JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE R.A.F

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE R.A.F

ACHTERGRONDEN EN FESTEN

10 minuten leestijd

„Wij geloven dat in een modern land als West-Duitsland de taktiek van de volksguerilla, van de partizanenaktie (...) de enige mogelijkheid is om de macht van het kapitaal te doen wankelen en die uiteindelijk te overwinnen. Dat zal tijd kosten: tien, twintig jaar misschien en meer. Maar dit is de enige weg."

(Prof. Wolfgang Huber, hoogleraar te Heidelberg)

„Nog nooit is de mogelijkheid zo groot geweest een hof van Eden te scheppen: de fantastische vervulling van de oerdroom van de mensheid." (Rudi Dutschke, leider van de revolutionaire studentenbeweging van de 60er jaren in Duitsland)

„Je praat niet met de lakeien van het kapitalisme; je schiet ze dood."

(Horst Mahler, één van de leden van de RAF)

Zal 1977 de geschiedenis ingaan als het jaar van de anarchie, als het hoogtepunt van de terroristische aanslagen van de RAF? 't Was wel raak!

— Op 7 april werden in Karlsruhe de procureurgeneraal Bubac en twee begeleiders doodgeschoten.

— Op 30 juli werd in Frankfurt de bankier Ponto, toen hij zich verzette tegen zijn ontvoering, gedood.

— Op 5 september werden in Keulen vier begeleiders van werkgeversvoorzitter Hanns Martin Schleyer lafhartig neergeschoten en werd hij zelf ontvoerd.

- Op 14 oktober werd een vliegtuig van de Lufthansa gekaapt om de in de gevangenis zittende RAF-leden te bevrijden. In Mogadisjoe werden de passagiers in een spektakulaire aktie bevrijd. De gezagvoerder was toen al vermoord.

- Uit wanhoop pleegden de RAF-leden Andreas Baader, Gudrun Ensslin en Jan Carl Raspe zelfmoord in de Stammheimgevangenis met wapens die door hun advokaten naar binnen waren gesmokkeld.

- Op 20 oktober werd het stoffelijk overschot van de uit wraak vermoorde Schleyer gevonden in de koffer van een auto in de Franse stad Mulhouse.

De gebeurtenissen in Duitsland, Somalië en Frankrijk — de landen, waar het terrorisme van zich deed spreken en waar doden vielen op verschillende manieren — liggen weer achter ons. Ze kunnen moeilijk worden vergeten. Ze vervullen, zeker in Duitsland, met zorg: wat zal er over drie maanden gebeuren? Ook in Nederland wordt nagedacht over deze gebeurtenissen, maar hoe?

En dan zwijgen we maar over wat er in ons land gebeurde in Den Haag, Utrecht en Bovensmilde. Het laatste had trouwens een heel andere achtergrond. De idealen van de Zuid-Molukkers zijn duidelijk anders dan die van de RAF-terroristen, al gebruiken ze, helaas, wel hun methoden.

Achtergronden

Veelal wordt er, om het optreden van de Rote Armee Fraktion te typeren, gesproken over anarchisme. Er wordt dan wel een onderscheid gemaakt tussen het vreedzame (of theoretische) anarchisme en het anarchisme van de daad. Tot dit laatste rekent men dan natuurlijk de RAF.

Historisch bezien hangt de opkomst van het anarchisme nauw samen met die van het socialisme in de negentiende eeuw. De wortels van beide gaan, evenals die van het liberalisme, terug naar de tijd van de Verlichting en de Franse Revolutie. De vrijheid van de mens, zowel politiek, sociaal als religieus, werd toen het begeerde ideaal. Ieder van de genoemde stromingen werkte dit vrijheidsideaal uit in een eigen theorie.

Aan het eind van de vorige eeuw werd Europa reeds opgeschrikt door aanslagen van de zgn. „anarchisten van de daad". We denken dan aan de moord op de Franse president Sedi Carnot (18.94), op de Oostenrijkse keizerin Elisabeth (1888) en op de Italiaanse koning Umberto (1900).

De meeste van deze anarchisten beriepen zich op Bakoenin (1814-1876). Vandaar dat velen Bakoenin als de „vader" van de huidige terroristen zien. Dat klopt echter niet helemaal. Hoewel Bakoenin bekend stond als een man van de harde lijn en hij beslist niet geweldloos was, verwachtte hij weinig van het doden van mensen. Hij schreef:

„Wil men dus de radikale revolutie, dan moet men de zaken en de toestanden aantasten, de eigendom en de staat vernietigen. Dan zal het niet nodig zijn mensen te vernietigen en zich bloot te stellen aan de onvermijdelijke reaktie, die de slachting van mensen altijd heeft veroorzaakt en zal veroorzaken." In hun verzet tegen de staat ligt de RAF dan ook inderdaad in de lijn van Bakoenin. In hun manier van optreden lijken ze echter op het kommunisme van Lenin, zij het dan wel via hoogleraren als Marcu.se, Habermas en Adorno, die alle drie gerekend worden tot de zgn. Neo-marxisten.

