Eens was ik een vreemd’ling
Eens was ik een vreemd'ling voor God en mijn hart Ik kende geen schuld en gevoelde geen smart Ik vroeg niet: mijn ziele, doorziet gij uw lot? Hoe zult gij rechtvaardig verschijnen voor God?
Al sprak daar een stem uit de Heiiige Blaan van 't Lam, met de zonde der wereld belaan; Ik zocht bij de kruispaal geen veilige wijk, 'k Stond blind en van verre, in mijzelve zo rijk.
Ik deed als Jeruzalems dochters weleer, Ik weende om de pijn van mijn lijdende Heer', En dacht er niet aan, dat ik zelf door mijn schuld Zijn kroon had gevlochten, Zijn beker gevuld.
Maar toen mij Gods Geest aan mijzelf had ontdekt, toen werd in mijn ziele de vreze gewekt. Toen voelde ik wat eisen Gods heiligheid deed; daar werd al mijn deugd een wegwerpelijk kleed.
Toen vluchtte ik tot Jezus! Hij heeft mij gered! Hij heeft mij verlost uit het vonnis der wet. Mijn heil en mijn vrede en mijn leven werd Hij; Ik boog me en geloofde, en God sprak mij vrij.
Nu ken ik die waarheid zo diep als gewis Dat Christus alleen mijn gerechtigheid is. Nu tart ik de dood, nu verwin ik het gxaf, Nu neemt mij geen satan de zegekroon af.
Nu reis ik getroost onder 't heiligend kruis naar 't erfgoed daarboven, in 't vaderlijk huis. Mijn Jezus geleid mij door d' aardse woestijn, „Gestorven voor mij!" zal mijn zwanenzang zijn.
Dit themanummer van „Daniël" is geheel gewijd aan het thema van de bondsdag „Wie zal ons bevrijden? ". Bovenstaand lied van Ds. R. M. Mc Cheyne zongen we samen met de zanggroep ter afronding van het programmaonderdeel „Waarom toch leven wij zó op de aarde? ”.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 juni 1978
Daniel | 24 Pagina's