BELZEC
Hoe verschrikkelijk dit gezicht — een wagon vol met mensen en doden daartussen. Naakt staan ze, hun steunen gaat verloren in het gedreun van de wielen. Slechts de veroordeelde hoort hoe het wiel tot hem spreekt — naar Belzec . .. naar Belzec ... naar Belzec . .. de dood in ... de dood in ... de dood in ...
Wil je leven spring dan ren, vlucht, maar denk er aan — de baanwacht loert en fluistert de tweemaal veroordeelde toe: zinloos je huilen, zinloos je snikken, nooit meer zie je je moeder, je vader, nooit meer. Het wiel het rolt, rolt naar Belzec . .. naar Belzec ... naar Belzec . .. de dood in ... de dood in ... de dood in ...
Langzamer loopt de trein, houdt op met rijden. Uit duizend kelen weerklinkt een gesteun. De trein is aangekomen de locomotief fluit: hier Belzec . .. hier Belzec ... hier Belzec .. .
Janka Hescheles is een meisje dat gedichten heeft geschreven toen zij in het concentratiekamp zat in de oorlog.
Zij heeft ze op elf-jarige leeftijd geschreven en heeft de oorlog overleefd. Ze woont nu in Israël.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 april 1978
Daniel | 24 Pagina's