TARUKS REIS
De mannen praten niet met elkaar. Ze moeten zich teveel inspannen. Ze kunnen gemakkelijk uitglijden of hun voeten stoten. Stil gaan ze voort. Maar denken doen ze wel! Wat zullen ze in het andere dorp zien? Eigenlijk zijn ze ook een beetje nieuwsgierig. Ze vinden het wel erg naar, dat Taruk zo gewond is en ze hopen dat hij snel weer beter wordt. Zal dat in het andere dorp lukken? Ook Salik heeft zijn gedachten. Tot nu toe wilde hij niet dat de andere mensen in zijn dorp kwamen. Maar terwijl hij nu Taruk voortdraagt en soms met moeite tegen een glibberig heuvelpad klautert, denkt hij, dat het misschien toch niet zo gek zou zijn, als er een paar van die vreemde wezens zouden komen. Ze kunnen dan de zieken helpen. Dat is nodig, want de medicijnman van Saliks dorp doet zo raar tegenwoordig. Hij is soms wel een paar weken weg en hij vertelt aan niemand waar hij heengaat. Of ?
Salik staat bijna stil.
„Doorlopen", roepen de anderen snauwend.
Salik denkt weer verder. Of zou de medicijnman ook naar het dorp bij het grote meer gaan? Zou hij soms gaan luisteren naar wat die vreemden vertellen?
„Nee dat kan niet" denkt Salik, „en dat wil ik ook niet".
De vreemden mogen wel in het dorp komen, maar verder moeten ze hun mond maar houden. Salik wil niet dat ze de zaak op stelten zetten met hun eigenaardige verhalen
Nee, dat moet beslist niet.
Na een lange tocht komen de mannen van hoofdman Salik in het meerdorp aan.
Ze hebben de hele nacht doorgelopen en ze zuchten van verlichting als ze Taruk voorzichtig neerleggen voor de ingang van het dorp. Naar wie moeten ze toegaan?
Het is zo vroeg in de morgen, dat er nog geen mensen verschijnen.
Salik loopt alleen vooruit naar de grootste hut van het dorp. Wat een rare hut is dat. Die hut is niet rond, maar rechthoekig, net zoals een varkenshut. Als Salik op de deur geklopt heeft, klinkt er eerst wat gestommel. Dan gaat de deur zachtjes open. Een vreemd gezicht kijkt hem aan.
„Goeie morgen", zegt Salik. „Wij zijn gekomen van het dorp aan de overzijde van de bergen. We hebben gehoord, dat jullie hier heel goed zieke mensen kunnen genezen.
Eén van onze jongens er erg gewond. Daarom komen we hem. hier brengen". „O", zegt de man die hem door de deuropening aankijkt. „Ik zal vragen of de verpleger komt kijken."
Dadelijk gaat de verpleger met Salik mee.
Als hij Taruk op de grond ziet liggen, kijkt hij niet erg blij. „Dat ziet er niet goed uit", horen de anderen hem mompelen. Dan iets luider zegt hij: „Breng deze jongen maar vlug naar het ziekenhuisje".
De mannen nemen Taruk op en volgen de verpleger.
In de ziekenzaal liggen nog meer mensen. Sommigen zijn al wakker, maar de meesten slapen nog. Salik en zijn mannen kijken nieuwsgierig rond. Wat
vreemd ziet het huis er hier uit. Zo heel anders dan de mannen gewend zijn. De wanden van de hut zijn wit en de slaapplaatsen van de mensen staan op hoge poten.
De verpleger wenkt hen nu naar een klein kamertje.
Leg hier de jongen maar neer". Als ze Taruk op een hoge tafel hebben neergelegd gaan Salik en zijn mannen weer weg.
Wat een vreemde wereld is het hier! Buiten lopen nu al een paar mannen. Ze zien Salik vreemd aan. Het is net of er tussen hem en de mannen van het dorp hier een vreemde afstand ligt. Toch worden Salik en zijn mannen vriendelijk uitgenodigd om in één van de hutten wat te eten. Al spoedig ontstaat er een gesprek. Salik vraagt hoe het komt, dat hier in het meerdorp zoveel dingen anders zijn dan in zijn eigen dorp. Met open mond luisteren Salik en zijn mannen naar wat de gastheren hun vertellen.
Terwijl in de ziekenzaal de verpleger bezig is met Taruk, horen Salik en zijn mannen van de meerdorpsbewoners allerlei nieuwe verhalen, waarvan ze nog niets gehoord hadden in hun eigen dorp.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 5 mei 1978
Daniel | 24 Pagina's