JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET VASTE FUNDAMENT IN ONZE ZENDINGSSITUATIE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET VASTE FUNDAMENT IN ONZE ZENDINGSSITUATIE

9 minuten leestijd

De behoefte aan een vast fundament voel je meestal het sterkst, als de grond onder je voeten begint te wankelen, als de problemen huizenhoog om je heen beginnen op te rijzen. Laat ik daarom eens beginnen met het aangeven van een paar verrassende verschillen, als we de problemen van ons zendingsveld vergelijken met de problematiek in ons eigen vaderland, waar alle fundamenten blijken te wankelen.

Een totaal andere situatie

Kenmerkt het moderne Westen zich door sekularisatie, verwereldlijking, weeldezucht, een verlangen naar ongebonden vrijheid en tegelijkertijd — vooral onder veel jongeren — door het gemis aan toekomstverwachting een vlucht in drank, drugs, seks of allerlei mystieke bewegingen, in onze zendingssituatie is van deze problematiek op generlei wijze sprake. De reden daarvan ligt in de totaal verschillende ontwikkeling, in de kuituuromstandigheden dus.

Wat de sekularisatie betreft, zouden we alleen kunnen spreken over de sekularisatie van de oude mythologische denkwereld als gevolg van de doorwerking van het evangelie. En in deze zin mogen we die ontwikkeling alleen maar toejuichen. Voor de materialistische levensinstelling die het Westen kenmerkt, ontbreken hier alle voorwaarden. De bevolking hier behoort materieel gezien tot d.e allerarmste van de wereld. Hoewel het „geen God en geen meester" ieder mens van nature in het bloed zit. kan de ongebonden vrijheidsdrang in het Westen toch niet vergeleken worden met de omstandigheden op ons zendingsveld. Integendeel, ons volkje hier heeft, krachtens haar aard, juist een zeer sterk gevoel voor gezag en gehoorzaamheid. Belangrijker dan dit volkenkundig verschijnsel is echter een steeds duidelijker openbaar wordende vraag naar God en naar een „meester", die hen leidt en onderwijst in de weg van het Woord.

Kende de oude heidense religie hier ten diepste geen heerlijke toekomstverwachting, door de komst van het evangelie is er nu uitzicht en doorzicht gekomen op de nieuwe toekomst van allen die God vrezen. Deze verwachting is zelfs een geliefd thema in de prediking van de Yali-evangelisten. Voeg hier nog bij d.e ongekompliceerdheid van het leven, dan kan men zich voorstellen, dat hier geen enkele behoefte bestaat om d.m.v. allerlei media de werkelijkheid te ontvluchten, afgezien nog van het feit dat drank of drugs door de geslotenheid van het gebied niet te krijgen zijn en de „vrije seks" ook vanuit de oude adat volledig taboe is. Hartinfarkten, angst en eenzaamheid, veroorzaakt door de stroomversnellingen van het moderne leven en het verkeren onder de druk van de geweldige wereldproblemen, komen hier door gebrek aan intellektuele ontwikkeling en de geïsoleerdheid van het binnenland niet voor!

Niet jaloers op elkaar

Uit de enkele hierboven gesignaleerde verschijnselen zal het ons duidelijk zijn, dat de Yali-christenen nu niet bepaald jaloers behoeven te zijn op de zogenaamde welvaart van het gesekulariseerde Westen, met alle gevolgen van dien. De bioscoop, de televisie, drugs, de glimmende brommer of dure auto, het luxe huis, de valse iaiologie en zoveel andere dingen, die ons hart van God en Zijn dienst aftrekken, zijn hier onbekende begrippen. Denk je eens in jongens en meisjes, dat je niets anders 7-ou hebben dan je dagelijks voedsel en je Bijbel!

