MARGARETHA MOET KIEZEN
Er heerst de eerste minuten een volslagen verwarring. Ieder loopt huilend en handenwringend dooreen. Dan roept de boer: „Eerst alle mensen en dieren, dan kunnen we straks andere bezittingen ophalen!" Het wordt een overhaaste aftocht. Vrouw Hintz met de kinderen en de meiden voorop, daarachter de gemuilbande koeien en het andere vee, opgejaagd door de boer, grootvader Hintz en de knechten.
Niemand vindt het op dat moment wonderlijk dat Margaretha ook meevlucht.
Pas nadat ze na een uur in een afgelegen gedeelte van het dichtbegroeide woud de familie Droewis aantreffen, ziet grootvader dat het meisje druk bezig is de kinderen te helpen. „Kind", zegt hij. „Ben je tóch met ons meegegaan? "
„Ik kan niet anders, baas Hintz", antwoordt ze eenvoudig.
De oude man kijkt haar aan en ziet dat op haar gezicht een stille vrede ligt. „Heb je zoveel voor ons over dat je zegt: „Uw volk is mijn volk? " waagt hij. Ze knikt verlegen. „En... en ook..." „En, Margaretha? "
Opkijkend naar zijn trouwe, gegroefde gezicht durft ze opeens te zeggen: „...En uw God... is mijn God".
Maar er is geen tijd om verder te praten nu. Wat is er allemaal al niet te doen? Voorlopig zullen ze hier blijven.
De boeren binden het vee vast aan de bomen, en gaan dan met enkele knechten terug naar de hoeve om de rest van waarde op te halen. De anderen blijven in het bos en proberen een slaapplaats voor de nacht klaar te maken. Gelukkig dat het zulk mooi weer is!
„Moeten we nu vannacht buiten slapen, Margaretha? " vraagt Sabine, het oudste dochtertje van boer Hintz. Margaretha zucht. „Ik vrees het wel, Sabine."
„Of brengen papa en de knechten onze bedden mee? "
„Misschien wel. Maar anders moeten we 't maar redden met een paar dekens."
Het meisje kijkt haar met grote ogen aan. Ze vraagt niet verder, omdat ze maar al te goed weet waaróm hen dit alles overkomt. „Ik zal eens kijken of ze nog niet terug komen" zegt ze en ze klautert op een grote steen.
„'k Zie nog niets. Maar kijk eens, Maria, de lucht is zo vreemd rood."
Margaretha en vrouw Hintz, die het ook hoorde, kijken omhoog.
„Daar moeder, kijk!" Argeloos wijst Sabine. „Gaat de zon nu al onder dan? " De twee vrouwen kijken elkaar verbijsterd aan. „Nee kind, " zegt vrouw Hintz moeilijk, „dat is de zon niet. Dat komt door een brand "
„Een brand? O van onze boerderij? Moeder!" Sabine duwt haar hoofd tegen haar moeders arm, angstig en verbijsterd.
„Ze zijn te laat gekomen, " zegt Margaretha verslagen. En ze denkt er achteraan: „als ze maar op tijd weg konden komen "
Maar die angst duurt niet lang. Na een
paar minuten komt om de bocht van het bergpad boer Droewis met Hintz en de anderen. Gelukkig, ze zijn er allemaal. Wat zien de beide boeren er uit. Hun gezichten zijn asgrauw. Margaretha's hart doet zeer van medelijden. Het is wat zo je hoeve te zien afbranden. Maar als ze aankomen hoort ze dat het niet alleen dat is.
„We waren te laat, " vertelt Hintz somber. „De hoeven brandden al. Niets hebben we kunnen redden ook de Bijbels niet. En ze waren onze enige troost....."
Allen zwijgen verpletterd. Tenslotte staat grootvader Hintz op en zegt: „Kinderen, wees niet al te verdrietig, want al zijn onze Bijbels verbrand, God is er en zal er blijven. Ik zal jullie elke morgen en avond een hoofdstuk uit het hoofd opzeggen. Hij zwijgt even en begint Psalm 23 op te zeggen en daarna Romeinen 8.
Margaretha komt pas wat tot zichzelf als ze op een bed van bladeren onder een dunne deken in slaap probeert te komen. Dicht tegen haar aan slaapt Sabine. Margaretha staart met wijdopen ogen naar de sterrenlucht. Ze voelt zich opeens koud en ellendig. Daar lig je nu, fluistert een kleine stem in haar. Was maar naar huis gegaan Margaretha draait zich om, boos op zichzelf. Maar dan komt die stem weer:
Was dit nu nodig? Dat vraagt God toch niet van je? Een diepe zucht beeft in haar omhoog. Ze wil die geniepige stem tot zwijgen brengen Maar waar is dat geloofsvertrouwen gebleven, dat haar zo rustig mee deed vluchten? Hevige tweestrijd overvalt haar. Even denkt ze zelfs: Zal ik opstaan en naar huis vluchten? Vertwijfeld vouwt ze haar handen en bidt: O Heere, geef me een teken..... dit of dat.....
