VERKIEZING EN VERANTWOORDELIJKHEID
Twee zaken leert ons de Heilige Schrift op de meest duidelijke wijze, namelijk dat God souverein is en de mens verantwoordelijk. De Bijbel leert ons niet om uit deze twee leringen er één te kiezen en de ander te verwerpen, maar we moeten ze beide geloven. Toch heeft het de menselijke geest (en dat is een eindige en zondige geest) alle eeuwen door moeilijkheden gegeven om dit te aanvaarden en te doorgronden. Volgens ons denken kunnen deze twee zaken niet samengaan.
Men moet kiezen voor het één of het ander. Wij denken dat het onmogelijk is te geloven dat God souverein is en tegelijk te geloven dat de mens verantwoordelijk is.
Het lijken ons twee tegenstrijdige en onverenigbare begrippen. Wij moeten de oorzaak daarvoor in ons eindig, menselijk en vooral door de zonde verduisterd verstand zoeken.
Nooit zal ik vergeten wat onze leermeester in Bijbelstudie aan de Theologische school, de heer Van Bochoven, zei wanneer passages en leerstukken in de Bijbel elkaar schenen tegen te spreken, n.1.: het niet begrijpen en kunnen verstaan van die dingen vloeit niet voort uit duisternis en tegenstrijdigheid in God of in Zijn Woord, maar vloeide uit de eindigheid en verduisterdheid van ons menselijk verstand.
Gevaren
Er dreigen twee gevaren in ons spreken over Gods souvereiniteit en de verantwoordelijkheid van de mens.
Het eerste gevaar is, dat wij zo bezorgd zijn voor Gods souvereiniteit dat wij het zicht verliezen op de verantwoordelijkheid van de mens. Men maakt dan van de mens een machine en van Gods besluit een noodlotsleer.
Het andere gevaar is, dat wij zo bezorgd zijn om de verantwoordelijkheid van de mens te handhaven, dat wij het zicht op Gods souvereiniteit verliezen. De mens neemt dan met zijn keus en vrijheid van handelen de plaats in van Gods besluit. Men heeft God dan van
de mens afhankelijk gemaakt.
Er wordt wel gezegd: Het is een goed theoloog, die de balans tussen deze twee waarheden kan houden.
In dit beknopte artikel wil ik slechts enkele belangrijke zaken aanstippen.
Ons denken moet zich bewegen tussen de twee reeds genoemde hoofdwaarheden, de souvereiniteit Gods en de verantwoordelijkheid van de mens.
a. De Heilige Schrift leert ons dat God van alle eeuwigheid door de heilige en wijze Raad van Zijn wil sommige mensen verordineerd heeft ten eeuwigen leven en anderen gesteld heeft tot toorn en verdoemenis. Alles staat dus al van eeuwigheid vast.
Niets kan dit besluit van de Heere veranderen of men zou God Zelf moeten veranderen, want God en Zijn besluiten zijn één.
De Heere zegt immers: „Mijn Raad zal bestaan en Ik zal al mijn welbehagen doen."
b. De mens is verantwoordelijk voor zijn daden. Hij zal aan God rekenschap moeten geven, zelfs van ieder ij del woord.
„Want wij allen moeten geopenbaard worden voor de rechterstoel van Christus, opdat een iegelijk wegdrage hetgeen door het lichaam geschiedt, naardat hij gedaan heeft, hetzij goed, hetzij kwaad." De mens gaat vanwege zijn zondigen verloren. Hij zelf is de schuld van zijn verderf.
Hoe zijn verkiezing en verantwoordelijkheid te verenigen?
Dit wordt wel genoemd: de gordiaanse knoop in de theologie.
Deze leer roept veel vragen op. Ie. De Heilige Schrift zegt dat God het hart van de koningen in Zijn hand heeft en neigt tot wat Hij wil.
Alles wordt door God geregeerd, zelfs dus de gedachten van de mens. God weerhoudt mensen van te doen wat zij wilden doen en eveneens bewerkt hen zodanig dat zij doen wat zij niet begeerden te doen.
Hoe kan de mens dan verantwoordelijk zijn? Hoe kan men dan nog spreken van een vrije en ongedwongen beslissing en handeling?
2e. Hoe kan een zondaar verantwoordelijk zijn voor dingen, die hij niet in staat is te doen, zoals de bekering; het geloof in Christus en het houden van Gods wet?
En toch verdoemt God de zondaar voor het zich niet bekeren, geloven en houden van Zijn wet. Hoe kan de mens hiervoor gestraft worden, daar hij toch niet in staat is om deze dingen te volbrengen?
