JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

TOCH NAAR ROME

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

TOCH NAAR ROME

7 minuten leestijd

(3)

Op de weg van Capua naar Rome rijdt een logge wagen. Twee sterke oaarden trekken de kar. Een man houdt de teugels, twee jongens zitten naast hem. Ze zeggen niet veel. Hun gezichten staan somber. In de kar schommelen een paar grote stenen vaten zachtjes mee met de beweging van de wagen. Tussen die vaten zitten een paar mensen, een oude man en twee vrouwen. De oude man heeft een bundeltje kleren naast zich liggen. Eén van de vrouwen houdt een bronzen kannetje op haar schoot.

In Teanum, ongeveer 40 kilometer van Capua laat de voerman zijn paarden stilstaan op de markt. „Help jij de oude man eens, Plinius", zegt hij. „Houd jij de teugels maar, Cornelius". Hij loopt naar de achterkant van de kar. „Zo, jullie zijn er", zegt hij tegen zijn passagiers, „je wilt immers niet verder meerijden. Wij gaan nog een paar kilometer verderop". De oude man, geholpen door Plinius, klimt de kar uit. „Dank u wel, dank u wel", zegt hij, „de goden mogen u vergelden wat ge gedaan hebt voor ons". Ook de vrouwen bedanken vader Marius hartelijk.

„Hier, dit is voor u", zegt de vrouw, die het kannetje vasthield en ze duwt het vader in zijn handen. Vader wil hef weigeren, maar de vrouw loopt vlug weg. „U hebt het verdiend", roept ze, „u bent goed voor ons geweest". Het kannetje krijgt een plaatsje in de wagen bij de zak met het brood en een mand vo] noten.

„Ik ga even naar binnen Plinius, blijf jij maar bij Cornelius. Ik ben zo terug". Met een grote kruik wijn verdwijnt vader in de herberg. Als hij na een half uurtje terug komt, staat zijn gezicht wat minder zorgelijk. „Ik heb de wijn goed kunnen verkopen, jongens", zegt hij als hij weer bij de wagen komt. „We hebben nu nog vier vaten, die bewaren wc tot we in Rome zijn". Drie kwartier na het oponthoud boldert de kar de noordpoort van Teanum uit. „Als de goden ons goed gezind zijn, rijden we over drie dagen Rome binnen". Cornelius knikt. „Toch naar Rome", denkt hij, „Wie had dat ooit kunnen denken".

We gaan over land

Wat waren vader en Cornelius geschrokken toen Plinius zo angstig had geroepen.

Vader had eerst niet goed begrepen waar hij was. Maar toen hij die wonderlijke wolk zag, waar Plinius met een bang gezicht naar wees, had hij zonder dralen de paarden ingespannen en de wagen gekeerd. „Kom!" had hij met een vreemde hese stem geroepen. „Kom, we gaan terug naar huis". O, wat een angstige tocht was dat geworden. Toen de zon twee uren over haar hoogste punt heen was, kwamen ze aan de plaats waar de weg zich in tweeën splitste.

Het rechter gedeelte ging naar Cumae aan de zee, de andere weg kwam vlakbij Puteoli uit. Vader nam natuurlijk dcweg naar Puteoli, dat was het kortst. Toen ze bij de zee kwamen was het aldrie uur geworden. De paarden waren doodmoe en moesten nodig rusten. Vader gaf ze water en wat brood. Met angstige zichten hadden ze in de richting van Pompeji gestaard. Plinius voelde hoe zijn hart bonkte en klopte. Cornelius had zijn hoofd in de handen verborgen. 't Was ook zo vreemd, zo angstaanjagend om te zien. Net toen vader de paarden weer voor de wagen zette, kwam er een man aan. Hij hijgde en veegde het zweet van zijn gezicht.

„Man", riep hij naar vader, „je bent een grote dwaas. Keer je wagen om en maak dat je wegkomt. Je rijdt je dood tegemoet. Het is de goden verzoeken". „Ik moet naar Pompeji", had vader gezegd, „mijn vrouw en mijn kinderen zijn

daar". De man had de schouders opgehaald en in de richting gewezen waar hij vandaan kwam. „Als je het wilt proberen, doe het dan over zee", raadde hij aan. „Ik kom van Herculaneum en moet naar Micenum, ik wens je een goede reis". Vader had even in tweestrijd gestaan. „We gaan over land", besloot hij.

