JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

JOUW PLAATS IN DE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JOUW PLAATS IN DE KERK

10 minuten leestijd

De Kerk is niet een uiterlijke samenkomst van mensen, maar de vergadering van uitverkorenen, die al hun zaligheid verwachten in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest (art. 27 N.G.B.). De Zone Gods vergadert Zich door Zijn Woord en Geest uit het gehele menselijke geslacht de uitverkorenen ten eeuwige leven tot een Gemeente.

De grootste rijkdom is wanneer je in waarheid mag belijden: „waarvan ik geloof, dat ik een levend lidmaat ben en eeuwig zal blijven". Dat is zeker de diepste levensvraag met het hoogste levensdoel. Want zonder de Heilige Geest zijn wij dood in zonden en misdaden.

En daarbij komt de nood in onze tijd. Ten dele tracht men de geestelijke armoede op te vangen door holle religiositeit enerzijds en anderzijds door uitzonderlijke geestesverschijnselen te proklameren tot kenmerken van het ware. Zonder de prediking van de gezonde leer zakken velen weg in een moeras van gevoeligheden en gemoedelijkheden, die steun vinden in een zekere onverschilligheid ten opzichte van de kerk.

Een voorrecht

Wij kunnen nooit genoeg het voorrecht beschouwen, dat we door onze geboorte behoren bij een kerk, die beantwoordt aan de kenmerken, die Christus voor Zijn Gemeente op aarde gesteld heeft. Het is de genadige beschikking van de Heere over ons leven, dat wij onder de waarheid geboren zijn en dat wij daaronder hebben mogen opgroeien. Er gaat niets buiten Gods voorzienigheid om. En wanneer wij onder onze Gemeenten geboren worden, dan kunnen we alleen maar zeggen, dat de Heere onderscheid maakt, waar bij ons geen onderscheid is.

Het is goed, dat wij ons van dat voorrecht rekenschap geven en ons op de betekenis daarvan nadrukkelijk bezinnen; juist in de periode van je leven waar je naar volwassenheid groeit.

De tijd komt, dat je treedt uit een zekere beslotenheid en daaraan verbonden geborenheid van de kleinere kring van het gezin en de school; dat je in een heel andere omgeving komt; dat je min of meer op eigen benen komt te staan.

Veel is tot nu toe nog zo vanzelfsprekend. Je ouders gaan naar de kerk; er wordt van je verwacht, dat je met hen meegaat. Je bezocht de Christelijke school of bent daar nu nog op; misschien ben je zo bevoorrecht verder een goede — vanuit een christelijke levensovertuiging beoordeeld — opleiding te verkrijgen. Je gaat daarheen met vele anderen. Je doet daar mee in de grote kring van meestal gelijkgezinden. Daar is een begeleiding, die een zekere bescherming biedt. Dat wordt anders; heel anders. Je komt in een omgeving, waar veel van die „vanzelfsprekendhe-

den" niet bestaan. Velen gaan helemaal niet naar een kerk; willen niet weten van het gezag van Gods Woord. Met alle gevolgen van dien. Je komt dan zo vaak alléén te staan. En als men nog naar een kerk gaat, hoe geheel anders wordt gedacht, gesproken en gedaan. En wie gaat er dan naar de kerk, waar jij bij behoort: de Gereformeerde Gemeenten. Dat zijn er maar enkelen op dat grote geheel.

Jouw plaats in de kerk, de Gereformeerde Gemeenten, dat komt in deze andere omgeving dan al meer je aandacht vragen.

De plaats van de kerk

Deze kerk heeft haar eigen plaats te midden van de kerken in Nederland.

Zij heeft een boodschap: de boodschap van de Heilige Schrift. Want die kerk wil in de volle zin des woords Gereformeerd zijn: Gods Getuigenis zeggenschap laten hebben over heel het leven, zoals dat in de Reformatie met zo grote nadruk verkondigd is.

Deze kerk heeft een eigen geschiedenis; die gaf haar ook een zeer eigen identiteit.

In die geschiedenis erkennen we Gods leiding; in die identiteit Gods onderscheiding.