Laat echter anderzijds niemand menen, dat wij als westerlingen jaloers zouden moeten zijn op het leven in deze gesloten primitieve samenleving. Velen in Nederland hebben een zeer romantisch beeld van de situatie hier. Dat is echter bezijden de waarheid. Niet alleen dat de levensomstandigheden keihard zijn, zodat wij het er zonder onze meegebrachte westerse verworvenheden niet eens zouden kunnen uithouden, maar ook vanwege de zeer vele andere problemen, die het gevolg zijn van de gebrekkige ontwikkeling en vooral ook van de geweldige invloed, die de oude heidense

religie nog steds blijft uitoefenen. Op dit punt word er hier een strijd of solidariteit buiten de eigen stam blijkt voor velen nog een moeilijke zaak te zijn. De mareligie nog steeds blijft uitoefenen. Op dit punt wordt er hier een strijd gestreden, waarvan een buitenstaander zich nauwelijks een denkbeeld vormen kan. Zeker, het evangelie heeft de kracht van het oude heidendom gebroken, maar dat wil nog niet zeggen, dat daarmee tegelijkertijd als in één ogenblik het gehele leven doorzuurd is met de zuurdesem van het Woord. De goden zijn wel gaan zwijgen, maar de adat blijft in veel gevallen nog spreken. Naastenliefde buiten de familiekring nier waarop nog steeds jonge kinderen worden uitgehuwelijkt, is nog ver verwijderd van de bijbels ethische noties in deze.

Even tussendoor: stel je voor, dat je op huwbare leeftijd moet gaan trouwen met de levenspartner, die door je ouders reeds is gekocht toen je nog maar een jaar of drie was, en dat er geen andere weg van vrije keuze meer voor je openstaat. Mocht je dat huwelijk weigeren, dan werd je met je aanstaande in één hut gestopt, terwijl de ingang dan werd dichtgespijkerd. Bij hardnekkig verzet zou je zelfs aan een paal gebonden en lichamelijk mishandeld worden. Ben je daar jaloers op?

De angst voor de geesten en de heidense wraak-en vergeldingsgedachte blijken soms in bepaalde grenssituaties van het leven, zoals bij geboorte, huwelijk, ziekte en dood, weer springlevend zijn. Offers aan de geesten en magische toverpraktijken komen zo nu en dan ook nog wel voor. En hoewel er zeer veel is veranderd en vernieuwd door de komst van het evangelie, hoewel God hier Zijn kinderen heeft en het nieuwe leven des geloofs soms spontaan en wonderlijk verrassend tot uitdrukking komt, laat niemand een te idealistisch of romantisch beeld hebben van de omstandigheden op ons zendingsveld.

Als we de diepere achtergrond van alle problemen, die we hierboven in onze vergelijking aanduidden, wat nader overdenken, komen we tot de konklusie dat de verschillen toch minder fundamenteel zijn, dan we op het eerste gezicht hadden vermoed. Ten diepste is het de satan, als tegenstander van God, die met zijn legioenen demonen zijn rijk probeert uit te breiden. En de middelen, die hij daarvoor gebruikt, kunnen, afhankelijk van de omstandigheden, zeer verschillend zijn, maar het doel blijft overal hetzelfde: het rijk van Christus tegenstaan.

Het vaste fundament Gods

Laten we nu komen tot de meest fundamentele vraag van ons onderwerp: is er een middel om de problemen het hoofd te bieden? ïs er een houvast dat ons steun en leiding geven kan te midden van alle ontbindende krachten? Welke gids kan ons bij alle ontsporingen terugbrengen en veilig lijden naar de juiste bestemming? Je bent me waarschijnlijk al voor in gedachten. Inderdaad, het enige houvast is voor ons het Woord van God. Dat Woord wijst ons de weg, ook als we van de waarheid zijn afgeweken.

