ABRAHAM
Zo machtig was Uw stem, dat hij moest horen te midden van het oosters heidendom: „Trek uit uw land, Ik heb u uitverkoren, Ik wijs de weg, keer nimmermeer weerom." Hij trok ter poorte uit met heel de drom van willig vee, met tenten, knechten, maagden. Het land lag ver, de rover loerd' alom, belust op rijke buit, die hem behaagde. Blind voer hij voort, want God hem onderschraagde.
Wat zou hem deren op die vreemde tocht? Berustend volgden allen, niemand vraagde wat Abraham, de leidsman, zo ver zocht. Zij zagen wat een groot geloof vermocht: het land, zo vruchtbaar, door zijn God gegeven. Zij spraken na de wondren die God wrocht: Gij zijt altoos dezelfde God gebleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 27 januari 1978
Daniel | 24 Pagina's