GESPREKSVRAGEN:
1. Welke waarde heeft het voor Comrie's verdere leven gehad juist in de school van de Erskine's te zijn opgevoed?
2. Welk verband bestaat er tussen de opkomende verlichtingsgeest in Comrie's tijd en de poging het Remonstrantisme en de Dordtse leer met elkaar te verzoenen?
3. Wat is het verschil tussen hebbelijkheid en dadelijkheid des geloofs?
4. Waarom wees Comrie de benadrukking van „de daad des geloofs" in de vereniging met Christus af?
5. Hoe werkt de Heilige Geest in op de „habitus fideï" (hebbelijkheid des geloofs)?
6. Is het terecht dat sommigen menen, dat Comrie door het benadrukken van de inplanting van het geloof als vermogen, de lijdelijkheid zou bevorderen en daardoor de verantwoordelijkheid van de mens op de achtergrond zou schuiven?
7. Waarom heeft Comrie zich zo sterk tegen de dwalingen van ds. v. d. Os verzet?
8. Kun je voorbeelden geven van de invloed van de theologie van Comrie, via Ds. Kersten, op onze gemeenten?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1978
Daniel | 24 Pagina's