„TARUK, KOM VLUG"
De jongens rennen heen en weer voor de hut van Taruk.
Ze zijn onrustig, dat kun je zo wel zien. Allemaal hebben ze hun wapens bij zich.
Hun pijlen en bogen zijn natuurlijk niet zo groot als die van de mannen, maar ze kunnen er mee schieten als de beste. Kijk, Birok legt een pijl op zijn boog en trekt de pees aan.
De andere jongens lachen. „Jij kunt het topje van de boom niet eens raken".
„O nee? Let maar eens op".
Birok legt zijn boog nog verder aan. Dan laat hij los.
Zoefff. De pijl schiet rakelings langs het topje van de grote blauwe naaldboom en komt met een grote boog in het moerasje terecht.
„Flink gedaan hoor Birok. Als je volwassen bent kun je wel over een berg schieten".
De andere jongens grinneken. „Waar blijft Taruk toch? Taruk, schiet eens op", roepen ze dan weer.
Dan verschijnt opeens het glimmende hoofd van Taruk om het hoekje van de deurplank van zijn hut.
„Hè, hè, we dachten dat je nooit meer zou komen", zeggen de jongens. Taruk gnuift.
„Wacht maar even, dan kunnen jullie zien, hoe mooi ik me gemaakt heb". Taruk wurmt zich langs de deurplank. De andere jongens kijken gespannen toe. Dan zien ze hoe Taruk zijn borst en rug helemaal zwart gemaakt heeft. Prachtig zeg. Ook zijn schouders glimmen van het varkensvet.
Taruk heeft er zeker wel veel roet doorheen gedaan, zo mooi zwart is het. De jongens kijken met ontzag naar Taruk.
Hij is ook een beetje ouder dan de meesten van hen en gisteren heeft Taruk's vader een varken geslacht.
Daarom ziet Taruk er nu zo mooi uit. Zijn haren heeft hij ook al ingesmeerd. „Ha, ha", roept de kleine Birok. Nu ben ik helemaal niet bang meer, Taruk. Ik loop gewoon achter jou aan. Dan kan geen pijl me meer raken".
„Goed hoor Birok", zegt Taruk en hij strijkt Birok over zijn krullebol. Taruk pakt zijn boog die onder de rand van de hut staat.
Hij grijpt vlug nog een paar pijlen erbij. „Kom jongens, we gaan", zegt hij dan. Onder veel kabaal rennen de jongens het dorp uit.
De mannen waren al eerder vertrokken direkt toen de vijanden binnenvielen. Ze hadden tegen de jongens gezegd, dat die een dag later moesten komen. De mannen wilden eerst de vijanden een flinke afstraffing geven.
Als de vijand op de vlucht sloeg, mochten de jongens wel komen.
Daar gaan de jongens nu. Birok loopt dicht achter Taruk.
De jongens snellen vlug over het smalle pad door het lange gras. Je kunt ze haast niet zien gaan. Af en toe zie je een hoofd boven het gras uit, als één van de jongens een beetje springt.
„Taruk ben jij echt niet bang? ", vraagt Birok.
„Nee hoor, en jij hoeft ook niet bang te zijn", zegt Taruk.
„Als je je maar goed insmeert met de beschermzalf kan niemand je raken. Daarom heb ik me zo zwart gemaakt". „En als ik dicht achter je blijf lopen", vraagt Birok weer, „kan ik dan ook niet geraakt worden? " Taruk hijgt een beetje. „Ik dacht van niet, maar je kunt beter niet al te dicht achter mij aankomen. Als je niet al te dichtbij bent, kun je ook beter zien hoe ik mijn pijlen afschiet" zegt Taruk en hij voelt zich opeens een stuk groter.
Opeens staan de voorste jongens stil. Ze wijzen verschrikt naar voren.
„Kijk daar eens, dat lijken wel mensen van de vijand".
Taruk loopt naar voren en ziet hoe een groep vijandelijke mannen deze kant op komt. Hij bijt op zijn lip. Wat nu? Déze vijanden proberen zeker om Taruk's vrienden in de val te laten lopen. Dan neemt Taruk een besluit. Hij krabt zich achter de oren. Hij is de grootste van de groep jongens. Of het verstandig is, wat hij van plan is?
„Jongens, luister. Wij gaan vlug naar die grote steen. We klimmen er bovenop. Jullie weten, dat het pad er onder langs loopt. Als die mannen van de vijand komen, schieten we ze gewoon neer. Want ze zijn gemeen. Ze proberen onze mannen in een hinderlaag te laten lopen". De jongens glinsteren. Ja, dat is een goed plan. Ze denken er niet aan of het wel kan lukken. Ze willen hun eigen mannen helpen.
Vlug kruipen ze door het gras naar de hoge steen. Ze klauteren erop. Ze grijpen met hun handen in het mos, en trekken zich aan de kleine struikjes op. Als ze boven zijn hurken ze neer en kijken met scherpe ogen naar het pad voor hen. Aan de beweging van het gras zien ze dat de vijand nadert.
Dan springt Taruk naar voren. Hij schreeuwt naar de vijandelijke mannen. „Jullie zijn gemeen. Ga liever met de mannen vechten in plaats van stilletjes achterom te sluipen, bah, jullie lijken wel kikkers. Hard schreeuwen in het donker, hè, maar gauw weglopen als het erop aan komt. Gemeen zijn jullie, hier!"
Taruk schreeuwt het uit. Dadelijk daarna vliegt de eerste pijl door de lucht. Even later is het gevecht in volle gang. Er wordt geschreeuwd en gejoeld. De vijanden schrikken eerst, maar als ze merken, dat er alleen maar een paar jongens tegenover hen staan, durven ze wel.
„Ga vlug naar jullie moeders, kindertjes", spotten ze, „voordat we één van jullie verwonden of gevangen nemen". „Schiet op" brult Taruk. Hij is door het dolle heen. Hij springt heen en weer om de pijlen te ontwijken. Hij trekt vijandelijke pijlen uit de grond, legt ze op zijn eigen boog aan en schiet ze terug. „Ik zal jullie leren om zo gemeen te zijn" roept Taruk, maar het lijkt wel of de vijanden hem alleen maar uitlachen. De vrienden van Taruk helpen hem. Ze graaien pijlen bij elkaar, geven ze vlug door aan Taruk, of schieten ze zelf af.
De mannen van de vijand schieten terug. Ze mikken niet zo precies. Ze willen eigenlijk niet tegen kinderen vechten.
Birok staat achteraan. Hij kijkt vol ontzag naar Taruk voor hem. Wat kan die Taruk vechten, net als een grote man. Maar dan, opeens kijkt Taruk niet goed uit? Een vijandelijke pijl schampt langs zijn hand.
„Au", roept Taruk. Birok schrikt. Hij ziet dat zijn grote vriend wankelt. Hij ziet, dat Taruk zijn armen in de lucht slaat. „Taruk, wat is er? "
De jongens schrikken hevig. Taruk struikelt en valt met een felle schreeuw van de steenrots af naar beneden.
(Wordt vervolgd)
Mevr. G. Fahner-Vos.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 maart 1978
Daniel | 24 Pagina's