JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

VRIENDSCHAP (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

VRIENDSCHAP (2)

8 minuten leestijd

De Kerstdagen waren voorbij. En daarna kwam Martin weer en deed alsof er niets gebeurd was. Wel vertelde hij opgewonden over het „machtige stereoapparaat" dat hij van z'n vader gekregen had. Alex voelde de jaloezie opkomen, 't Jonge, zoiets zou hij niet krijgen van z'n ouders! En hij vergat de eenzaamheid en het verdriet dat hij in Martins ogen en stem gezien en gehoord had.

't Werd Oudejaarsdag. Om de beurt gooiden ze steentjes op het ijs. 't Was maar een dun vliesje dat de sloot bedekte. Alleen de hele kleine steentjes bleven op het ijs liggen. Het spelletje verveelde hen gauw. Ze slenterden verder. Opeens snoven ze een geur op die hoorde bij de oudejaarsdag. „Hmm, oliebollen", zeiden ze gelijktijdig. „Waar komt die lucht vandaan? Van de boerderij? " vroeg Martin. Alex knikte.

„Joh, laten we daar eens gaan kijken", stelde Martin voor. „Ik zou die boerderij best eens willen zien. Ik heb nog nooit een echte boerderij van binnen gezien. En wie weet, misschien krijgen we dan ook wel een oliebol". Alex wilde weigeren, maar Martin trok hem al mee. „Nee joh, ik heb geen zin", weerde Alex af, maar Martin zei: „Doe niet zo flauw joh". Samen liepen ze, Alex met tegenzin, het pad op. Martin keek belangstellend om zich heen. „Wat ziet alles er netjes uit", zei hij waarderend. De hond sloeg aan, maar Alex liep snel op hem toe, bukte zich: „Koest Astor. Goed volk". Meteen begon de hond te kwispelen en legde z'n grote poten op Alex schouders, zodat deze bijna z'n evenwicht verloor. „Dat lijkt me nou geweldig om een hond te hebben", zei Martin en Alex zag het verlangen in z'n ogen. „Iemand die je opwacht en begroet als je thuiskomt". Zó ernstig had Alex Martin nog nooit gezien. Ze liepen verder. Alex voelde zich onbehagelijk. Waarom was hij toch meegegaan? Wat moest hij zeggen als ze opeens voor JanKees zouden staan? 't Was melktijd, bedacht hij, dus JanKees en ouwe Bart zouden wel in de stal zijn. Dan moesten ze de stal ontwijken! En gehaast zei hij: „We gaan niet in de stal hoor. Daar staan de koeien enne..... koeien kunnen soms gevaarlijk zijn". Martin slikte het.

„Maar ik wil wel even voor het raampje kijken", zei hij. De raampjes stonden op een kier open en ze snoven de warme stallucht op. Ze keken en zagen JanKees staan die zich even uitrekte. Ze zagen ook ouwe Bart en hoorden hem plagend vragen: „Zijdde gij 't zat? Dan mot ge geen boer worden jonk!" Lachend schudde JanKees z'n hoofd. „Bart, boer zijn in fijn. 'k Zou niet anders willen", en Alex en Martin hoorden het entoesiasme doorklinken in z'n stem. „Maar 't is iedere dag wél lang en hard werken", voegde hij eraan toe. „In het zweet uws aanschijns zult gij brood eten", zei ouwe Bart, „en, och jongen, iedere dag geeft de Heere ons ons dagelijks brood en méér dan dat". Even verhardde het gezicht van JanKees. „Wat je zegt is waar Bart en toch toch is het onrechtvaardig. Wij moeten er hard voor ploeteren en andere mensen kijk maar eens naar die van Meegeren, de vader van die nieuwe vriend van Alex, die worden slapende rijk". Alex en Martin stonden gespannen. Erg duidelijk kwamen de woorden vanuit de stal niet tot hen door. Toch konden ze alles verstaan. Ze zagen hoe het gegroefde, gerimpelde gezicht van ouwe Bart heel ernstig stond. „Of het onrechtvaardig is? Ge weet m'n huisje te vinden eh? Daar wil ik wel eens een babbeltje met je over hebben. Maar nou efkes over die

laatste opmerking van je. — Beter een weinig met gerechtigheid dan een veelheid van inkomsten zonder recht —.

