JEUGD EN TRADITIE
Het woord traditie komt van het Latijnse werkwoord tradere, dat in engere zin de betekenis heeft van overdragen, ter hand stellen. Vanuit deze letterlijke betekenis ontwikkelde zich de ruimere: overdragen van kuituurgoederen van de ene persoon op de andere, van het ene geslacht op het andere. We bedoelen thans dan ook met het woord: het proces van overdracht van opvattingen en gedragsvormen van generatie op generatie.
Maatschappelijke stabiliteit
Deze overdracht heeft een grote sociale funktie, ze waarborgt namelijk een bepaalde maatschappelijke stabiliteit. Zonder deze overdracht van het oude aan de nieuwe generaties zou alle kontinuïteit uit het leven verdwenen zijn en zou ieder nieuw geslacht in een leegte terecht komen en weer van voren af aan moeten beginnen, waardoor het leven onmogelijk zou worden. Daarom moet er een zekere toekenning van gezag zijn aan wat ons is overgeleverd. Alleen wie vanuit een ultra-revolutionair standpunt volhoudt, dat telkens op de puinhopen van de chaos wel een betere struktuur zal opbloeien, kan menen alle traditie te kunnen wegwerpen. Er moet dan wel sprake zijn van een onverwoestbare optimistische mensbeschouwing, gezien de resultaten in het verleden. Wie zou menen zo te kunnen denken, leze de Bijbel en bestudere daarnaast bijvoorbeeld de geschiedenis van de Franse Revolutie als illustratie.
Gevaar voor konservatisme
Toch is er ook een keerzijde. Alle overgeleverde zaken kritiekloos en als onaantastbaar aanvaarden moet tot verstarring leiden. Konservatisme en achterlijkheid zijn daarvan de niet te ontkomen en te miskennen gevolgen. Zich richten naar overgeleverde gebruiken, meningen en gevoelens omdat ze nu eenmaal zo overgeleverd zijn, helpt wel de kontinuïteit in de kuituur te verzekeren, maar leidt ook tot een groot gevaar de organische ontwikkeling in de weg te staan. Het gaat, evenals op velerlei terrein, om een zeker evenwicht. Niet het oude is goed of slecht omdat het oud is, maar omdat het goed of slecht is. En in deze zin is ., oude" zonder meer te vervangen door „nieuwe" en de waarheid ervan blijft overeind staan.
Konstante waarden
Er staan ons in het leven een aantal konstanten, onaantastbare waarden, ter beschikking. Voortdurende bezinning daarop is broodnodig. De waarden die ik vind, zijn onlosmakelijk verbonden aan de levensbeschouwing van welke ik wens uit te gaan. Mijn Godsbegrip, mijn mensbeeld en mijn visie op de maatschappelijke ordeningen zijn dan ook nooit „neutraal".
Enkele relaties zijn van wezenlijk belang:
— de relatie van de enkele persoon tot God en Zijn dienst;
— de relatie tot de eigen lichamelijkheid;
— de relatie tot de medemens;
— de relatie tot de maatschappij en de institutionele strukturen waarin we leven;
— ons zijn in ruimte en tijd, dus onze plaatselijke en historische bepaaldheid.
De konstante waarden leiden tot een aantal konkrete normen in ons leven, die door ons mogen en moeten worden ingevuld in een historisch wisselend proces, als ze de waarden maar onaangetast laten. Om een voorbeeld te geven: het vraagstuk van oorlog en vrede zal nu anders gewogen moeten worden dan in de tijd van de tachtigjarige oorlog.
Steeds zullen we moeten uitgaan van de eerst-genoemde relatie: de relatie tot God. Van daaruit zullen we komen tot een aantal specifiek christelijke voor-onderstellingen, om in te vullen wat we beogen met onze houding ten aanzien van het oude en het nieuwe.
Hernieuwde oriëntatie is gewenst
Christelijkheid (in de goede zin van het woord) is niet louter innerlijk en individueel heil. Ze vraagt ook een nieuwe mens, vernieuwd naar het Evenbeeld van Hem, die die
mens geschapen heeft. Onze waarden en normen gaan dan uitdrukking geven aan wat onder „goed samen leven" te verstaan is. Daarover is thans alom grote onzekerheid.
Er is sprake van een grote maatschappelijke krisis ten aanzien van deze zaken. Een hernieuwde en voortdurende oriëntatie ten opzichte van onze normen is, mede in onze kring, dan ook zeer urgent.