Een nog konkreter antwoord op de vraag naar het vaste fundament in de zendingssituatie kunnen we vinden in 2 Tim. 2. Nadat Paulus daar zijn geestelijke zoon Timotheüs vermaand heeft tot een getrouwe ambtsvervulling, geeft hij raad en troost i.v.m. verschillende in do gemeente aanwezige dwaalleraren. Timotheüs moet zich daar tegen opstellen. Dat is nog hoogst aktueel, juist in onze tijd! Ter bemoediging echter in al die droevige omstandigheden zegt Paulus dan in vs. 19: „Evenwel het

vaste fundament Gods staat, hebbende dit zegel: De Heerc kent degenen, die de Zijnen zijn; en: Een iegelijk, die de naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid." Hierin ligt een geweldige troost, niet alleen voor Timotheüs, maar ook voor ons, of we nu leven in een ontkerstenende samenleving, waar zelfs de kerk de waarheid inruilt voor de dwaalleer, of in een samenleving waar de leer van Christus nog niet ten volle verkondigd is en de jonge kerk nog niet voldoende weerbaar is in de strijd tegen de oude heidense godsdienst, er is een houvast in deze strijd voor de kerk: evenwel het vaste fundament Gods staat.

God heeft aan Zijn kerk een fundament gegeven. Dat fundament is Jezus Christus, de Koning van Zijn kerk. Hij heeft Zijn kerk niet alleen verlost uit de macht van de satan, maar Hij bewaart ze ook, Hij regeert en beschermt Zijn kerk. En dit zou Hij niet gedaan hebben, als die kerk Hem niet van de Vader gegeven was. Hij zou die kerk ook niet kunnen vergaderen, als de Heilige Geest geen zondaren toebracht. Dit fundament van de kerk is ook het fundament van de zending, want de Zoon van God vergadert die kerk door Zijn Woord en Geest uit het ganse menselijk geslacht. Als we spreken over het fundament van de zending, dan vallen we ten diepste altijd weer terug op het eeuwig welbehagen van God in Christus, dat zich ontfermend uitbreidt tot deze verloren wereld. De zending van de Zoon door de Vader en het zendingsbevel van Christus aan Zijn discipelen, met daarbij de belofte van de Heilige Geest, komen uiteindelijk uit dat eeuwig welbehagen voort. Het werk van de zending vindt dus zijn oorsprong in de verkiezende liefde van God de Vader, zijn voortgang door de verlossende arbeid van God de Zoon, en zijn voltooiing door het toebrengende werk van de Heilige Geest.

Dit fundament draagt een zegel. Dat zegel is de waarborg voor de echtheid. En op dat zegel staan twee inskripties. De eerste wijst op het eigendomsrecht van God op Zijn kerk, en de tweede op haar bestemming. De Heere kent degenen, die de Zijnen zijn. Hij erkent hen in liefde als de Zijnen, ja, Hij kende hen reeds van voor de grondlegging der wereld. Daarin ligt de waarborg, dat er geen enkele levende steen uit het gebouw van Gods tempel zal worden weggerukt. De tweede inskriptie wijst ons op de roeping van de gelovigen om hun leven te heiligen: een ieder die de naam van Christus noemt, sta af van ongerechtigheid. Hier krijgen we dus ons huiswerk mee vanuit deze tekst.

De tempel van Gods gemeente is een heilige tempel, niet in zichzelf, maar in haar Hoofd. Die tempel is er immers om God en tot Zijn eer. En daardoor moet al onze arbeid onder de verre of nabije naaste in de eerste plaats worden bepaald.

In het verband van deze tekst worden ook de middelen aangewezen in de strijd tegen de dwaling: het verwerpen van dwaze vragen, niet twisten, vriendelijk zijn, de kwaden kunnen verdragen, met zachtmoedigheid onderwijzen. En wat is het uiteindelijke doel van al dat weerleggen, vermanen, onderwijzen en bestraffen vanuit het Woord? We lezen het antwoord op deze vraag — en we zijn dan tevens bij de kern van ons onderwerp — in vs. 25 en 26: , , of God hun te enigertijd bekering gave tot erkentenis der waarheid; en zij wederom ontwaken mochten uit de strik des duivels, onder welke zij gevangen waren tot zijn wil." Wie immers op het vaste fundament bouwt, heeft bij voorbaat de garantie, dat de God van de hemel het hem zal doen gelukken. En dat komt omdat God instaat voor Zijn eigen werk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1977

Daniel | 20 Pagina's

HET VASTE FUNDAMENT IN ONZE ZENDINGSSITUATIE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 4 november 1977

Daniel | 20 Pagina's