wil, dat doe ik. Het goede wat ik niet wil, dat doe ik niet. Ik ellendig mens; ik weet niet van strijd.
Wanhoop? De Heere is machtiger!
Maar toen mij Gods Geest aan mijzelf had ontdekt Toen werd in mijn ziele de vreze gewekt Toen voelde ik wat eisen Gods heiligheid deed Daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed
Paulus zei: Doet de wapenrusting Gods aan opdat gij kunt wederstaan; opdat gij kunt blijven staan.
Maar wat een tegenstelling tussen wat de Heere vraagt en wie ik van nature ben.
De lenden omgord met de waarheid gij die Mij hebt vergeten en op leugen vertrouwt (Jer. 13 : 25).
Aangedaan het borstwapen der gerechtigheid In ben in ongerechtigheid geboren en ontvangen (Ps. 51 : 7).
De voeten geschoeid met bereidheid van het Evangelie des vredes tot de oorlog bereid (Openb. 9 : 7).
Aangenomen het schild des geloofs en Hij verwonderde Zich over hun ongeloof (Mark. 6 : 6).
Neemt de helm der zaligheid op die zaligheid geen acht geven.
Het zwaard des Geestes, hetwelk is Gods Woord omdat Zij Mijn Woord verlaten hebben (Jer. 9 : 13).
Vergeet niet dat het is: de wapenrusting van Gód. Alleen Hij kan wat Hij vraagt ook zelf geven. Dat is genade; dat is ontferming!
Daarom: „Onze hulp en verwachting zij alleen van de Heere", want: CHRIS-TUS ALLEEN MAAKT VRIJ.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1978
Daniel | 24 Pagina's