VRIENDSCHAP (1)
In een oud, statig huis, waarvoor enkele oude kastanjebomen staan, woont Alex van der Valk. Het huis staat aan de rand van het dorp, een kwartier lopen (een kwartiertie goans, zeggen de dorpelingen) van de dorpskern. Vroeger was dat centrum slechts te bereiken langs de lange weg, waar aan weerszijden de huizen en boerderijen staan. In de loop der jaren is het dorp uitgebreid. Op de vroegere wei-en akkergronden zijn huizen verrezen. Nieuwe woonwijken werden uit de grond gestampt. Ook zijn er enkele bungalows gebouwd. In één ervan woont Martin van Meegeren. Martin woonde eerst in een flat in de stad, maar de zaken van het bedrijf waar z'n vader directeur van is gaan zo goed, dat er 's zomers een bungalow in het dorp betrokken werd. Tussen de nieuwbouwwijken liggen enkele boerderijen, omringd door vlak land. De boerderijen lopen gevaar opgeslokt te worden door de steeds verder opdringende betonblokken. Het groen van gras en akkers verdwijnt om plaats te maken voor het grauwgrijs van huizen en straten. Op één van die boerderijen woont JanKees van Putten. Jankees en Alex zijn vanaf de kleuterschool vrienden geweest. Altijd waren ze samen. Meestal waren ze op de boerderij te vinden, waar altijd wel wat te beleven was. Ook maakten ze lange zwerftochten door de polders en de grienden. Soms ging Bart („ouwe Bart" noemden de jongens de knecht van boer van Putten) ook mee. Ze genoten van die tochten met Bart. Zelfs de meester van school wist niet zoveel over de natuur als ouwe Bart. Hij wees de jongens op zeldzame planten, leerde hen de namen van talloze vogels, vertelde er bijzonderheden over. Het laatste jaar kwamen die gezamenlijke ontdekkingstochten zelden meer voor. Dat kwam omdat Bart te oud werd. „Ik wil wel jongens, maar m'n botten werken niet meer mee". Er was nog een tweede reden. De vriendschap tussen JanKees en Alex bekoelde. Toen ze van de Lagere School kwamen, ging JanKees naar de Landbouwschool en Alex naar de Havo. Ze beloofden elkaar plechtig vrienden te zullen blijven. Het fijnst waren de dagen dat ze er samen opuit trokken. En de avonden die ze bij oude Bart doorbrachten. En toen kwam Martin van Meegeren in het dorp wonen. En vanaf die tijd werd alles anders. Martin ging ook op de Havo en zocht kontakt met Alex. Samen maakten ze hun huiswerk (altijd bij Alex thuis want om de een of andere reden was Martin liever bij Alex dan thuis. Alex vroeg hem niet waarom dat zo was en Martin vertelde er nooit iets over. Hij had het ook nooit over z'n vader en moeder) en Alex kwam steeds minder bij Jan-Kees. Hoe dat kwam kon hij niet precies zeggen. Met JanKees kon je veel plezier hebben, maar ook heel ernstig praten over onderwerpen, waar hij zelfs met z'n ouders niet over sprak. Over God, dood, leven, zonde. Met Martin was het heel anders. Met Martin praatte hij nooit over ernstige dingen. Soms probeerde hij het, maar dan werd Martin zwijgzaam. Eigenlijk was Alex helemaal niet zo blij met die vriendschap, maar als je in 't zelfde dorp woonde en op dezelfde school zat, kon je elkaar toch niet links laten liggen? Daar kwam nog bij dat Martin erg royaal was. Hij had altijd de beschikking over volop geld. Trakteerde op patat, een flesje fris, soms een flesje bier. Alex vond het helemaal niet lekker, maar wilde toch meedoen. En hij voelde een wrok opkomen tegen z'n ouders. Hij kreeg wel zakgeld, maar in vergelijking met het geld dat Martin altijd bij zich had, kreeg hij maar een schijntje.
En het was toch wel fijn om zoveel geld te hebben. Om te kunnen kopen waar je zin in had. En het was toch wel fijn dat Martin z'n vriend wilde zijn. Op een zaterdagavond gingen ze een eindje lopen en zagen in de verte Jan-Kees aankomen. Alex voelde zich warm worden. Wat moest hij doen? Vragen of JanKees ook meeliep?
