JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

MARGARETHA MOET KIEZEN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

MARGARETHA MOET KIEZEN

6 minuten leestijd

„Je moet zelf weten of je naar huis wilt gaan of niet, Margaretha, maar je moet er in ieder geval goed over nadenken, vind ik". Vriendelijk, maar ook een beetje bezorgd kijkt vrouw Hintz naar het jonge dienstmeisje dat tegenover haar aan tafel zit.

„En Margaretha, er is misschien niet eens zoveel tijd om na te denken!" Het meisje zucht. „Wilt u liever dat ik naar huis ga? "

„Natuurlijk niet. Ik wil niemand liever in dienst hebben dan jou. Maar het gaat om de moeilijkheden, die misschien zullen komen".

Margaretha geeft geen antwoord. Het komt opeens weer als een berg op haar af. Kon ze maar een beslissing nemen. Vroeger was het gemakkelijker. Toen was het vanzelfsprekend, dat ze naar huis zou gaan als Bijna bruusk staat ze op. Ze moet gaan nu. Ze kan toch niet alles vertellen wat er in haar omgaat. „Ik moet nodig gaan melken, vrouw Hintz", zegt ze. „Tot vanavond". „Tot vanavond, kind. Misschien komt het helemaal niet zover, hoor".

Op weg naar het land piekert Margaretha: „Maar als het eens wél zover komt Misschien komen wél de soldaten om de hoeve te doorzoeken naar Bijbels en om te plunderen En wat zullen ze dan met boer Hintz en zijn gezin doen die als echte „ketters" bekend staan? Wat zullen ze met haar doen, al is ze dan ook goed-rooms? Dat zullen ze immers niet geloven van iemand die bij aanhangers van die nieuwe leer in dienst is. Zij zal hetzelfde lot als de familie Hintz ondergaan als zij tenminste blijft.

Margaretha zucht weer eens diep. Daar zit het op vast! Waarom blijft ze hier in Hermannsburg eigenlijk? Vrouw Hintz zegt zelf: „Je moet je niet voor ons in gevaar begeven, Margaretha".

Als ze bij de wei aankomt, ziet ze dat de oude grootvader van de familie over het hek staat geleund. „Goedemiddag", zegt ze verlegen. „Mag ik erdoor? Ik ben toch al laat vandaag "

„Natuurlijk, kind. Maar er moet ook wel eens gepraat worden, nietwaar? "

Snel kijkt Margaretha hem aan. Wat bedoelt hij? Ze krijgt soms de indruk dat hij, meer dan de anderen, begrijpt wat er in haar omgaat.

„'t Zijn moeilijke tijden, kind, voor ons tenminste. Jij kunt naar je ouders teruggaan. Zo is het toch? Zij gaan wel iedere zondag naar de mis".

Margaretha krijgt een kleur. Wat moet ze nu zeggen? Dat ze helemaal niet terug wil omdat ze het bijbellezen en de gesprekken erover niet meer kan missen? Dat er een diep verlangen in haar is om ook dat rustige vertrouwen te bezitten? Dat ze zelfs niets anders meer kan denken dan aan dat ene: ook Christus eigendom te worden? Ze kan het niet. Ze uit zich tóch al moeilijk en zeker over deze dingen.

„Eh ze. ik moet gaan melken", ontwijkt

De oude man glimlacht. Het is een mil-

de glimlach, vol wijsheid. „Ik weet het, Margaretha. Maar vergeet niet vanavond bij het bijbellezen te zijn. Er schiet me opeens een hoofdstuk te binnen, dat jou misschien kan helpen. Dat zal ik dan lezen".

Margaretha is die avond één van de eersten die naar de huisgodsdienst gaat.

Iedere avond als het werk aan kant is, komen alle leden van het gezin Hintz en ook van de familie Droewis, die hun buren zijn, bij elkaar. De knechts en meiden mogen er ook bij zijn. Ze zingen dan wat, lezen een hoofdstuk en praten er met elkaar over.

Wat vertrouwen ze me, denkt Margaretha. De luiken zijn wel goed dicht en er staat wel iemand bij de deur, maar ik zou hen toch kunnen verraden. Ze ziet hoe vrouw Hintz naar één van de leren leuningstoelen toeloopt. Dan maakt ze voorzichtig een stuk van de bekleding los en haalt er twee dikke boeken uit: het Oude en het Nieuwe Testament. Ook dat weet ik, denkt Margaretha. Het zou een koud kunstje zijn dit door te geven. Misschien zou er nog wel een mooie beloning voor me overschieten.

Ze glimlacht haast bij de gedachte, dat ze zo'n groot verraad zou plegen. Nooit, denkt ze hartstochtelijk. Nóóit zou ik dat doen. Maar direkt daarop schaamt ze zich weer. Durft zij zulke grote woorden te gebruiken? Waarom beslist ze dan niet?

Ze wordt opgeschrikt door de stem van grootvader Hintz. „Ik wil vandaag een begin maken met het behandelen van het boek Ruth. Ik zal het eerste hoofdstuk voorlezen", zegt hij. Margaretha luistert ingespannen naar zijn rustige, gedragen stem. Het is immers ook voor haar, heeft hij gezegd. Hoor maar, ook Ruth staat voor een keus. Of teruggaan óf meegaan naar dat vreemde land. Ruth kiest! „Uw volk is mijn volk, en uw God mijn God; waar gij zult sterven zal ik sterven "

Margaretha hoort verder niet veel meer. Alleen die tekst beheerst haar gedachten. Wat zou ze ook graag zeggen: „Uw God is mijn God". Maar er staat achter: Waar gij zult sterven, zal ik Haar hoofd zakt voorover en heel haar denken is één stamelend bidden: „O Heere Jezus, help me!"

De weken verstrijken zonder dat er wat gebeurt. Maar op de beide afgelegen boerderijen dringt toch het oorlogsrumoer door. Ze horen van de gruweldaden die de Duitse legers de „ketters" aandoen, al worden ze dapper bestreden door de legers van Gustaaf Adolf, de sneeuwkoning. Maar die heeft zélf zijn leven al gegeven voor zijn geloofsgenoten.

Aan Margaretha gaan die geruchten echter grotendeels voorbij. Zij is van uur tot uur bezig met haar geestelijke problemen. Maar gesloten als ze is, durft ze aan niemand haar nood te zeggen. En zo hoort ook niemand het, als God haar tenslotte licht zendt in de duisternis en zij Christus als haar persoonlijke Verlosser mag aanvaarden.

Ze zwijgt, want nog steeds weet ze niet wat ze moet doen: blijven of naar huis gaan. Daar kan ze immers betrekkelijk veilig leven?

Op een mooie avond wordt de vredige stemming op de hoeve Hintz opeens ruw verstoord door snelle voetstappen. Buurman Droewis holt het erf op en roept met ontdane stem: „Haast u, maak het vee los en laat ons in het bos vluchten! De vijanden komen, ze zijn nog maar een half uur van ons vandaan!"

(Wordt vervolgd)

Dordrecht, Mevr. A. Korpershoek-de Joode

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1978

Daniel | 20 Pagina's

MARGARETHA MOET KIEZEN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1978

Daniel | 20 Pagina's