JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

ONTDEK MIJN OGEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

ONTDEK MIJN OGEN

3 minuten leestijd

Psalm 119 : 18a.

Toen Christus de blindgeborene genezen had, sprak Hij: „Ik ben tot een oordeel in de wereld gekomen, opdat degenen, die niet zien, zien mogen en die zien, blind worden." Als de Farizeeërs de Heere Jezus dit horen spreken, worden ze kwaad en vragen: „Zijn wij dan ook blind? ". Ze begrepen heel goed wie Christus bedoelde. Hij had inderdaad hen op het oog en allen die een hoge dunk van hun wijsheid hebben en deze stellen tegenover de kennis die door de Heilige Geest geleerd wordt aan Zijn kinderen. De farizeeërs beroemden zich in hun kennis en onderhouding van de wet, maar gingen voort in de zonden van de verharding van het hart en van ongeloof. Zij verwierpen het evangelie van vrije genade. Daarom meenden ze dat ze het zo goed zagen, dat ze zulke goede geestelijke ogen hadden. Ze hadden er echter geen erg in, dat ze totaal blind waren.

Geen zieken zijn zo moeilijk te behandelen als ingebeelde zieken; zij die menen dat ze gezond zijn en er geen erg in hebben dat ze met de dood in hun schoenen lopen. Hoor jij soms ook nog tot hen die menen te zien en in werkelijkheid geheel blind zijn?

Met de dichter van Psalm 119 was het anders. Hij had geleerd dat hij en wij allen van nature blind zijn voor de verborgenheden van het Koninkrijk der hemelen, voor de heilgeheimen van zalig worden, totdat door de genade des Heeren ons de schellen van de ogen vallen.

Ja zelfs zij, over wie God gesproken heeft: „Er zij licht" en in wier hart het licht van de Heere geschenen heeft, hebben nodig gedurig weer licht vanuit de hemel te ontvangen.

Gods ware kinderen moeten altijd maar weer klagen over hun eigen blindheid. Hoe vaak kunnen daarbij de zorgen voor het tijdelijk leven hen bezetten. Menigmaal zijn ze beangst en bevreesd omdat het ongeloof de overhand heeft. Ja, de sluier van duisternis, die voor hun ogen hangt, moet steeds weer weggenomen worden.

Daarom bidt de dichter: „Ontdekt mijn ogen", dat wil zeggen; ontsluit mijn ogen. Neem de sluier weg, opdat ik moge aanschouwen de heilgeheimen van de zaligheid die in Christus gevonden worden.

Wij hebben allen nodig dat de sluier die onze ogen bedekt, weggenomen wordt en we het licht ontvangen om te zien.

Dan mogen we door het geloof met geopende ogen zien op de overste Leidsman en Voleinder van het geloof, de Heere Jezus Christus.

Dan zijn er momenten in ons leven dat zelfs de dood geen angst meer aanjaagt. Dat schenkt de Heere uit genade om Christus' wil. Hij opent de ogen van de blinden en richt de gebogenen op.

„Ik raad u", zegt Christus, „dat gij van Mij koopt ogenzalf, opdat gij zien moogt". Deze ogenzalf is te verkrijgen in de apotheek van vrije genade.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1978

Daniel | 20 Pagina's

ONTDEK MIJN OGEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 maart 1978

Daniel | 20 Pagina's