JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

Een bang meisje en het broze geluk

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bang meisje en het broze geluk

2 minuten leestijd

I

Het geluk is zo teer, o Heer', Maar u legt het zomaar in mijn kleine, stijf omklemde hand. Het kan zo heel snel breken, een koude rilling doordringt mijn angstig, bevend hart. Bang en sidderend zie ik met dit broos geschenk de toekomst aan. Vol aarzelend, onrustig verwachten.

De toekomst die nu nog zo heel ver voor mij ligt is zo diep verborgen en duister. U bent zo hoog verheven en ontzaglijk groot. Ik durf nauwelijks naar u vragen met mijn klein, vrezend hart. Ach, U bent zo onbereikbaar, verhuld in groot, heilig geheimenis.

Het talent dat U mij gaf, Heer', is zo zwaar en schijnt van zulk groot, drukkend gewicht. O, zal het wel veilig zijn in mijn onzeker, opgewonden hart, vol gevaarlijk vuur in mijn trillc-nd, en voortvarend gemoed?

O Heer', ik ben zo bang voor mijn eigen vuurgloed, het onheilig laaiend vuur maakt zo dikwijls brokken en slaat al Uw mooie gaven stuk.

Ik ben ook zo nietig en door mijn eigen zondige „ik" bekruipt mij dan zo'n knellende beklemming.

Vanwaar die zware last, reeds vanaf mijn prille jeugd? Waarom toch zo beangstigd, dat het koude klamme vocht aan mij kleeft? En waaróm zo dikwijls benauwd om Uw heilig geschenk tot Uw eer te gebruiken, als iets zo mooi lukt? O Heer', mijn verwarde hartstocht is het dat mij zo doet beven, voor het heilige dat U mij geeft. En als U die storm met Uw zachte, stille wenken niet bedaart, zal alles straks mislukken.

Het is als helder, rimpeloos water dat besmeurd en bevuild wordt door mijn eigen eerzucht en voordeel. Mijn duister, onrein gemoed streeft, als alle verdwaalde mensen, U dan zo dikwijls voorbij.

Mijn onheilig hart luistert niet meer naar Uw zachte stem en raakt verstrikt in mijn eigen weg.

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1978

Daniel | 24 Pagina's

Een bang meisje en het broze geluk

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1978

Daniel | 24 Pagina's