JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE NAMEN VAN ONZE KINDEREN

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE NAMEN VAN ONZE KINDEREN

7 minuten leestijd

In onze verkeringstijd

Als we jong zijn, misschien verkering hebben, ja, verloofd zijn en trouwplannen maken, mogen we best over de toekomst praten. Wanneer we er altijd bij bedenken en bij beleven: „zo de Heere wil en wij leven zullen", mogen we met de jongen of het meisje dat de keuze van ons hart is, best onze plannetjes maken en alles alvast samen bespreken.

Maar als we het werkelijk met elkaar menen, zullen we ons niet alleen vermeien met de meest zonnige toekomstbeelden. Neen, ook ernstiger vragen gaan we dan niet uit de weg. Hoeveel paartjes hebben niet in de roes van hun verliefdheid de vraag „Waar zullen we naar de kerk gaan? " voor zich uit geduwd omdat die vraag dreigde een wolkje voor de zon te schuiven? Erg dom, want als de band, die tussen jou en je verloofde gegroeid is, nü die vraag niet doorstaan kan, dan kan hij 't ook niet na 't trouwen. Eerlijk afspreken, dat is veel beter. Gewoon elkaar beloven hoe je 't doen zult. En ook met vader en moeder erover praten.

In ons huwelijk

Zoals we voor ons trouwen bezig moeten zijn met bepaalde vragen, zoals de kerkgang, zo kunnen we in ons huwelijk weer met andere vragen bezig zijn.

Aan één van die vragen werd ik herinnerd bij het lezen van het mooie gedichtje: „Ik leg de namen van mijn kinderen in Uw handen". Dit gedichtje staat op een siertegeltje dat tegenwoordig in veel huiskamers hangt. Het herinnert de ouders steeds weer aan de noodzaak van het gebed voor hun kinderen. Dat is de positieve kant. Maar bij het zien van dit tegeltje vraag ik me ook wel eens af of die mensen dan nooit met een biddeloos hart te kampen hebben.

Is het gevaar niet groot, dat het gebed voor de kinderen uit niet meer bestaat dan het ophangen van zo'n tegeltje? Het gebed voor onze kinderen is noodzakelijk, maar er is, dacht ik in alle bescheidenheid, nogal een afstand tussen het gelovige, met nadruk, levendig, pleiten op de beloften van Jesaja 49 en 54: „Zie Ik heb u in de beide handpalmen gegraveerd" en „Al uw kinderen zullen van de Heere geleerd zijn" en het in een gevoelig-godsdienstige opwelling mooi vinden van dit gedichtje.

Wanneer begint het?

De vraag is hier op zijn plaats: wanneer begint het gebed voor onze kinderen? Toch ook dan al, als ze nog geen naam hebben, als ze als een borduursel gewrocht worden. Kennen onze aanstaande moeders, kennen onze jonge vaders, die het wonder van de zwangerschap voor het eerst of bij vernieuwing mogen meebeleven, al het gebed voor het vruchtje, dat God in aanzijn riep?

Opdat het een zaad zou zijn dat de Heere gezegend heeft? Als dat gebed er inderdaad is zullen we vast ook met zorg de naam voor het ons toevertrouwde kind kiezen. Als we de namen onzer kinderen in Gods handen leggen, dan hebben we die namen — mag ik veronderstellen — niet aan een door damesbladen opgedrongen mode ontleend. Onze meisjes dragen dan toch niet de namen van prominente filmsterren, onze jongens niet de namen van helden van de beeldbuis?

Ik weet dat ik op een teer terrein kom. En men verdenke mij er niet van dat ik iemand zou willen kapittelen. Of iemand op zijn of haar naam zou willen aankijken. Of dat we persé alleen bestaande familienamen moeten handhaven. Maar toch De namen van onze kinderen zijn de namen waarmee ze in Sion worden ingelijfd. Natuurlijk, ik heb Yolanda's, Astrids en Irenes gehad, die mijn liefste catechisantjes waren. Er zullen Sylvia's, Karins, Harolds en Marco's staan geschreven in het boek des levens, maar toch is de vraag gerechtvaardigd: toen we die namen bedachten, was er toen een waarachtig besef dat wij onze kinderen een naam gaven, die we in het geloof in Gods handen konden leggen?

Namen geven in de Bijbel

Het geven van een naam is in de Bijbel een belangrijke aangelegenheid. Let eens op de zorgvuldigheid die de patriarchen en anderen betrachtten bij het geven van namen. Zij gaven hun kinderen niet alleen een naam om hen zo gemakkelijker van anderen te onderscheiden, zij hadden een hoger oogmerk. Zij gaven namen om door God geschonken weldaden in gedachtenis te houden, om iets aan te duiden dat komen zou of om aan bijzondere plichten te herinneren.

