JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HUISGODSDIENST

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HUISGODSDIENST

12 minuten leestijd

Wie de „Christenreis" van Bunyan gelezen heeft — en dat hebben we toch allemaal? — herinnert zich ongetwijfeld de ontmoeting tussen Getrouw en Mondchristen. De laatste ontpopt zich daarbij als een bekwaam redenaar over allerlei godsdienstige zaken, zelfs zó, dat hij Getrouw dreigt te overbluffen. Christen vindt het daarom geraden zijn vriend wat nader op de hoogte te stellen van het leven van Mondchristen, daar hij deze goed kent, en de schijnvroomheid van deze praatgrage zoon van Mooiprater wel doorziet. Hij zegt dan o.m. van hem: „Ik heb in zijn gezin verkeerd en hem zowel binnen-als buitenshuis gadegeslagen, en ik weet, dat wat ik van hem zeg, de zuivere waarheid is. Zijn huis is even ontbloot van godsvrucht als het wit van een ei van smaak. Men weet daar niet van gebed, er is daar geen teken van een vernieuwd gemoed, ja het redeloos gedierte verheerlijkt God beter dan hij Het gemeen daar zegt achter zijn rug: „een heilige bij de mensen, maar een duivel in huis". Dat ondervinden dan ook zijn arme huisgenoten maar al te goed". Als Getrouw hierover Mondchristen aanspreekt, toont diens reaktie, hoezeer Christens woorden waarheid bevatten.

Er is, wat dit betreft, nu niet veel veranderd. Ook nu zijn er maar al te veel, die hun leer niet alleen door hun leven ontsieren, maar de godzaligheid ook te schande maken. Ons dagelijks leven, onze omgang met anderen, toont wat onze belijdenis voor ons inhoudt. Ver van huis, in een kampweek, of bij een evangelisatie-kampagne over grote zaken spreken, och, dat kunnen we misschien wel. Maar de graadmeter voor ons geestelijk leven is de verborgen omgang met God; en deze komt in de eerste plaats tot uitdrukking in onze omgang met huisgenoten en met onze naasten. Zo is ook het huiselijk godsdienstige leven op zijn beurt een graadmeter voor het peil van het geestelijk leven in de gemeente. Het kan daarom nuttig zijn een bepaald facet van het huiselijk godsdienstig leven eens onder ogen te zien en na te gaan hoe het daarmee staat en wat eraan gedaan kan of moet worden.

Wat te verstaan onder „huisgodsdienst" ?

Ik noemde de huisgodsdienst een facet van het huiselijk godsdienstig leven. We zouden ook het geheel van de godsdienstige opvoeding en godsdienstige verrichtingen hieronder kunnen samenvatten, maar daar dit geen spraakgebruik is en dit ook onmogelijk binnen het bestek van een enkel artikel behandeld kan worden, beperk ik me hier tot het meer officiële gedeelte van het godsdienstige leven in het huisgezin; allerlei facetten van de godsdienstige opvoeding, alsook de persoonlijke meditatie, de af-

zondering voor gebed, enz. blijven hier dus buiten beschouwing. Ga er echter zelf niet aan voorbij!

Anderzijds laat ik ook de huisgemeente en het gezelschapsleven onbesproken. Ook dit zijn onderwerpen apart.

Huisgodsdienst in de Bijbeltijd

Bij de vele vermaningen, die we in de Bijbel vinden aan het adres van ouders, om hun kinderen toch in de leer der godzaligheid op te voeden, vinden we er ook enkele, die gericht zijn op godsdienstig onderwijs of het voorgaan bij meer officiële gelegenheden. Zo was het de taak van de vader om bij het offeren van het Paaslam zijn kinderen een verklaring van dit gebeuren te geven. Jaarlijks maakte dit onderwijs deel uit van de viering van het Paasfeest (Ex. 12 : 26, 27). De vader moest een priester zijn in zijn huisgezin, waarbij ook knechten en andere onderhorigen gerekend werden. Hij had meestal de leiding bij de offermaaltijden (zie o.m. 1 Sam. 1 : 4 en 20 : 6). Ook hechtte men aan zijn zegen, in de Naam van God, grote waarde (Gen. 27 : 4; 49; Joz. 15 : 19). Ook het voorgaan in gebed is een taak, die de vader inzonderheid wordt toegewezen (1 Tim. 2 : 8).