3e. Hoe kan God besluiten, dat mensen bepaalde zonden zullen bedrijven, zoals Judas, die tevoren tot het verraad van Jezus opgetekend was, en toch die mensen verantwoordelijk houden voor wat zij doen en hen verdoemen vanwege dit door Hem besloten kwaad?
4e. Hoe kan de zondaar verantwoordelijk zijn voor zijn niet-geloven in Christus en verdoemd worden voor het verwerpen van Christus, indien God toch reeds tevoren verordineerd heeft in Zijn onveranderlijk besluit om hem nooit zalig te maken?
Het zijn vooral deze vragen, die ook bij vele jongeren leven.
Wat antwoordt de Heilige Schrift op deze aanklachten, die wij uiten tegen Gods souvereiniteit?
Ie. Het schijnt inderdaad te strijden tegen de vrijheid van handelen dat God de harten der mensen tot goed of kwaad beweegt. Wat betreft Gods bewerken van het menselijke hart, zodat de mens het voorgenomen kwaad niet uitvoert, is de oplossing niet zo moeilijk. De Heere weerhield Abimelech (Gen. 2 : 6) van kwaad te doen.
Dit neemt de vrijheid van de mens niet weg, want de ware vrijheid is om niet te zondigen. Wie de zonde doet is een dienstknecht van de zonde.
Deze beïnvloeding van God is enkel barmhartigheid en een bewaring van onze ware vrijheid, die wij door het zondigen zouden verliezen.
2e. De Heere verhardt Farao, verordineert Judas als verrader van Jezus en bepaalt dat de Joden Christus zullen kruisigen. Hoe zijn die mensen dan nog voor hun daden verantwoordelijk te houden?
Hier leert ons de Schrift dat God niet de Werker of Auteur van het kwade is. God is niet degene, die het kwade doet. De Heere heeft het kwade om goddelijke en wijze redenen toegelaten en bestuurt het.
Hij benam Farao, Judas en de Joden hun vrijheid niet.
Waarom verhardde zich Farao, verkocht Judas Jezus en kruisigden de Joden de Heere Jezus? Omdat zij dit wilden!
Indien wij doen wat wij willen, is onze vrijheid niet weggenomen. God dwong
hen niet! Zij wilden en begeerden dit kwaad te doen en deden het met hun gehele boze hart. Zij zijn dus toch verantwoordelijk voor dit kwaad, hoewel de Heere in Zijn ondoorgrondelijke wijsheid het bestuurd heeft.
Wat betreft het niet in staat zijn van geloven, bekeren en de wet houden, moet gezegd worden dat het eigen schuld is dat de mens dit niet meer kan. God heeft hem zo niet gemaakt. De mens is verantwoordelijk voor dit niet meer kunnen.
3e. Het besluit van God beneemt de mens de verantwoordelijkheid niet en dwingt hem niet tot zondigen. Het motief van Judas was niet: ik wil Gods besluit uitvoeren; ik moet en ik kan niet anders.
Neen, zijn motief was: haat ten opzichte van de Heere Jezus.
4e. De mens weet het besluit Gods niet. Het is hem niet bekend of hij tot de verworpenen behoort.
En iets wat ons niet bekend is, kan ons handelen niet beïnvloeden. Dus blijft hij verantwoordelijk voor dit handelen.
Zolang hij niet in de hel is hoeft hij zich niet tot de verworpenen te rekenen. Hij leeft onder het evangelie, dat verklaart, dat er zelfs voor hem in Christus behoudenis is en er kracht is in Jezus bloed zelfs voor zo één als hij.
Ik hoop dat dit ons stof geeft tot studie en overdenking, maar vooral ons doet letten op wat Paulus zegt: , , Wie zijt gij, o mens die tegen God antwoordt."
De bekende Manton zegt: „Ik kan niet garanderen, dat een ieder, die ploegt, en zaait ook een oogst zal hebben.
Ik kan wel zeggen: Het is Gods weg om een oogst te geven.
Evenzo kan ik niet zeggen: een ieder die de genademiddelen gebruikt zal zalig worden: maar wel: Het is Gods weg om de zaligheid te werken." Jonge mensen: De Heere bindt ons aan de middelen! Hij belooft: „en een iegelijk, die zoekt, die vindt en die klopt zal opengedaan worden."
De Heere verlosse ons van kwade gedachten omtrent Hem en Zijn wegen en doe ons met de Kananese vrouw zeggen: „Ja, Heere, doch de hondekens eten ook van de kruimkens, die vallen van de tafel huns heeren."
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 april 1978
Daniel | 24 Pagina's