JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE HEERLIJKHEID VAN SION

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE HEERLIJKHEID VAN SION

8 minuten leestijd

(Psaim 87)

Wanneer deze psalm gedicht is, weten we niet. Het is in ieder geval een Sions-lied. Sion, dat is de stad Jeruzalem, de Godsstad. De heerlijkheid van Sion wordt in deze psalm bezongen, en daarin de heerlijkheid van God Zelf.

Want waarom is Sion zo heerlijk? Er waren toch wel grotere steden in het oosten, zoals Ninevé en Babel. Maar dan blijkt uit deze psalm, dat Sion zo heerlijk is, omdat zij door God bemind wordt, omdat de Allerhoogste Zelf haar bevestigt. Dus de heerlijkheid van Sion ligt alleen in die God, die haar verkoren heeft.

Toch moeten we als het hier gaat over Sion verder zien, dan de stad Jeruzalem. Sion is beeld van de Kerk des Heeren. De Kerk is het geestelijk Sion. De Oudtestamentische Sions-profetieën, waartoe ook deze psalm behoort, zijn in het aardse Sion slechts ten dele vervuld; zij vinden een rijkere vervulling in de Kerk van het nieuwe Testament en zij vinden hun volkomen vervulling in het nieuwe Jeruzalem, dat boven is. Zo ziet ook Calvijn in deze psalm een voorzegging van de heerlijkheid van Gods Kerk. En zo willen ook wij deze psalm bezien.

De stad Jeruzalem is gebouwd op bergen, hier „bergen der heiligheid" genoemd. Waarom zijn deze bergen heilig? Omdat God ze verkoren heeft, omdat God ze tot Zijn woonplaats verkozen heeft. Zo heeft de Heere ook Zijn kerk verkozen. De grondslag van Gods Kerk ligt in de eeuwigheid op de bergen der heiligheid. Een berg is in Gods Woord een beeld van vastheid, onwrikbaarheid. Probeer die machtige bergen eens om te stoten. Dat is onmogelijk! Zo vast ligt nu Sion, als die machtige bergen. Gods Kerk ligt als het geestelijk Sion vast in het eeuwig welbehagen van de verkiezende God. De Heere heeft Zijn Volk uitverkoren, niet om waarde in hen, maar alleen uit eeuwige liefde. De HEERE bemint Sion dan ook, boven alle koningen van Jakob, dat wil zeggen boven alle andere steden van Israël. „Ik heb u liefgehad met een eeuwige liefde" zegt de Heere. Sion ligt vast in de liefde van de eeuwige God, in Zijn verkiezend welbehagen, in de doorboorde handen van Christus, in Wie de Heere Zijn Sion verkoor. Dat is het Evangelie van de uitverkiezing. Dan blijft Sion zo onwrikbaar vast, dat de duivel en heel de hellemacht haar aan God niet ontroven kan. Zouden we er niet naar moeten uitzien om tot dat Sion te mogen behoren? Je zegt misschien: „Maar als ik niet bij die uitverkorenen hoor, dan is het toch hopeloos. Dan kan ik bidden en roepen en kerkgaan, maar dan helpt dat alles niets!" Spreek zo niet, want dan rekenen wij met Gods verborgen wil, en dat mag nooit. Wij weten immers niet welke namen God geschreven heeft op de rol der uitverkorenen? Daar mogen we ook niet indringen. Dat hoort bij de verborgen dingen. En de verborgen dingen zijn voor de Heere onze God, maar de geopenbaarde dingen zijn voor ons en onze kinderen. We mogen niet rekenen met Gods verborgen wil, maar moeten rekenen met Zijn geopenbaarde wil. En wat is Gods geopenbaarde wil? Dit, dat de Heere op dit ogenblik, terwijl je deze regels leest, tot je zegt, dat de poorten van Sion wagenwijd openstaan. De grootste zondaar mag er binnengaan. De Heere heeft geen lust in onze dood, Hij zoekt ons behoud en Christus heeft gezegd: „Wie tot Mij komt, zal Ik geenszins uitwerpen."

Daar moeten we mee rekenen, en dan zullen we nooit de schuld van ons verlorengaan kunnen werpen op de uitverkiezing. We moeten dus nooit beginnen met de uitverkiezing, daar brengt de Heere Zijn kinderen later, in de oefening des geloofs. Dan mogen ze Christus als de spiegel van hun eeuwige verkiezing aanschouwen. De uitverkiezing is dan geen domper, maar dan wordt het Evangelie. Als er geen uitverkiezing was, dan zou God zich over mij, ellendig zondaar, nooit ontfermd hebben. Dan zou de zaligheid ook niet vast liggen. Maar nu ligt Sion vast in de verkiezende God, Die zegt: „Ik heb u in Mijn beide handpalmen gegraveerd."

Daarom worden van Sion ook zeer heerlijke dingen gesproken. Die heerlijke dingen,

dat zijn de dingen van Sions God. Van Zijn genade, van Zijn opzoekende zondaarsliefde, van de trouw van Zijn Verbond, (je moet er op letten, dat in deze psalm twee keer de naam HEERE gebruikt wordt, d.w.z. Gods Verbondsnaam), van Zijn vergevende liefde in Christus Jezus, naar Wie alle offers, die in Jeruzalem gebracht werden, heenwezen. In zichzelf is Sion niet heerlijk, maar God heeft de heerlijkheid van Zijn genade op haar gelegd.