Als ze de volgende morgen stijf en moeilijk opstaat is ze nog doodmoe.
Maar het werk wacht. Eerst moeten de koeien gemolken worden en daarna verzamelt zich ieder weer om grootvader Hintz, die psalm 42 voor hen opzegt. Dan gaan de beide boeren met een paar knechten en meiden er op uit om te zien of er nog iets van hun bezittingen is overgebleven.
Margaretha gaat ook mee. De tocht is niet zonder gevaar, want er kunnen immers nog soldaten in de omtrek rondzwerven. Twee man gaan voorop om de omgeving te verkennen. Als er gevaar dreigt zullen ze de roep van een koekoek nabootsen. Margaretha ziet, dat het gezicht van boer Hintz nog steeds zo strak is, alsof het uit steen is gehouwen. Wist ze maar iets bemoedigends te zeggen!
Ze naderen nu de hoeve. Nog hebben ze geen koekoek gehoord. Beklemd lopen ze laatste meters tot de kromming van het pad. Daar moet de boerderij te zien zijn. Ze luisteren nog even intens. Een leeuwerik zingt hoog in de lucht, naast hen murmelt een beekje. Verder is alles stil. „Kom, " zegt Droewis dan zacht.
Daar... daar is het. Ach, is dat de eens zo rijke hoeve? Een zwartgeblakerde ruïne is het nu, hier en daar nog smeulend. En daar verderop nóg een puinhoop, de boerderij van Droewis.
Als ze dichterbij komen, zien ze een van de knechten aan de zijkant van de boerderij staan. Hij wenkt en wijst ergens naar. Onraad is het niet, maar 't moet wel iets bijzonders zijn! Gejaagd haasten ze zich naar hem toe.
„Soldaten!" zegt hij gedempt. „Twee, kijkt u maar. Ze zijn zwaar gewond!" Voorzichtig gaan ze de hoek om en dan zien ze zo iets wonderbaarlijks, dat ze stokstijf blijven staan. Daar zitten de gewonde soldaten, neergezet in de oude leuningstoelen uit de keuken. Zij konden zeker niet meer mee. Hintz pakt Droewis opgewonden bij de arm en wijst. Daar stoelen in een van die stoelen.....
De soldaten staren hen in doodsangst aan. Nu zullen ze gedood worden. Maar wat is dat? . Hoor, die mensen beginnen te roepen, te juichen: „De Bijbels, de Bijbels. Hij geeft ons Zijn Woord terug!" Voorzichtig wordt een van de soldaten uit de stoel getild. Hintz maakt de bekleding los daar zijn de Bijbels.
Hij bladert er eerbiedig in. „God zij geloofd!" zegt hij met een gebarsten stem. „Wat deert ons nu nog het verlies van aardse schatten? " Ontroerd kijkt hij het kringetje rond. Vooraan ziet hij Margaretha staan, met grote brandende ogen naar de boeken starend. In een opwelling zegt hij: „Hier, Margaretha, zorg jij voor de Bijbels? "
Er is niet veel meer van waarde overgebleven in de smeulende ruïne. Ze gaan al gauw met hun schamele vondsten terug. De gewonde soldaten worden op draagbaren van takken meegevoerd.
Achteraan loopt Margaretha met haar ene arm vol kookgerei en in haar andere de dikke Bijbels. Het is een zware vracht, maar ze merkt er niets van.
Haar hart is boordevol. Heeft ze ooit getwijfeld, wat ze moest doen? Nu weet ze het. Blijven natuurlijk! Ze vroeg om een teken en God gaf als door een wonder Zijn Woord terug. Zal zij dan niet blijven om Zijn volk te helpen?
Grootvader Hintz komt hen een eindje tegemoet. De oude man kan zijn ontroering bijna niet bedwingen, als hij de Bijbels ziet. „En jij, Margaretha? " zegt hij. „Jij bent er zelf ook weer? " „O ja, grootvader Hintz." Margaretha's stem is vast en beslist. „Ik wil blijven. Helpen de hutten op te bouwen en de soldaten te verzorgen." Opeens is ze haar verlegenheid kwijt. Opeens kan ze vertellen van het wonder dat God de Bijbels teruggaf en ook van het wonder dat Hij in haar hart werkte.
Het kan haar niet schelen dat ze allemaal stil staan en luisteren. Ze mag immers niet zwijgen, nu moet ze Zijn lof verkondigen. „Ja, ik weet het nu, " besluit ze, „God heeft mij de goede keus laten doen"
Hoog boven hen uit jubelt weer dezelfde leeuwerik. Hoger en hoger stijgt hij, als om haar woorden weg te dragen naar de hemel.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1978
Daniel | 24 Pagina's