Toch lezen we over het huiselijk godsdienstig leven in de Bijbel minder dan sommigen misschien zouden verwachten. We moeten echter bedenken, dat er in het warme klimaat van die streken veel minder huiselijk verkeer was dan wij gewend zijn.

Daarbij kende de jonge gemeente in de Nieuwtestamentische tijd meest enkelingen, die zich losgemaakt hadden van de godsdienst van hun familie. Als er gehele gezinnen overgingen naar het Christendom, werd dit meestal met name vermeld, omdat dit uitzonderingen waren. In die gezinnen ontstond dan niet zelden een soort huisgemeente. Het is niet eenvoudig om na te gaan hoe deze binnen het geheel van de gemeenten funktioneerden; we gaan er hier verder aan voorbij.

Enkele kerkvaders over het huiselijk godsdienstig leven

Athanasius schreef over het huiselijk leven der eerste Christenen, dat er „overal zo een opwekking tot godzaligheid was, dat men zou gedacht hebben, dat ieder huisgezin een bijzonder Godshuis of tempel was wegens de godvruchtigheid dergenen, die daarin woonden en zo naarstig tot God baden".

Chrysostomus spoorde de mensen aan „niet daarop bedacht te zijn hoe wij onze kinderen geld en goed zullen nalaten, maar hoe zij vroom en deugdzaam zijn mogen". Augustinus heeft op verschillende plaatsen vermaand tot het waarnemen van de huisgodsdienst. „Verkondigt al uw onderhorigen in 't huis, van de grootste tot de kleinste, de liefde en zoetigheid des hemelrijks, ook de bitterheid en vreze der hel, en waakt voor hun heil, dewijl gij voor hen allen Gode rekenschap zult moeten geven".

Elders schrijft hij: „Een iegelijk huisvader behoort zich verplicht te achten tot een vaderlijke toegenegenheid jegens zijn huis. Hij behoort allen tot Christus en tot het eeuwige leven te vermanen, hen te onderwijzen, te waarschuwen, en vriendelijkheid en ernst te gebruiken. Alsdan zal hij in zijn huis het ambt eens opzieners verrichten, wanneer hij de Heere Christus dient, opdat hij eeuwig bij Hem mag wezen". Ambtelijk werk in zijn gezin te verrichten, dat is de taak van iedere huisvader! Hij moet krachtens het ambt aller gelovigen als een priester zijn godsdienstige taak waarnemen.

De Reformatie en het priesterschap van de huisvader

In de Middeleeuwen was de zorg voor het godsdienstige leven een taak voor de geestelijkheid geworden. De kerk achtte zich uitdeelster der genade te zijn door middel van de sakramenten. Zij waakte over het zieleheil van de enkeling — althans zo stelde zij het voor — mits men zijn plichten maar trouw nakwam.

De Reformatie heeft deze positie van de kerk sterk aangevochten. Niet de kerk, maar de Heilige Geest past het verworven heil toe, en niet het gebruik van de sakramenten, maar de rechtvaardigmaking alleen door het geloof is zaligmakend. Men kreeg weer oog voor de noodzaak van wedergeboorte en persoonlijk geloof. De afstand tussen geestelijkheid en leken werd als onbijbels afgewezen. Ieder belijdend gemeentelid kon weer tot ambtsdrager gekozen worden. Zo kreeg men er ook weer oog voor, dat da vader een priester behoort te zijn in zijn huisgezin. Hierdoor kwam er opnieuw aandacht voor het huiselijk godsdienstig leven.