In vers 4 komt God nu Zelf aan het Woord. Dit vers is een heerlijke profetie van de Pinksterdag, waarop de middelmuur des afscheidsels verbroken zou worden en de heerlijkheid van Sion zich zou uitstrekken tot alle volken. Tot Rahab (d.w.z. Egypte) en Babel, de twee wereldmachten van die tijd. Tot de Filistijnen (Israëls oude erfvijand) en tot Tyrus (de machtige Fenicische handelsstad), ja zelfs tot de Moren. Zij zullen God kennen, dus erkennen en belijden. Kennen is in het Oude Testament nooit een verstandelijk kennen alleen, maar een bevindelijk kennen, een kennen door ontmoeting met God, gewerkt door de Heilige Geest. Zo zullen de heidenen God kennen en aan Zijn voeten buigen. Hoe heerlijk heeft de Heere het na de Pinksterdag vervuld: denk eens aan Cornelius, aan de kamerling van Candacé, aan de stokbewaarder. En de Heere zal doorgaan, want „waar men ooit de wildste volken vond, zal God ontvangen aanbidding, eer en dank'bre lofgezangen." Het zendingswerk zal rijke vruchten dragen. Zullen de heidenen ons straks voorgaan? Laten we die persoonlijke vraag nooit vergeten!

Nu wordt er vervolgens gezegd: Deze is daar geboren" en „Die en die is daarin geboren". Dat wil zeggen, dat de betrokkenen deel ontvangen aan het burgerrecht Israëls, en daarmee aan de „verbonden der belofte", waarmee Israël gezegend was. Hoe krijgt men dus deel aan de heerlijkheid van Sion? Door wedergeboorte, waardoor we het burgerrecht der heiligen ontvangen. Hier vinden we een prediking van de noodzaak der wedergeboorte. Zonder wedergeboorte zijn we „zonder Christus, vervreemd van het burgerschap Israëls en vreemdelingen van de verbonden der belofte, geen hoop hebbende, en zonder God in de wereld" (Efeze 2 : 12). In de wedergeboorte echter, worden we Christus ingelijfd en krijgen we deel aan al Zijn goederen. De Heere laat ons hier de noodzaak van de wedergeboorte prediken, maar ook de mogelijkheid ervan laat Hij ons verkondigen in Zijn Woord: Wendt u naar Mij toe, alle einden der aarde, en wordt behouden".

Naast de veelheid van Sions kinderen roemt vers 5 ook hun vastheid, want de Allerhoogste bevestigt ze. Daarom staan zij onwrikbaar vast. De Heere heeft hen immers ook opgeschreven in Zijn rol (vers 6). Al de namen van de Zijnen staan van eeuwigheid geschreven in het boek des levens en des Lams. En omdat die namen daarin geschreven staan, worden zij nooit geschrapt. Wat een rijke bemoediging voor alle bestreden Sionieten, want nu zal niemand hen ooit uit Gods hand rukken, de wereld niet, de zonde niet en de duivel niet. Zouden we dan niet mogen spreken van het Evangelie der uitverkiezing? Zou Sion dan geen vreugde bedrijven tot Gods eer?

Die vreugde in God wordt getekend in vers 7 en zal haar volkomen opbloei vinden in het hemelse Jeruzalem. Daar zullen de zangers staan en het lied aanheffen van Mozes en het Lam (Openb. 15). Daar zullen de speellieden staan „hebbende de citers Gods". Van het hemelse Jeruzalem zal het gelden: Al mijn fonteinen zullen binnen u zijn", want daar zullen zij met vreugde water scheppen uit de fonteinen des heils (Jes. 12 : 3). Hier moet Sion vaak klagen, hier is de strijd en zijn de dagen der duisternis, maar straks zullen alle tranen van hun ogen worden afgewist en „zal eeuwige blijdschap op hun hoofden wezen". Waar zal Sion dan van spreken? Niet van zichzelf, maar van God, die Zich in Zijn verkiezende liefde over Sion ontfermde, en van het Lam dat geslacht werd.

Zijn wij al burgers van Sion geworden? Dan zullen ook wij in die gouden Godsstad de lof van de Drieënige God zingen. Of staan we buiten Sion? Dan is hier het vermaan: „Zoekt de Heere, terwijl Hij te vinden is; roept Hem aan terwijl Hij nabij is".

1. Noem nog enkele Sions-kinderen.

2. Wat weet je van de zonen van Korach?

3. Deze psalm spreekt ook over de noodzaak van wedergeboorte. Kun je enkele vruchten van de wedergeboorte noemen?

4. Is er verband tussen de voortgang van het zendingswerk en de wederkomst van Christus?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 1977

Daniel | 20 Pagina's

DE HEERLIJKHEID VAN SION

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 2 december 1977

Daniel | 20 Pagina's