JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

JAN LUIKEN OPNIEUW IN DE BELANGSTELLING

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

JAN LUIKEN OPNIEUW IN DE BELANGSTELLING

5 minuten leestijd

Het is de uitgeverij „De Banier" in Utrecht, die op de goede gedachte is gekomen om een serie werken van de bekende dichter-etser Jan Luiken opnieuw van de persen te laten rollen.

Je zou kunnen stellen, dat deze uitgeverij hiermee een zekere traditie voortzet, immers, al eerder verschenen bij haar de herdrukken van de Statenbijbel, het werk van Flavius Josephus en „vader" Cats. De heruitgave van het werk van Luiken sluit aan bij de hernieuwde belangstelling in onze tijd voor zijn ets-en schrijfkunst. De bekende dichtwerkjes en etsen zie je tegenwoordig veel als glas-in-lood raampjes. Ook tegels, serviesgoed, ingelijste etsen, prentbriefkaarten e.d. gaan grif over de toonbank.

De opzet van „De Banier" is, dat er naast de „Schriftuurlyke geschiedenissen en gelykenissen van het Oude en Nieuwe Verbond" (twee delen) een tiental boekjes wordt uitgegeven. Inmiddels verschenen „Des mensen begin, midden en einde" (met levensbeschrijving, f 14, 75), „De onwaardige wereld" (f 19, 75), „Zedelijke en Stichtelijke gezangen" (ƒ 24, 75), „Goddelijke liefdevlammen" (ƒ 19, 75), „Jezus en de ziel" (f 17, 50) en „De Byekorf des gemoeds" (f 29, 75), terwijl het de bedoeling is dat heruitgaven van zijn bekende „Voncken der liefde Jesu", „Spiegel van het menselijk bedrijf of honderd ambachten", „Beschouwingen der wereld" en „Het leerzaam huisraad" zullen volgen.

Bij voorintekening en aanschaf van de gehele serie wordt korting verleend.

De boeken, uniform van formaat en kleur, zien er keurig verzorgd uit. De afbeeldingen zijn erg duidelijk en geven ons een uitstekend beeld van het leven in ons vaderland van zo'n drie eeuwen terug. De tekst is de authentieke.

Mijns inziens zijn deze boeken ook goed te gebruiken op de scholen, zowel voor klassikaal gebruik als voor de individuele boekenlijst. De waardevolle suggesties van de heer J. Koppejan in het blad „De Reformatorische school" (5e jrg. nr. 10) voor behandeling van het werk van Cats bij het basisonderwijs zijn zeker ook toepasbaar op sommige van bovengenoemde boeken van Jan Luiken. Wellicht hebben de lezers van dit blad ook interesse voor de levensloop van Jan Luiken, een beknopte beschrijving laten we daarom volgen.

In 1628 vestigt een zekere Caspar Luiken zich als schoolmeester te Amsterdam, in zijn tijd centrum van kunstenaars (en vrijdenkers) in de Republiek. Na zijn huwelijk met Hester Coores in 1633, verlaat Caspar Luiken de Hervormde Kerk om zich aan te sluiten bij de Remonstrantse Broederschap. Toen in 1649 Jan Luiken, als vijfde telg, werd geboren, was vader Caspar inmiddels sympathisant geworden van

Galenus Abrahamsz. de vrijzinnige voorganger van de Doopsgezinden. Vader Luiken is een ernstig man, die het streven naar geld, wellust en kennis afwijst. Hij is chiliast en vermaant zijn zoon Jan voortdurend. Caspar Luiken stelt na schooltijd o.a. een emblematabundel samen, een verzameling etsen met toelichtende gedichtjes „tot leeringhe". Uitgever is Christoffel Luiken, een broer van Jan. Aanvankelijk volgt Jan Luiken een schildersopleiding maar ook hij gaat schrijven en etsen maken. In 1671 verschijnt zijn „Duytsche Lier", door velen geroemd als een prachtige serie minne-en natuurliederen. Hij schijnt er in die tijd nogal frivool op los geleefd te hebben. Velen zien in het onderstaande gedicht echter al een bezinning wellicht beïnvloed door zijn vader.

Droom is 't leven anders niet, 't Glyt voorby gelyk een vliet, Die langs steyle boorden schiet, Zonder ooit te keeren, d' Arme mensch vergaap! zyn tyd Aan het schoon der ydelheid, Maar een schaduw die hem vlyt, Droevig wie kan 't weeren? d' Ouwe Gryze blyft een kint, Altyd slaap'rig, altyd blind; Dag en uure, Waart, en duure, Word verguigeld in de wind. Daar mee glyt het leeven heen. 't Huis van vel, en vlees, en been, Slaat aan 't kraaken, d' Oogen waaken, Met de dood in duisterheen.

In 1672 huwt Jan Luiken met Maria den Ouden, een vrouw van remonstrantse overtuiging, die bekend was om haar zang. Hun eerste kind heet Caspar, het wordt door een remonstrantse predikant gedoopt. De volgende vier kinderen worden echter niet gedoopt, omdat de familie zich dan inmiddels heeft aangesloten bij de Doopsgezinde Gemeente, die de kinderdoop verwerpt. Maar zijn levensbericht vermeldt:

„In het 26ste jaar zijns levens is hem de HEERE op krachtdadige wijs aan zijn herte verscheenen "

Hij gaat na zijn bekering een ander leven leiden en is bij de vromen te vinden. Later is wel beweerd, dat zijn bekering volgde na het plotseling overlijden van een vriend. Jan Luiken had hem gegroet met de woorden „Zo God wil, zien we elkaar spoedig weer". Waarop de vriend zou hebben geantwoord dat het hem onverschillig was of God dat wilde of niet. Kort daarop stierf die vriend. Jan Luiken maakt na zijn bekering geen naaktschilderijen meer, maar wil zijn gaven voortaan besteden om van God te getuigen en zijn naasten tot bekering op te wekken. Hij wil wegwijzer worden. Zijn werk getuigt daarvan en het ware te wensen, dat allen die tegenwoordig zijn etsen en gedichten aanschaffen uit gevoel voor romantiek of als curiosa die boodschap zouden verstaan.

Jan Luiken probeert ook de exemplaren van zijn „Duytsche Lier" die hij nu te lichtzinnig vindt op te kopen, maar een handige uitgever zorgt er wel voor dat er volop voorraad blijft.

In 1682 overleed zijn vrouw, ook vier van de kinderen overlijden eerder dan hun vader. Jan Luiken maakte de etsen voor een Nederlandse vertaling van de „Christenreis" van John Bunyan. Wellicht was de vertaler ds. Jacobus Koelman, met wie Jan Luiken goed bevriend was. Zoon Caspar treedt in de voetsporen van Jan, o.a. de etsen in „Het menselijk bedrijf" zijn van zijn hand. Aanvankelijk ontvlucht Jan Luiken het drukke Amsterdam om zich achtereenvolgens in de omgeving van Haarlem en Hoorn te vestigen. Later werken vader en zoon weer in Amsterdam. De zoon wandelt eerst ook niet op „de smalle weg", maar als Caspar junior in 1708 sterft, blijkt uit de brieven van Jan Luiken dat hij tot het geloof gekomen is. Schoondochter en kleinkind Joannes wonen nadien bij Jan in.

In 1712 is, na een werkzaam leven, Jan Luiken overleden. Maar door zijn werk mogen we van hem zeggen, dat hij nog spreekt nadat hij gestorven is

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1977

Daniel | 24 Pagina's

JAN LUIKEN OPNIEUW IN DE BELANGSTELLING

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1977

Daniel | 24 Pagina's