Luther vatte zijn taak als priester in zijn gezin zeer ernstig op, en de drukste bezigheden buitenshuis konden hem niet van die plicht terughouden. Hij preekte en catechiseerde zelfs wel in huiselijke samenkomsten, waarbij hij zijn vrouw en zijn kinderen, maar ook zijn huisvrienden en dienstboden samenriep. Ook de gesprekken aan tafel waren meestal zo rijk aan inhoud, dat zijn vrienden ze optekenden en later uitgegeven hebben. Zonder voorbij te gaan aan de kleine dingen van het leven, en met een open oog voor humoristische situaties, had hij toch altijd het besef leiding te moeten geven aan de huiselijke gesprekken; het zieleheil van hen, die in zijn huis verkeerden, woog hem zwaar.

Door de Reformatie is de Bijbel in alle protestantse gezinnen gemeengoed geworden; ieder kon zich de aanschaf veroorloven, en het Bijbellezen werd dan ook tot een goede gewoonte. Naast de Bijbel gebruikte men ook andere stichtelijke lektuur, zoals een „Huysboeck" (b.v. van Bullinger of Teelinck) „Huiscatechisatieën (b.v. van Ridderus), en niet te vergeten de werken van Vader Cats. Vooral op lange winteravonden werd er nogal eens uit voorgelezen. We zijn dan echter al in een periode die we met de naam „Nadere Reformatie" aanduiden.

De Nadere Reformatie en de huisgodsdienst

In de prediking van de Nadere Reformatie lag de nadruk op de noodzaak van een persoonlijk geloof, dat tot uitdrukking komt in een heiliging van het leven. Vooral ook deze levensheiliging, het God dienen in de praktijk van het leven, kreeg een zwaar aksent in de strijd tegen een dode orthodoxie. Het is te begrijpen, dat men hierbij niet voorbijging aan het huiselijk leven.

Toen Willem Teelinck in een puriteins gezin verkeerde in Engeland, heeft de indruk die het godsdienstig leven daar op hem maakte, eraan meegewerkt, dat hij voor predikant ging studeren. Hij schrijft er over in de voorrede van zijn „Huysboeck": 's Morgens bij tijts maeckte sich een yeghelijck op tot sijn werck, doch also, dat geene sich tot de werclcen syner beroepinge en begaf, aleer hy de naem des Heeren, met ghesetheyt aengeroepen, ende een capittel met behoorlycke ondersoeckinge gelesen hadde, alsoo heyligende door den gebede ende het Woort, 't gene sy wilden ter hant nemen om te doen. Dit wert soo getrouwelijck betracht van een yder, dat selve de dienst-boden daer in niet versuymelyck wesen mochten; maer hun wert oock genoechsame tijdt daertoe alle morghen vergonnet; Den dach dus begonnen hebbende, soo volgde een yegelijck syn beroep, tot omtrent de noene, alsdan so versamelde het gantsche huysgesin, jonch en out, en lasen t' samen een capittel vervolgens uyt de H. Schrift; alsoo bereyt zijnde door het lesen des Woorts, riepen sy eendrachtelyck met ghebogen knyen den naem des Heeren aen; daerna aen tafele, de spyse door een cort gebedt ghesegent hebbende, spraken sy t' samen van het gene een yder uyt het capittel bemerckt hadde, somtijts hadden sy oock eenige stichtelijcke vragen, die elck in syn beurte daegs te vooren voor-stelde, welcke daerna aen de tafel van een yegelijck, na de gave die hy hadde, beantwoort wierden; na den eten songen sy t' samen eenen Psalm, dan keerde sich een ygelijck wederom tot syn werck " Hij beschrijft dan verder, hoe men zich ook terugtrok voor het persoonlijk gebed, hoe men de wekelijkse kerkdiensten waarnam, er thuis ook gecatechiseerd werd, de zondagspreken besproken werden, ieder zich in de eenzaamheid terugtrok om ze te overdenken om er later op terug te komen om de dienstboden en de kinderen erover te ondervragen en toepassingen te maken op het leven van het

gezin. Hij verhaalt hoe men elkaar vermaande bij misstappen, en hoe de gespreksonderwerpen tekenend waren voor het gehele leven. Uiteindelijk zegt hij „dat men niet en hoeft met de superstitueuse papisten in een Clooster te cruypen, om een Religieux leven te leyden".

