JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

REFORMATIE NADERE REFORMATIE EN WIJ

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

REFORMATIE NADERE REFORMATIE EN WIJ

8 minuten leestijd

Ook dit jaar zal, terecht, allerwege de Reformatie weer herdacht worden. Op 31 oktober a.s. zal het 460 jaar geleden zijn dat Luther zijn 95 stellingen wereldkundig maakte. Toen trad naar buiten, wat gevolg was van de reformatie, die in Luther zelf had plaatsgegrepen. Want achter alle reformatie naar buiten staat persoonlijke reformatie van binnen.

Alle reformatie gaat van God Zelf uit. Dit bleek reeds uit het O. Testament. Door Zijn Geest werden de profeten bezield om Israëls zonden aan te wijzen en op te roepen tot bekering. Denk ook aan de godvruchtige koningen die grondige hervormingen tot stand brachten. Ook toen hield de Heere Zelf Zijn Kerk in stand.

In dit alles zien we dat mannen, van binnen vernieuwd en gereformeerd, als instrumenten in Gods hand worden gebruikt voor de reformatie van volk en kerk.

Bij de christelijke kerk mogen we hetzelfde opmerken. Hoe zeer de kerk gedeformeerd was, dus in verval geraakt, de Heere wilde opnieuw Zijn werk tot openbaring brengen. Daarvoor gebruikte Hij Zijn middelen en verkoos Hij mensen, die, naar de woorden van Luther zelf „onaanzienlijk" zijn, om „Zijn majesteit er in te verbergen én te openbaren".

Hij bracht hen tot het rechte inzicht in Zijn Woord en deed ze het prediken.

Luther en Calvijn

Van Luther weten we dat hij zichzelf niet opwierp als reformator van zijn kerk. Maar wel dat de Heere in hem begon te werken. Dit had tot gevolg dat hij met al zijn werkheiligheid, gevoelde zondaar voor God te zijn, die voor zijn hemelse Rechter niet kan verschijnen. Ja, hoe meer hij poogde door „doen en laten" met God in het reine te komen, hoe meer dit voor hem een doodlopende weg was: hij werd steeds groter zondaar voor God.

Dit duurde tot de Heere hem inzicht gaf in de Romeinenbrief. Toen verstond hij dat de gerechtigheid, die God van de hemel openbaarde in het Evangelie, een reddende gerechtigheid was, die ook al zijn zonde kon bedekken. Door het geloof leerde hij aanvaarden dat die gerechtigheid hem gold en riep hij uit: „Heere Jezus, ik ben Uw zonde en U bent mijn Gerechtigheid." Vanuit dit verkregen onderwijs en vanuit die heerlijke wetenschap kon Luther niet nalaten de leer te bestrijden, waarin ook de eigen werken en verdiensten als grond voor de zaligheid werden aangeprezen. Zijn 95 stellingen getuigen ervan: alleen verzoening met God door voldoening aan God. En dat niet door een zondig mens, maar door Gods eigen Zoon. Deze voldoening ligt alleen en volkomen in Christus.

Hoe wordt deze nu eigendom van een zondaar? Doordat God aan de verkoren zondaar die ge-

rechtigheid toerekent en doordat de zondaar deze gerechtigheid door het geloof omhelst. De rechtvaardige zal door het geloof leven.

Dit centrale thema van de Romeinenbrief werd ook één van de themata, die centraal kwamen te staan in de Reformatie. En dit leven door het geloof kwam tot uiting in het leven van de reformatoren en vond een centrale plaats in hun geschriften. Men kreeg oog voor de rijkdom van de beloften Gods en leerde door een levend geloof daaruit te leven.

Want al is de weg van God met Calvijn anders dan die met Luther, ook in zijn leven ging het Licht van de Heilige Schrift op. Ook Calvijn leerde Gods genadewerk verstaan als gefundeerd in de verkiezende liefde van God en verankerd in het borgwerk van Christus. Ook hij leerde leven uit het geloof. Hij schrijft dan ook; het geloof alleen maakt het eeuwige leven en waarom komt dit anders dan omdat het ons tot God overbrengt en ons leven in Hem stelt? We worden alleen uit de barmhartigheid Gods gerechtvaardigd door het geloof (verklaring Rom. 1 : 17).

Zo zien we het duidelijke Reformatorische standpunt weergegeven dat tot zaligheid de toerekening van Christus' gerechtigheid van Gods kant èn de toeëigening hiervan door het geloof noodzakelijk is. Beide zijn dus gaven van God en mogen wel onderscheiden, maar niet gescheiden worden.