Dode vormen
In het bovenstaande bedoelde ik vooral de tradities die teruggaan op wezenlijke waarden, die ons zijn overgeleverd. Ieder van ons weet, dat er vooral in onze kringen, waarin aan het bewaren terecht grote waarde wordt toegekend, ook tradities zijn die we misschien beter „vormen" zouden kunnen noemen, en die misschien ook wel tot dode vormen kunnen zijn verworden. Het zijn vooral deze vormen, die niet altijd een zegenende, bewarende, omtuinende funktie hebben, maar die vaak als betuttelend en knellend worden ervaren, omdat er soms door de groep geen enkele ruimte wordt gelaten voor enige verscheidenheid aan inzicht. Dat we dan vaak op zeer smalle fronten kunnen strijden, is allen bekend. Bijkomstige zaken die volgens de algemene opinie vastliggen, krijgen dan de neiging ieder vast te willen leggen.
Jeugd en traditie
Hier zal de jeugd het eerst in verzet komen. Hopelijk niet revolutionair. Dat geeft nooit zegen. Dat ze ons echter telkens de vraag stelt, of onze tradities werkelijk teruggaan op wezenlijke waarden, kan alleen maar heilzaam zijn. Om een bouwwerk in stand te houden, moet vermolmd hout bij tijd en wijle worden vervangen door nieuw. De jongeren van 15 tot 19 jaar komen in hun ontwikkeling soms tot een zogenaamd post-conventioneel niveau, d.w.z. ze ontwikkelen dan een levenshouding, die niet meer in de eerste plaats bepaald is door wat „men" voorschrijft. Die voorschriften worden min of meer achter zich gelaten. De mate van dit min of meer is mede afhankelijk van de vorming die ze ontvangen. Hoe meer zicht, mede door studie, op de achtergronden van allerlei verschijnselen, hoe meer persoonlijke stellingname de plaats zal innemen van het zonder meer aanvaarden van het levenspatroon der ouderen. Het is zaak voor onze leidinggevenden dit goed te beseffen.
Dat jongeren daarbij wel eens wat radikaal zijn, is te begrijpen. Het vloeit voort uit het feit, dat de betrokken problematiek nog niet verinnerlijkt is. Hun oplossing moet zich nog uitkristalliseren.
Voor ouderen en jongeren is het dringend gewenst, juist in deze tijd, zich terdege te realiseren wat de werkelijke waarden en de daaruit voortvloeiende normen zijn. Welke heilige huisjes omver mogen. Eerlijk zullen we het onder ogen moeten zien, of onze waarde-oriëntatie soms niet is ingegeven door angst, afkeer, inferioriteitsgevoel, of wat voor menselijke, maar niet houdbare motieven ook. We moeten gericht zijn op ortho-praxis: een rechte beleving van de waarden en de daaruit voortvloeiende normen.
De huidige krisis is onzekerheid op het gebied van waarden en normen. Dat mogen we niet ontkennen, of verdringen of eraan voorbij gaan, louter met een beroep op de traditie. Ethische reveils en appèls zijn goed, voor zover ze vooruit wijzen en de huidige krisissituatie niet versluieren.
Het is mijn vaste overtuiging dat een groot deel van de jeugd van onze gemeenten zich nog zal willen onderwerpen aan de wezenlijke zaken, gegrond op Gods Woord en toegespitst op de huidige levenssituatie. In die onderwerping leven ze vanuit een „beginsel", hebben ze een leidraad in hun leven, hebben ze houvast. En daar hebben ze meer dan ooit behoefte aan.
Jeugd en ouderen, de gehele gemeente, zal het samen moeten bedenken: ls de wijsheid in uw hart zal gekomen zijn, zo zal de bedachtzaamheid over u de wacht houden en de verstandigheid zal u behoeden, om u te redden van degenen die de paden der oprechtheid verlaten (Spreuken 2 : 10-13).
Daar ligt het heil: op de paden der oprechtheid. Ons gebed zij dan ook voortdurend: Och, dat mijn wegen gericht werden, om Uw inzettingen (maar dan ook de Uwe) te bewaren. De jongeling, en ook de oudere, zal zijn pad zuiver houden, als hij het houdt naar Gods woord. Dat is de enige vaste maatstaf, die overblijft maar die blijft dan ook over. De Heere zij dank daarvoor.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1978
Daniel | 24 Pagina's