In Nederland teruggekeerd, wordt Teelinck één van de eerste voorvechters van de „praktijk der godzaligheid". Maar ook de andere predikanten van de Nadere Reformatie hebben hun kracht gegeven om het volksleven in positieve zin te beïnvloeden. Vooral in het gezinsleven van de gegoede burgers zijn de gevolgen daarvan merkbaar geweest. Een samenkomst na de maaltijd, om de Schrift te lezen en te bidden, samen met knechten en dienstboden, vond bij velen ingang. Ook werd de dag besloten door in de gezinskring nog iets te lezen en gezamenlijk neer te knielen voor het avondgebed. Daarna zegende de huisvader zijn kinderen en gingen allen ter ruste.

Vervlakking

De invloed, die de Bijbel door de Reformatie en de Nadere Reformatie heeft gehad op ons volksleven is diepgaand geweest, op verschillende levensterreinen. In onze tijd zien we, hoe men krampachtig pogingen in het werk stelt om deze invloed overal ongedaan te maken en uit te bannen. Laten we daar toch niet aan mee doen. En dat doen we wél, als we bepaalde godsdienstige vormen als verouderd en inhoudsloos ter zijde schuiven. Laat het dan vórmen zijn, ze dienden vroeger om bepaalde zaken, die lééfden, vorm te geven. Leeft de gedachte, die erachter zit, niet meer, laten we dan liever onze dodigheid betreuren, maar niet ook nog het laatste overblijfsel, de vorm, wegdoen. Zo dreigt men met de bid-en dankdagen te doen, waarover in een vorig nummer geschreven is. Zo dreigt men ook met de laatste vormen van de huisgodsdienst te doen. De Bijbel dichtlaten is geen aanvaardbare oplossing voor het lezen uit sleur. Laat er tijd zijn om te spreken over wat gelezen is. Laat het gebed aan tafel toch niet altijd een formuliergebed zijn — het werkt de sleur in de hand. Laat de noden van het gezin in de gebeden aan tafel doorklinken. Is er nog tijd voor het zingen van een Psalm, of laten we dat aan de pick-up over? Het wegvallen van vaste tijden voor de maaltijden werkt meestal een opruimen van de laatste vormen van huisgodsdienst in de hand. Laten we er tegen vechten. En hoe wordt de dag beëindigd? Komt iedereen op willekeurige tijden thuis? Is er ook dan geen tijd voor bezinning en gesprek, voor het lezen uit Gods Woord of het opslaan van een dagboek? Laten we toch de oude gewoonte herstellen en als gezin de dag besluiten rondom Gods Woord. Laat de vader als een priester de noden van het gezin, van de familie, van de kerk, de maatschappij, of welke noden er ook op bepaalde tijden zijn, bij de Heere brengen, en laten we, gezamenlijk knielend voor Gods aangezicht, iets ervaren van de band, die er is in een gemeenschappelijke verootmoediging voor Hem.

„Vormen!" zo zullen velen zeggen. Ja, vormen, dat zijn het die we zien. Maar begin nu maar met het herstellen van de vormen. Steun niet op wat je daarmee doet, maar doe het wel. Laat de beschrijving, die Teelinck geeft van het puriteinse gezinsleven een leidraad zijn. Lege vaten kunnen gevuld worden; waar geen vaten zijn is niets te vullen. Zo ook met lege vormen. Bid God, als de leegheid van je vormen je tot armoede is, opdat er een nieuwe behoefte aan deze vorm van godsdienstig leven zou zijn in onze huisgezinnen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1978

Daniel | 20 Pagina's

HUISGODSDIENST

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1978

Daniel | 20 Pagina's