En beter in een huis te wonen waar liefde de rest hoorde Alex niet meer. Bij die laatste woorden van ouwe Bart had Alex wat schuw opzij gekeken en even flitste het door hem heen: , , 't Is gemeen om hier te staan en anderen af te luisteren", maar meteen werd z'n aandacht weer getrokken naar Martin. Hij zag hoe hij z'n knokkels wit kneep. Plotseling draaide hij zich om en liep weg. Even stond Alex besluiteloos. Wat moest hij doen? Martin laten gaan? Martin en hij waren toch vrienden? Dat moest hij nu dan tonen! Met een paar snelle passen had hij hem ingehaald en zwijgend liepen ze naast elkaar. De eerste woorden die Alex zei: waren: „Ga mee naar m'n kamer". Martin schudde z'n hoofd, maar Alex drong aan. Wéér schudde Martin z'n hoofd. „Nee Alex, laten we maar een punt zetten achter onze vriendschap. Je hoorde toch wel wat die ouwe man zei? —

Een veelheid van inkomsten zonder recht —. Dat is de waarheid. M'n vader doet goede zaken ja maar op een oneerlijke manier. En ik pakte altijd mooi het geld en de kado's aan. Anders had ik toch niets! Ik kocht jouw vriendschap met geld. Ik was jaloers op jouw vroegere vriendschap met Jan-Kees. Jullie hadden het zo fijn. Zo zou het tussen ons nooit geworden zijn.

JanKees en jij vinden het vanzelfsprekend dat jullie een fijn thuis hebben. Een huis waar liefde woont. Dat is bij ons niet zo. Daarom liet ik je ook nooit bij ons thuis komen. Ik was bang dat je m'n vader en m'n moeder in een ruziebui zou aantreffen. Toen je met Kerst kwam, was ik alleen. M'n vader en m'n moeder waren allebei weg. Naar de stad. Samen Dan leek het voor de mensen uit de buurt of ze samen op visite gingen. Maar in de stad ging m'n moeder naar een vriendin en m'n vader? ? Jij hebt een fijne vader en moeder. Als ik met jou meegegaan zou zijn met Kerst, zou ik steeds aan m'n eigen vader en moeder hebben moeten denken enne nou ja, dat wilde ik niet. Dan bleef ik liever thuis. Enfin, je weet nu hoe het is. Ik had het je niet willen vertellen, maar nu weet je alles. Dan ga ik nu maar. Bedankt voor je vriendschap". Oneindig triest klonken die laatste woorden en Alex zag hoe Martins ogen zich vulden met tranen die hij met een driftig gebaar van z'n hand wegveegde. Martin draaide zich om en wilde weglopen, maar Alex hield hem staande. „Niet weggaan Martin, ik eh ik wil wél je vriend blijven. Enne ik ga straks eerst naar JanKees. Ik heb hem lelijk behandeld door hem zo links te laten liggen. Misschien kunnen we met z'n drieën wel vriend worden. Enne dan zullen we jou helpen, 't Komt misschien nog wel goed met je moeder en vader. Daar mag je toch voor bidden? " Pas veel later, toen Martin al weg was, voelde Alex een kleur omhoog kruipen. Dat hij dit zomaar tegen Martin had durven zeggen! En toch toch was het goed zo. Martin bleef die avond thuis. Uit de bungalow straalde overal licht, dus z'n vader en moeder waren thuis, begreep Alex. Na afloop van de kerkdienst 's avonds ging Alex op een drafje Jan-Kees achterna. Ouwe Bart zag hen samen weglopen. Vlak voor het doktershuis namen ze afscheid. „Tot morgen". Het laatste gedeelte naar de boerderij liepen JanKees en ouwe Bart samen. Kort vertelde JanKees. Er was blijdschap in z'n stem. Ouwe Bart knikte en zei bedachtzaam: „Dat zal niet meevallen jonk. Maar 't is goed. Die Martin is eenzaam. Maar waak ervoor dat Alex en jij niet opnieuw samen gaan optrekken. Open en eerlijk zijn en elkaar helpen. En betrek ook de Heere erin!" JanKees knikte heftig.

't Is Nieuwjaarsdag. Vanaf z'n vaste plaats kijkt ouwe Bart de oude dorpskerk in. Links van hem zitten JanKees, Martin en Alex. Hij glimlacht. Een goed begin van het nieuwe jaar! Ze zullen het niet gemakkelijk krijgen, die drie jongens. De vriendschap zal helemaal opgebouwd moeten worden. Hoe lang zal Martins vader het nog vol kunnen houden als „groot mijnheer" te leven? Er zullen nog moeilijke tijden komen. Maar juist dan zal blijken wat hun vriendschap waard is.

— Ik hef mijn ogen op tot U, Die in de hemelen is — is de tekst voor die eerste dag van het nieuwe jaar.

De ogen opheffen tot God, dat is nodig, voor alles, 's Heeren hulp en nabijheid vragen voor ziel en lichaam. Wéér kijkt ouwe Bart naar de jongens. Met 's Heeren hulp zal hun vriendschap hecht en sterk kunnen worden. Dan concentreert hij zich op de preek. En JanKees, Martin en Alex. Ook zij

luisteren. — Ik hef mijn ogen op tot U —.

De dienst is afgelopen. Zacht speelt het orgel:

Dat 's Heeren zegen op u daal, Zijn gunst uit Sion u bestraal.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1977

Daniel | 24 Pagina's

VRIENDSCHAP (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 30 december 1977

Daniel | 24 Pagina's