MEDEDELING
Naar aanleiding van de aankondiging van MIJN EIGEN LEESGIDS bij de Bijbel, in het vorige nummer van „Daniël", wil ik U verklaren dat door allerlei faktoren, (gebrek aan voldoende tijd voor bezinning, de dwingende grensdatum bij de uitgevers, teveel vertrouwen) er zoveel kompromissen gesloten moesten worden, dat het boekje in zijn geheel, zowel wat de inhoud als de uitvoering betreft, afgewezen moet worden. Ik hoop dat het in onze gezinnen niet terecht komt, want onze jonge kinderen moeten, op een, in het licht van Schrift en belijdenis verantwoorde wijze, gewezen worden op de ernst van de zonde en op de rijkdom van de genade in Christus, die God in de weg van wedergeboorte, geloof en bekering, door de Heilige Geest wil schenken. Die enige Weg, die we in de afgelopen jaren in onze arbeid voor en met de jongeren van onze gemeenten, hebben aangewezen en aangeprezen. Ik zou juist de ouders willen wijzen op hun grote verantwoordelijkheid bij de keuze van lektuur voor hun kinderen: Beproeft de geesten of ze uit God zijn.
En n.a.v. de zinsnede in een artikel over Welk dagboek lees je? , waarin ik o.a. gewezen heb op het boekje Uittocht, wil ik U met het oog op de vragen die erover gesteld zijn, nog het volgende aanvullend erbij vermelden. Het boekje is een bundel van een aantal dagopeningen die in de afgelopen jaren gehouden zijn, aan het adres van leerlingen op een christelijk lyceum. Het merendeel van die jongeren is wel gedoopt, maar de band met de kerk en de Bijbel is vaak verbroken en/of sporadisch. Daardoor is er het gevaar van onverschilligheid, onbetrokkenheid, kan er een grote aversie en apathie zijn, als het gaat over zaken die de dienst des Heeren aangaan. In die situatie is er gewezen op het Egypte waarin we door de zonde verkeren en op de noodzaak van de wedergeboorte (blz. 56) om weer in ons leven naar de eis van Gods Woord te kunnen leven.
Bij het doorlezen van het boekje zijn er bepaalde zegswijzen en uitdrukkingen, waar ik persoonlijk al vraagtekens geplaatst had en die ik zelf niet zou gebruiken. Verder zou ik in het geheel van de benadering van deze jongelui wat meer gewezen hebben op de krachtdadige werking van de Heilige Geest, ook na ontvangen genade op de reis door de woestijn van het leven, op de noodzaak van de dagelijkse bekering (de heiligmaking), niet als vrucht van de eigen werken, maar als genadegeschenk van het volbrachte offer van Hem, die de zonden van die Hem gegeven zijn van de Vader verzoend heeft (Joh. 17 : 9 e.v.).
Deze bovenstaande verduidelijking wilden we U graag geven, omdat er hier sprake is van een boek dat zich richt tot een bepaalde groep jongelui, in een bepaalde situatie en rond een bepaald thema. Dat zorgt ervoor dat het erg plaats-en tijdgebonden is. Het gebruik door ons b.v. vóór het naar bed gaan, kan ons, als we niet steeds het uitgangspunt van Uittocht in gedachten houden, bij het lezen leiden tot verkeerde conclusies t.a.v. onze verhouding tot God, en brengen tot een geest in onze geloofsbeleving, die niet past bij wat ons op grond van de leer naar de godzaligheid wordt voorgehouden, mocht het zijn voorgeleefd.
De beste bedoelingen van de schrijver worden niet in twijfel getrokken; alleen het geschrevene gaat een eigen leven leiden, en kan dan tot een ongegrond optimisme t.a.v. de doorwerking van het geloof en de geloofsbeleving in deze bedeling leiden. De positieve gedachten van de schrijver (trouwens ook in zijn andere publicaties) t.a.v. de doorwerking van het Koninkrijk Gods in het hier en nu, deel ik niet. Daar heb ik de schrijver meerdere keren over bericht.
Juist de tijd, waarop een dagboek meestal gelezen wordt, moet ons wel tot nadenken brengen, maar van ons niet vergen dat we alles van de vorige dagen, weken en maanden in gedachten brengen om onderscheidend, separerend genoeg te kunnen lezen. Het beoogde boek voldoet niet aan dit gesteld criterium; het vraagt teveel. In het licht van het geschetste criterium zullen er meerdere van de genoemde dagboeken aan een grondig onderzoek onderworpen moeten worden. Ik hoop dat de redaktie mij t.z.t. daarvoor gelegenheid wil bieden. Dan zullen we op een andere manier tewerk gaan, dan in het genoemde artikel in Daniël, waar twee dingen door elkaar gehaald zijn, teveel pijlen op één boog.
I. A. Kole.
(Zie vervolg op pag. 34).
(vervolg van pag. 29)
In aansluiting op het bovengeschrevene bericht de redaktie dat door een onzorgvuldigheid in het vorige nummer van ons jeugblad „Daniël" zonder enig kommentaar de verschijning van „Mijn eigen leesgids bij de Bijbel" werd aangekondigd. Dat was 'onjuist. We kunnen deze leesgids niet aanbevelen. Integendeel, we wijzen deze begeleiding van de kinderen volstrekt af.
Gods Woord leert niet, zoals in deze gids gesuggereerd wordt, dat ieder, die wat godsdienstige dingen doet, moet geloven dat hij/zij een kind van God is. Dat geldt alleen de ware gelovigen, de wedergeborenen. Deze noodzakelijke onderscheiding moeten we de kinderen van jongsaf op een eenvoudige, kinderlijke wijze bijbrengen, zonder daarbij ook maar enigszins afbreuk te doen aan Gods eis aan allen, om Hem op Zijn Woord te geloven. Bovendien staat in deze gids niet het werk van een drieënige God centraal, naar mensenwerk.
Wij vernamen dat onze medewerker, de heer I. A. Kole, door tijdgebrek verhinderd het geheel nauwkeurig te kontroleren, te gemakkelijk zijn naam aan deze uitgave verbonden heeft, terwijl ook niet alle wijzigingen door hem voorgesteld, verwerkt zijn.
Namens de redaktie, Ds. H. Rijksen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1978
Daniel | 24 Pagina's