De „diktatuur van het proletariaat", zoals Lenin die voorstond, was alleen te realiseren via grof geweld en met gebruik van alle middelen. Lening gaf dit ook eerlijk toe. Het socialisme, zei hij, is ondenkbaar „zonder een planmatige staatsorganisatie die tientallen miljoenen mensen dwingt"!

„Menen jullie werkelijk dat wij de overwinning kunnen behalen zonder de meest straffe terreur? ", vroeg Lenin zijn partijgenoten toen die zich beklaagden over zijn harde regiem na de oktoberrevolutie van 1917. Hij richtte toen de Tsjeka op. Ze heet nu KGB.

Het is dan ook niet verwonderlijk dat linkse kringen moeilijk tot fundamentele kritiek op het anarchisme kunnen komen. In ons land is de PvdA daar een voorbeeld van. Deze is de laatste jaren zo links geworden, dat zelfs de oude Drees uit de partij stapte. Het duidelijkst blijkt dat echter in Italië. De politie kan daar niet krachtig optreden, omdat in vrijwel alle grote steden de (Euro-) kommunisten de grootste partij vormen.

Mareose en liet studentenprotest van de zestiger jaren

De direkte oorsprong van het politieke terrorisme, zoals dat zich manifesteert in de RAF, is te vinden in het studentenprotest aan het eind van de zestiger jaren. Begonnen in Amerika, sloeg dit in de jaren '67 en '68 over naar West-Duitsland en Frankrijk. Vooral de Amerikaans-Duitse filosoof Marcuse had hierop grote invloed. Duidelijk zag hij in dat niet de arbeiders, zoals bij Marx, tot revolutie zouden zijn over te halen. Zij profiteerden te veel van de welvaartsstaat. Vandaar dat hij zich richtte op de studenten. In zijn colleges en boeken wees hij er voortdurend op dat er in onze westerse welvaartsstaat geen vrijheid heerste. Alles werd aan het welvaartsstreven opgeofferd, zodat de vrijheid steeds beperkter werd. Een kern van waarheid zat hier zeker in.

Ieder erkent nu wel dat welvaart nog geen welzijn is. Veel jongeren toen voelden dat intuïtief aan. Sommigen trok-

ken zich terug in een eigen „vrije en blije" wereld van popmuziek, drugs en scx. Anderen kwamen in verzet tegen de gevestigde orde, het zgn. establishment, geleid door de theoriën van hun neo-marxistische hoogleraren als Marcuse en Adorno. Zij zagen vooral het kapitalisme als de schuldige. Prachtig konden zij dat „aantonen" aan de oorlog in Vietnam. Het ging daar immers niet om de vrijheid van Zuid-Vietnam te bewaren, maar om de wapenindustrieën van het westen grote winsten te laten maken.

Ik kan me nog goed herinneren dat ook in ons land de kreet „Johnson moordenaar" het geweldig goed deed.

Reeds toen deed het geweld zijn intrede: relletjes, bezettingen (denk aan de Maagdenhuis-affaire), stakingen en andere buitenparlementaire akties waren aan de orde van de dag. Maar in hoofdzaak was de beweging niet misdadig zoals nu de RAF.

Het ging om vrijheid. Dat bleek bijvoorbeeld duidelijk uit de leuzen die de Parijse studenten in 1968 meedroegen tijdens een grote stakingsontocht. Leuzen als: „Goede meesters zullen we hebben als iedereen zijn eigen meester is" en „Vrijheden worden niet gegeven, maar genomen".

Begrippen als demokratisering en inspraak brachten massa's jongeren op de been, want overal viel wel iets te demokratiseren. Het minst gewelddadige anarchisme werd toen gevonden bij bepaalde groenen Provo's en vooral de Kabouters. Wat hen bezielde is het kortst weer te geven met een citaat van de „grote man" achter de Provobeweging, nl. Roel van Duvn. Hij schreef: „We zijn voor een minimum aan gezag, een soort bestuur door de raden van kommunes (...) Ik weiger me willens en wetens te laten afslachten in een derde wereldoorlog. Ik wil laten zien dat er buiten de autoritaire straatjes nog wel andere mogelijkheden zijn."