De Gereformeerde Gemeenten weten zich als kerk verbonden met het belijden van de vaderen der Reformatie. Zij willen zich als gemeenten in de lijn van deze vaderen begeven en met hen op de bodem van de Heilige Schrift staan; ook in deze tijd!

Deze tijd, die met zoveel eigentijdse vragen en problemen op ons afkomt en zo geheel anders schijnt dan de tijden, die achter ons liggen. Op die uitdagende vragen van deze eeuw zoekt je kerk ook een antwoord te geven; een antwoord, waarin het levende en eeuwigblijvende Woord Gods doorklinkt. Want zulk een antwoord geeft houvast; zulk een antwoord wil je je leven doen richten naar Gods Woord. Wij geloven, dat het belijden van de Reformatie ook in het heden aan aktualiteit niets heeft ingeboet. Daarom willen wij dit belijden als een kostbaar erfgoed bewaren, maar ook gebruiken en verwerken. Onze kerk wil niet slechts verstard het „oude" vasthouden, omdat het „oud" is; het „nieuwe" afwijzen, omdat het „nieuw" is. Integendeel!

Jouw kerk wil midden in de tijd staan; midden in de stroom van het leven de banier Gods opheffen en in het woelige, onrustige tijdsgebeuren je het Woord, het eeuwigblijvend Woord Gods aanreiken.

De kerk weet zich voor jou verantwoordelijk

Het is immers de kerk, waartoe je uit kracht van je geboorte behoort. Daar ben je door je ouders aan God opgedragen, toen je gedoopt bent. Daar, in die kerk, is de Naam Gods over je uitgeroepen toen Gods dienaar je mocht dopen.

Je bent uit de schoot van deze kerk voortgekomen. Die kerk heeft jou als een zoon of dochter lief. Zij is jouw „moeder".

Voor jou weet de kerk zich verantwoordelijk van Gods wege! Ook de kerk moet antwoorden op de vraag, wat zij met haar kinderen deed. Ook met jou! Dat betekent, dat zij voor jou verantwoordelijk is. Ze mag je niet alleen laten gaan in deze zo belangrijke episode van je leven.

Op welke wijze wil de kerk haar verantwoordelijkheid jegens jou konkreet maken? Dat blijkt wel allereerst in de kerkdiensten, waarin de prediikng zich ook tot jou richt. En op de catechisatie, waarin je in de leer des Heeren wordt onderricht.

Maar in de groei naar volwassenheid wil je eigen kerk, jouw eigen moeder, haar zorg over jou op een bijzondere wijze uitstrekken.

In onze kerk is er behalve een „Deputaatschap voor Studerenden" ook een „Deputaatschap Jeugdzorg" werkzaam. Deze deputaatschappen zijn er om je bij te staan

onderdanen zijn. Dat is het diep geheim van de Kerk, die des Heeren is: „De poorten der hel zullen Mijn Gemeente niet overweldigen".

Bij jouw plaats in de kerk brenge de Heere de boodschap in gedachten, die we aantreffen in de brief aan Sardis: „Gedenk dan, hoe gij het ontvangen en gehoord hebt, en bewaar het en bekeer u!" Want alleen dan mogen we pleiten op de belofte aan de gemeente van Filadelfia.

„Omdat gij het woord Mijner lijdzaamheid bewaard hebt, zo zal Ik ook u bewaren uit de ure der verzoeking, die over de gehele wereld komen zal, om te verzoeken, die op de aarde wonen.

Zie, ik kom haastelijk; houd dat gij hebt, opdat niemand uw kroon neme."

in al je bijzondere problemen. Dat doet de kerk omdat zij zich voor jou verantwoordelijk weet; de kerk kan en mag en wil je niet loslaten; zij wil trachten je te bewaren bij Gods Woord en de belijdenis. Ook bij onze kerk, van welke wij geloven, dat zij uit kracht van haar vasthouden aan de belijdenis der vaderen mag genoemd worden de kerk van de vaderen, die de Heere in ons Vaderland tot openbaring bracht.

