TOCH NAAR ROME
(4)
Niet ver van het Forum Romanum, het grote marktplein van Rome staat het Collosseum. Een jaar nadat Pompeji en Herculaneum bedolven werden, heeft keizer Titus het grote amfitheater, dat zijn vader heeft laten bouwen geopend. Duizenden mensen lopen in de richting van dat grote gebouw. Tussen al die mensen in lopen twee jongens van een jaar of achttien. Ze vallen niet op in die deinende mensenmassa. Als ze langs de Titusbogen lopen, kijken ze elkaar aan. „Hier was het Plinius", zegt de grootste van de twee. Plinius knikt. „Ja, hier was het". Ze kunnen nooit langs die Triomfboog lopen, of ze moeten denken aan die eerste keer dat ze Rome binnenreden, nu bijna acht jaar geleden. Nadat vader zijn wijn had verkocht in een herberg te Teanum, waren ze doorgereden naar Rome. Terug naar Pompeji, zoals vader eerst had geprobeerd, ging niet. Een man, die er na die vreselijke ramp was geweest, had gezegd dat er niets meer te vinden was van hun goede stad. „Veel mensen, die te vroeg waren teruggekeerd zijn omgekomen door de verstikkende gassen die er nog hingen. Pompeji en Herculaneum zijn helemaal bedolven onder de dikke stroom lava, die zo hard is geworden dat je er niet doorheen kunt komen. Er leeft niemand meer, " zo had hij gezegd. Vader was zonder iets te zeggen weggereden. Langzaam was het verdriet om wat ze verloren hadden, minder geworden. De oude man en de beide vrouwen die ze mee hadden genomen, waren ook alles kwijt. Zij woonden in Herculaneum en waren in Neapolis op bezoek bij familie, toen het gebeurde. Toen ze na drie dagen Rome binnenkwamen, en vader bij de triomfboog van Titus wilde doorrijden naar het Forum Romanum, werd hij tegengehouden. „Dat mag niet m? .: i, tussen zes uur 's morgens en vier uur 's middags is het verboden hier te rijden. Als je naar het Forum wilt, moet je lopen".
Och alles was zo vreemd geweest in het begin. Vader had al gauw werk gekregen buiten de stad, ze hebben nergens gebrek aan. Ze kunnen „Hé joh, je loopt te suffen", stoot Cornelius hem aan. Plinius schrikt. Daar liep hij bijna tegen een dikke koopman aan, die zijn stalletje heel handig bij de boog van Titus heeft gezet. Hier lopen de meeste mensen langs als ze naar .het Collosseum gaan. En wie heeft nu niet graag iets le eten, als hij gaat kijken naar een spannende wedstrijd of een opwindende voorstelling. „Zullen we ook wat meenemen, Cornelius? " Plinius haalt zijn beurs tevoorschijn en koopt vier verse dadelkoeken. Tussen de honderden mensen in betreden ze .het kolossale theater, met zijn meer dan veertigduizend zitplaatsen. , , 'k Ben benieuwd, Plinius, zo'n voorstelling hebben we nog nooit bijgewoond. Zou het net zo spannend zijn als het wagenrennen of de gladiatorengevechten? " Plinius haalt zijn schouders op. „Ik denk het niet, die mensen hebben niet eens een zwaard om zich te verdedigen. Ze noemen zich Christenen en zeggen, dat ze een God in hun hart hebben, Die voor hen zorgt. Nou ja, we zullen wel zien".
Plinius, zoon van Marius
Voor de keizer van Rome, de wrede Domitianus, staat een jonge man. Zijn handen zijn geboeid, op zijn tunica zitten bloedvlekken. Zijn donkere ogen schitteren, z'n stem klinkt helder en duidelijk als hij de keizer een antwoord geeft. „Ik kan mijn Koning niet vloeken." De keizer geeft verveeld een teken met de hand.
Alweer zo'n koppige Christen. „Voor de wilde dieren", luidt het vonnis. Twee soldaten leiden de jongeman weg. Het
sombere gebouw, waarin de vele Christenen gevangen zitten wordt ook zijn voorlopige woonplaats. Als de deur van die gevangenis achter hem gesloten wordt, vraagt één van de soldaten: „Wie is die dwaas eigenlijk? " Onverschillig. denkend aan andere dingen dan dienstzaken, bromt zijn kameraad: „Die, o dat is Plinus, zoon van Marius, de wijnhandelaar".
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 18 november 1977
Daniel | 24 Pagina's