Er was zelfs sprake in die tijd van een algemene gezagskrisis. „Burgerlijke ongehoorzaamheid" is een term die toen ontstaan is. Vooral linkse politici vonden dit een toelaatbare vorm van overtreding van de burgerlijke wetten. Sommigen deden er openlijk aan mee, zoals aan het kraken van zwembaden die op zondag gesloten waren. Moeten we niet opmerken, dat „wie wind zaait, storm zal oogsten"?

De „tweede generatie"

Vrij algemeen wordt er ten aanzien van de RAF en haar optreden gesproken over de tweede generatie. Met de eerste bedoelt men dan de studentenbeweging zoals ik die hierboven getekend heb. Die eerste generatie gebruikte wel geweld en overtrad regelmatig de rechtsorde, maar nam niet haar toevlucht tot terreur.

Toen echter de gehanteerde middelen van protest niet voldoende effekt hadden, zijn een aantal van deze jongeren, met name in Duitsland, volledig verblind en schuwen nu geen enkel middel meer. Zij zien hun strijd tegen de kapitalistische en autoritaire samenleving als een regelrechte oorlog. In de processen tegen een aantal RAF-leden is dat duidelijk naar voren gekomen. Ze wilden gezien worden als „krijgsgevangenen".!

Ook Nederland lijkt steeds meer in de ban van deze terreur te komen. Niet alleen doordat Duitse terroristen ook in ons land aanslagen pleegden of hier een uitwijkplaats zochten toen in eigen land hen de grond te heet onder de voeten werd, maar we zien in ons land steeds meer uitingen van sympathie met de RAF-idealen. Idealen en methoden zijn echter moeilijk te scheiden. We kunnen in een kort artikel onmogelijk alles noe-

men en daarom stippen we maar enkele dingen aan:

— in Amsterdam werd een vergadering gehouden ter herdenking van de „moord" op de harde-kern-leden Baader, Raspe en Ennslin. De bijeenkomst werd georganiseerd door het „Medisch Juridisch Comité Politieke Gevangenen" en het „Rood Verzetsfront".

— de verdediger van de t'errorist Knut Folkerts, Mr. Bakker Schut, stak tijdens de verdediging zijn sympathie voor de RAF niet onder stoelen of banken. Bakker Schut was ook een van de advokaten van Andreas Baader en onderhield nauwe betrekkingen met de nu gearresteerde Duitse advokaat Croissant, wiens auto bijvoorbeeld gebruikt werd bij de moord op de begeleiders van Schleyer.

— in september 1977 werd aan de Universiteit van Amsterdam benoemd tot „gastdocent" in de pedagogie (!) de in Duitsland geschorste Prof. Brückner. Geschorst wegens zijn zeer nauwe relatie met veel RAF-leden. Toen Ulrike Meinhof in 1970 door de politie gezocht werd, verleende Brückner haar onderdak in zijn huis. Zo iemand gaat hier Opvoeding doceren. Dat zoiets kan, geeft wel te denken.

— en wat te denken van het optreden van de Rottterdamse politie-chef Kalma?

Een heilsstaat?

Ten diepste bezielt al deze mensen een verlangen naar heil, naar verlossing. Alleen is dat een volkomen verwereldlijkt heil en niet het heil, waarvan de bijbel ons spreekt. In een Klankborduitzending van de E.O. wees Prof. Van Hulst erop dat de meeste RAF-leden uit een kerkelijk milieu komen. Hij zei in een vraaggesprek: „Ik heb de levens van de mensen van de Baader-Meinhofgroep toch echt zo goed mogelijk bestudeerd, speciaal dat van Ulrike Meinhof, en ik weet dat zij uit een kerkelijk milieu komt, dat ze religieus is opgevoed en dat zij in haar jongemeisjesjaren deze richting helemaal was toegedaan. En zo is het ook met anderen uit die groep geweest." Trouwens, is de vader van Gudrun Ennslin geen predikant?

Al deze jongeren vervielen in de fout, waar heel de Bijbel ons voor waarschuwt: zélf onze zaligheid en ons heil te willen verwerkelijken. Zijn deze jongeren niet een afschuwelijk voorbeeld hoe moeilijk het voor de mens is om zich door genade te laten zaligen?

Laat hun daden ook voor ons een waarschuwing zijn dat de ware vrijheid slechts in Jezus Christus te vinden is.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1978

Daniel | 20 Pagina's

DE R.A.F

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 10 februari 1978

Daniel | 20 Pagina's