„Daar eh komt een vroegere vriend van me aan", zei hij. „JanKees van Putten, van de boerderij". Hatelijk minachtend klonk Martins stem toen hij zei: „Was dat een vriend van jou? Zo'n boerenknulletje? Dan passen wij, een directeurszoon en een dokterszoon, beter bij elkaar." En Alex? Hij hield laf z'n mond. Toen JanKees voorbij liep, groette hij hem onverschillig. Hij zag dat JanKees aarzelde, keek hem voorbij. Toch merkte hij de bezeerde blik in z'n ogen op. En vanaf die tijd ontweek hij JanKees. Hij kwam niet meer op de boerderij, schaamde zich. Voelde z'n vroegere vriend verloochend te hebben. Hij ontweek ook ouwe Bart. Ouwe Bart, die op een keer toch plotseling voor hem stond en verdrietig verwijtend zei: „Jij handelt verkeerd jonk". Hij was weggevlucht. Hij wist dat ouwe Bart gelijk had, maar het was zo moeilijk om schuld te bekennen. Hij werd naar twee kanten getrokken. Hij miste de vriendschap van JanKees, maar wilde ook Martin niet loslaten. Waarom niet? Omdat Martin, ondanks z'n branie, vaak zo eenzaam leek.
De Kerstvakantie brak aan. Geen sneeuw, geen ijs. Iedere dag grauwe luchten en regen. Alex verlangde naar de warme, gezellige bedrijvigheid op de boerderij. Hij was blij toen Martin kwam. Liet hem z'n verzameling vlinders zien. Martin was vol belangstelling en stelde allerlei vragen. Maar toen Alex hem vertelde over de tochten met JanKees, over ouwe Bart, over het gezellige gezin van boer van Putten, werd Martin zwijgzaam. Het gesprek vlotte niet meer. En Alex wist zelf niet hoe hij er toe gekomen was om Martin dit allemaal te vertellen. Toen Martin wegging zei hij: „Mijn kamer is veel groter en mooier dan de jouwe". Uitdagend antwoordde Alex daarop: „Nou, die zou ik dan wel eens willen zien". Maar, zoals steeds, wimpelde Martin het af. Waarom toch?
Het werd Kerst. Alex hoopte dat z'n vader niet zo vaak weggeroepen zou worden als het vorige jaar. Z'n moeder, die vaak ziek was, voelde zich deze dagen vrij goed en ging mee naar de kerk Alex ging breeduit zitten om zo een plaatsje open te houden voor Martin. Alex ouders hadden Martin uitgenodigd de Kerstdagen bij hen door te brengen. Martin had ja noch nee gezegd. Orgelspel vervulde de kerk. De dienst begon, maar Martin was er niet. Al vlug vergat Alex z'n vriend en een eerbiedige verwondering vervulde z'n hart, toen hij de zo bekende woorden hoorde — dat u heden geboren is de Zaligmaker —. Hij, Die zalig maakt. Die verloren zondaren wil redden. Ook hem? Pas bij het uitgaan van de kerk dacht hij er aan dat Martin niet gekomen was. Een eind voor zich uit zag hij JanKees lopen. Onbereikbaar,
's Middags toen moeder orgel speelde en vader rustig pijprokend zat te lezen, werd hij onrustig. Tenslotte zei hij: „Ik ga even naar Martin". „Probeer hem mee te krijgen. Hij is welkom", zei moeder en z'n vader knikte instemmend. Wat later liep Alex, vechtend tegen de wind en in de stromende regen, naar de bungalow waar Martin woonde, 't Viel hem op hoe koud en ongezellig het huis eruit zag. Afwijzend haast, 't Duurde lang voordat de deur geopend werd. „Wat kom je doen? " vroeg Martin met een afwerende blik in z'n ogen. Alex voelde het water uit z'n jas druipen en opeens voelde hij zich belachelijk. „Ik eh " stamelde hij, „ik eh had erop gerekend dat je vanochtend in de kerk zou zijn en toen je niet kwam dacht ik dat je misschien ziek zou zijn. Nou enne daarom kom ik even kijken. Enne vragen of je met me meegaat". Martin lachte luid en hard en zei spottend: , , Die Alex! Ik had toch niet beloofd dat ik zou komen? Ik heb uitgeslapen, maar ben kiplekker. Bedankt voor je meeleven hoor, maar ik vermaak me hier best. Ga jij maar weer fijn gezellig met je vader en moeder Kerstfeest vieren". Alex voelde zich kwaad worden en was diep beledigd. Hij wilde zich omdraaien en weglopen, maar iets in Martins stem deed hem opkijken en hij zag dat Martins spottende stem in tegenspraak was met z'n ogen. In z'n stem had naast spot ook verdriet geklonken en in z'n ogen las hij eenzaamheid. Dat verwarde hem. Z'n kwaadheid ebde weg. Plotseling sloot Martin vlak voor z'n neus de deur. En daar stond Alex in de regen. Hij had beter gedaan thuis te blijven. Thuis,
waar het warm en gezellig was. Wat was het toch moeilijk! Eerst verspeelde hij de vriendschap met JanKees en dat door z'n eigen schuld, en nu dit weer. Moedeloos sjokte hij naar huis. De regen maakte hem huiverig en nat. Maar ook van binnen was hij koud. Kerstfeest? Was hij dezelfde jongen, die vanochtend in de kerk zat, de woorden indrinkend? Nu was hij zo koud, zo leeg. Zacht prevelde hij: „Vergeef me Heere".
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 16 december 1977
Daniel | 20 Pagina's