Hoe verder van de berg af, hoe beter!

Ze zijn niet ver gekomen. Vlak voor Neapolis, daar waar de weg dicht langs de kust loopt, durfde vader niet verder. Hoge golven met witte schuimkoppen rollen op het strand aan. Net in de bochi van de baai zijn honderden rotsblokken naar beneden gestort en plotseling zien de jongens een grote zandbank verschijnen. Een schip, dat nog wil landen wordt hierdoor gedwongen naar het zuiden te koersen. Een dichte asregen daalt neer en daartussen vallen donkere stukken puimsteen in zee. Hete brokken kiezel verdwijnen sissend in de wilde golven. Met grote ogen staren Plinius en Cornelius naar dit bangmakend natuurgebeuren. Vader roept luidop de goden aan, maar de goden geven geen antwoord. De asregen wordt dichter en het licht van de zon verduistert steeds meer. De logge wagen waggelt als een dronken man heen en weer, de angstige paarden kunnen hem niet in het goede spoor houden. Met misselijk makende bewegingen golft en beeft de aarde. Met veel moeite gelukt het vader Marius zijn dieren in toom te houden. Het duurt lang eer hij de volle wagen gekeerd heeft, dan legt hij de zweep over de paarden. Och 't helpt zo weinig. De kar is veel te zwaar geladen. „Neem jij de teugels", schreeuwt vader naar Plinius, „ik ga de lading weggooien. Kom Cornelius. helpen". Daar gaan de zware stenen vaten met de kostelijke wijn, van de druiven, die vader dit jaar heeft verbouwd. Daar stroomt het dieprode sap weg tussen de scherven. Tien, twintig vaten gaan overboord. Vier laat vader Marius er staan, die kan, die wil hij niet weggooien. Daar zit speciale wijn in, waarvan hij alleen het recept kent. Wijn waarin geneeskrachtige kruiden zijn afgetrokken, goed tegen elke kwaal en ziekte. Die vier grote kruiken zijn goud waard. Hij zal ze bewaren, wat er ook gebeurt. Hoewel de wagen nu een stuk lichter is geworden, kunnen de paarden toch niet sneller vooruit komen, 't Is alsof de schokkende, bevende aarde en die voortdurend in beweging zijnde weg de sterke dieren tegenhouden. TIet wordt steeds donkerder. „Daar", wijst vader op een paar huizen halverwege in het veld, „daar rijden we heen". Plinius en Cornelius knikken alleen maar. Ze durven niet meer omkijken. Angstig klemmen ze zich vast aan de slingerende wagen. Hoe verder van die rokende, vuur en vlammen spuwende berg af, hoe beter.

Zouden ze ooit in Rome komen?

Twee lange bange nachten en dagen volgen. Niemand durft die eerste nacht te gaan slapen. De huizen, waar vadur op aan stuurde zitten vol angstige mensen. De duisternis is zo dicht, dat je geen hand voor ogen kunt zien. Vader heeft de wagen met zware stenen vastgezet in de hoop, dat hij zal blijven staan. De paarden staan op de grote binnenplaats van het huis, waarin ze de nacht mochten doorbrengen. Iedereen blijft trouwens op de ruime binnenplaats. Daar is het veiliger dan in huis. Want heel die lange bange nacht is de aarde in voortdurende beweging.

Lichtflitsen en rossige vuurvlammen schieten aanhoudend door de dichte duisternis heen. En in Pompeji is al uren lang alle leven verstild. Bedolven onder as en een regen van poreuze puimstenen verstikt door de giftige gassen, die vrijkwamen, liggen de bewoners van die stad dood in hun huizen en tempels en straten. En in Herculaneum, waar vader Marius zijn wijn verkocht en de jongens hun ogen uitkeken naar al dat nieuwe en vreemde, is het leven vergaan onder een dikke modderlava, die in enkele uren tijds de hele stad overstroomde. En nóg is die grote berg niet uitgewerkt. Twee lange dagen en nachten duurt de geweldige uitbarsting nog. Dan is hij uitgewoed. Dan komt het zonlicht weer en in de verre omtrek van de Vesuvius zijn steden en dorpen, wegen en velden bedekt met een laag witte as. Zelfs in Rome ligt as in de straten. Rome, och zouden Plinius en Cornelius daar ooit komen?

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1977

Daniel | 20 Pagina's

TOCH NAAR ROME

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1977

Daniel | 20 Pagina's