Ook de gewoonte om kinderen de naam van de (groot)ouder te geven was in Israël aanwezig. Denk maar aan de buren van Zacharias, die zijn zoon dezelfde naam wilden geven.

Namen geven is een ernstige, christelijke aangelegenheid. Ik bedoel niet, dat wij als de oudtestamentische vromen een profetie, een diepe, religieuze betekenis in de namen van onze kinderen behoeven te leggen. Maar toch moeten we die namen met zorg en ernst kiezen.

Christelijke levensstijl

De christelijke levensstijl slijt snel af, een goed vaderlandse geaardheid wordt gemakkelijk ingeruild voor een hang naar de klatergoudsfeer van de wereldse mode. Waarom is Klaas, Gert, Piet, Jan, Kees, Harm, Eimert, Tiemen, Barend, Sietske, Maarten voor de jongens niet goed genoeg? Kunnen onze meisjes niet als Jans, Nel, Koosje, Geertje, Lenie, Truus, Marie, Mien door de wereld? Het heugt mij nog als de dag van gisteren dat na de geboorte van onze kroonprinses op 31 januari 1938 haar naam BEATRIX op de kansel gegispt werd omdat hij van heidense oorsprong was.

De naam moest betekenen: „Zij die gelukkig maakt". Waren er geen andere koninklijke namen, of desnoods bijbelse, als er naar een betekenisvolle naam moest worden gezocht? Welk geluk bedoelden Prinses Juliana en Prins Bernhard? Wat toonde dan Koningin Wilhelmina een andere geaardheid, toen zij haar dochter naar de stammoeder van haar huis noemde! In augustus 1939 herhaalden zich de strenge filipika's van de rechtzinnige predikanten, toen onze tweede prinses IRENE werd genaamd: Zij, die vrede aanbrengt. Irene, godin van de vrede. Een naam van puur heidense oorsprong.

Is het wonder dat onze predikanten thans een gevoel van teleurstelling en boosheid bekruipt als de meest rechtzinnige ouders, niet wetend, hun Irenes ten doop houden? Om nog maar te zwijgen over de bejaarde artikel-achters in onze kringen, die tijdens een doopplechtigheid hun tong breken over de verengelste en verfranste en verzweedste namen.

Altijd al

Er is in principe niets nieuws onder de zon. Het namen-geven heeft altijd al mode-trends ondergaan. Zelfs kan het zo zijn dat bijbelse namen „in" zijn. Ofschoon we in de Bijbel mooie namen vinden, met name voor meisjes, is ook hierbij ontsporing niet denkbeeldig. Als illustratie daarom een citaat uit het boekje „Plichten der ouders" van Ds.

Jacobus Koelman. Hij schrijft in zijn typische 17e-eeuwse trant:

„Let daarop, dat gij uwen kinderen bij den doop goede en Christelijke namen geeft, — namen van goede betekenis, die de kinderen tot zulke deugden, als de namen medebrengen of herinneren, kunnen opwekken; - namen, die zodanige heiligen hebben gedragen, welker exempelen opmerking en navolging waardig zijn; en indien gij iemand van uw geslacht of maagschap wilt vernoemen, zo neemt acht, dat het vrome en godzalige lieden geweest zijn, of zijn, om daardoor uw kinderen tot navolging te bewegen. Vermijdt de namen van God, Christus, engelen, óf van gebrandmerkt goddelozen te geven, als: Emanuël, Beatrix (= zaligmaakster), Engel of Engeltje, Jezabel, Absolom enz. Wacht u ook van uwen kinderen namen te geven van beesten, als van Haasje, Schaapje, Aaltje, Zwaantje, Duifje, Vogeltje, enz. Het is een smaad omtrent de instelling van den doop, en eene kwelling en smart daarna voor vrome kinderen, die gedenken, dat ze door hun ouders bij hun doop zulke beestennamen hebben ontvangen, en daarmede in de rol van Christus' soldaten en huisgenoten zijn aangetekend".

Hoewel velen van jullie nog niet te maken hebben met het geven van namen, is het zinvol hierover toch reeds na te denken. Daar kun je later veel moeilijkheden mee voorkomen.

Laten wij ook in dit opzicht elkaar opwekken tot een heilige, voorzichtige wandel.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1978

Daniel | 20 Pagina's

DE NAMEN VAN ONZE KINDEREN

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 13 januari 1978

Daniel | 20 Pagina's