Er is veel op je kerk aan te merken; ze moet in de strijd van het leven, in de worsteling der geesten telkens weer op haar belijdenis teruggeworpen worden om haar hoge aanspraak op de naam „Gereformeerd" te doen bevestigen.

Heb je „moeder" lief

Jouw „moeder" heeft zeker gebreken, maar zij wil je voeden met de zuivere spijs en drank van het levend Woord Gods. Heb daarom je „moeder" lief en wil je ook in je verder leven voor haar niet schamen.

Jouw plaats in de kerk, die mag je zomaar niet verlaten. Wij dragen er leed om wanneer we onze kinderen zien afvallen; wanneer ze hun kerk verlaten.

Dat mag niet, zolang de kerk de waarheid niet heeft prijsgegeven en zij daarop aanspreekbaar blijft. Als dat gebeuren zou, dat de kerk de waarheid Gods prijsgeeft of de leugen gelijke rechten geeft, dan houdt zij op de kerk des Heeren te zijn.

Want die is „een pilaar en vastigheid der waarheid". Dan heeft ze de Heere verlaten en behoor je je af te scheiden van hen, die in zulke ontrouw zich openbaren als niet van de kerk te zijn (art. 28 N.G.B.) Dat is in de geschiedenis ook gebeurd. Denk maar aan de gezegende Afscheiding, toen de Geest der Reformatie over de kerk weer vaardig werd. In gehoorzaamheid aan de Heere hebben de Vaderen van de Afscheiding toen liever de smaadheid om des Heeren wil gedragen dan het dulden van de verloochening van Gods Naam.

We willen ons ook nu zonen en dochteren der Afscheiding weten, die onder het kruis van smaad en vervolging zich hebben mogen buigen. Ze hebben Gods opdracht voor hun tijd verstaan, opdat de Waarheid Gods zou bewaard blijven voor het nageslacht, ook voor jou.

De kerk, die jou aanspreken wil op je doop en dat wil doen vanuit de Heilige Schrift en de daarop gegronde Gereformeerde Belijdenis, mag jou ook daaraan houden. Die kerk rekent op je liefde en trouw.

Die kerk wekt je op, dat je door genade Gods je „aan haar goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid zal onderwerpen"!

Je behoeft aan haar gebreken niet voorbij te gaan, maar je behoort er wel geduld mee te hebben, want het heeft God in Zijn voorzienigheid beliefd jou in deze kerk te brengen en jou door deze „moeder" te regeren.

Daarom mag zij op je medeleven rekenen! Je mag veel voor je kerk doen! De zaak van de gemeente Gods is het waard! De Gereformeerde Gemeenten, de planting van Gods handen in ons land, rekenen daarom op je.

Jouw plaats in de kerk. Dat is een wonder van Gods genade. Velen worden „te vondeling gelegd" in deze ondergaande wereld, waar God niet wordt gekend en erkend. De kerk heeft de rijkste schat: het heilig Evangelie; de blijde boodschap: Wie God is en hoe Hij Zich als de Drieënige God verheerlijkt in het zaligen van zijn uitverkorenen. De enige troost wordt gekend naar de onveranderlijke orde van de bevindelijke kennis van ellende, verlossing cn dankbaarheid. Dan is je plaats in de kerk blijvend en vol aanbidding: Drieënig God, U zij al d' eer! „Buiten de kerk is geen zaligheid". Die oude waarheid willen wij onverkort blijven belijden. We handhaven de ark als symbool van de kerk. De Kerk zal weer moeten worden als een ark van Noach, die veiligheid en redding biedt als de golven van het oordeel Gods over de wereld gaan.

Bij je doop, als het bewijs dat je tot Gods Verbond en Zijn gemeente behoort, is ook van die ark gesproken, toen gebeden is om je bekering en eeuwig behoud. Ben je nu echt in die ark? Zoals eenmaal ook Noach! Want wie God bewaart, die is wel bewaard.

En God bevestigt Zijn verbond van kind tot kind. Koning Jezus zal ook nimmer zonder

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1978

Daniel | 24 Pagina's

JOUW PLAATS IN DE KERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 24 februari 1978

Daniel | 24 Pagina's