De Nadere Reformatie

De Nadere Reformatie brengt dit niet anders onder woorden. Met de Nadere Reformatie duiden we een beweging aan die de noodzakelijkheid van een persoonlijk geloof benadrukte en tevens dat dit in een leven naar Gods Woord openbaar kwam. Het ging om een nauwgezette beoefening van de praktijk der godzaligheid, maar ook om een reformatie van het volksleven in het algemeen.

Ook toen hadden velen aan een gereformeerde leer genoeg. Maar, zo spreken de nadere reformatoren, de waarheid moet niet alleen toegestemd worden en uiterlijk beleden als Gods Woord, maar de Waarheid is geopenbaard om de godsvrucht te leren beoefenen. Het leven moet door Gods Woord vernieuwd en aan God gewijd worden, zodat Hij daardoor geëerd wordt. Daarom drong men met klem aan op een beleving van de gemeenschap met God door Woord en Geest.

Het ging hen niet om iets nieuws, dat de Reformatie niet had geleerd, maar om de doorwerking ervan in het persoonlijke leven te bevorderen. Hun geschriften houden hun grote waarde, ook nu. Tot onze schade laten we ze ongelezen. We leren eruit hoe ze de verborgenheid van het heil leerden verstaan door de verlichting van de Heilige Geest. Hun leer en bevinding was gegrond in het Woord. En tevens zien we hoe de kennis van God en Christus aanzette tot een nieuwe gehoorzaamheid.

Bezien we de Nadere Reformatie vanaf haar begin tot haar eindperiode, dan zien we wel enige verschuiving optreden. In de beginperiode, gekenmerkt door het optreden van Taffin, Teelinck, Udemans e.a. valt ons naast het benadrukken van de persoonlijke godsvrucht op: de reformatorische visie op het maatschappelijk leven. Het niet - van-de-wereld-zijn, deed aan het in-de-wereld staan als christen geen afbreuk. Later zien we enige verinnerlijking optreden: de kenmerken van het geestelijk leven als voorwerp van nauwkeurig zelfonderzoek worden een meer dominerende faktor. De noodzaak ervan is boven alle twijfel verheven, maar het leven des geloofs mag er niet in opgaan. Bij Van der Groe bijvoorbeeld vinden we dan ook dat dit samen kan gaan met een leren leven uit de beloften van het Evangelie.

De geloofsoefeningen die de Heere schenkt zijn dan ook door Hem gegeven als middel om daardoor te leren leven uit het geloof. Ze mogen dan ook nooit als doel op zichzelf

gezien woraen. unze iieiaeiberger Catechismus geeft terecht als antwoord op de vraag wat een christen nodig is te geloven: al wat in het Evangelie beloofd wordt.

Het geloof is een betrouwen op de beloften Gods. „De beloften zijn de touwen, waardoor wij tot Christus worden getrokken", zegt Van der Groe. En Boston drukt zich als volgt uit: „wie gelooft in de belofte Gods verheerlijkt Gode meer dan wanneer hij de ganse wet had onderhouden".

Het geloof neemt de algemene beloften, die Christus tot inhoud hebben, op een persoonlijke wijze aan en rust er op. Dit alles door de Heilige Geest, Die de Werkmeester en de Onderhouder van het geloof is. Zonder de Heilige Geest vermogen we niets, is alles louter verstandswerk dat ons zonder vrucht laat. Bij het volledig legitieme van de vraag: „Heb ik persoonlijk deel aan de gerechtigheid van Christus? " „Heb ik een zodanige grond onder de voeten gekregen en mijn huis op een zodanige grondslag gebouwd, dat ik daarop zalig leven en sterven kan? " moeten we toch niet bij deze vragen blijven staan. Want de rechtvaardige zal door het geloof moeten leren leven. En niet door het geloof in mijn bevinding, in mijn geloofsovertuigingen en welke zaken ook in het leven gebeurd mogen zijn, maar door het geloof in de beloften Gods, Die in Christus ja en amen zijn.

Het middel wordt nimmer doel

Een kerk is gereformeerd omdat zij altijd weer gereformeerd moet worden. Dat geldt ook onze kerk. Een doorgaande reformatie is nodig, opdat de kerk mag luisteren naar het spreken Gods door Zijn Woord alleen. Dat is vrucht van het werk van de Heilige Geest, die Christus verheerlijkt en in Hem het leven doet vinden. Elke reformatie begint van binnen, door de Geest.

Dan wordt een geloofskennis verkregen die fundamenteel verschilt van een uiterlijke kennis van Gods Woord, waarmee velen zich tevreden stellen. Want dan is het wonder van de genade weg en lijkt het de gewoonste zaak van de wereld te zijn kind van God te zijn. Geloven is dan uiteindelijk een zaak van menselijk vermogen en is het domste wat men kan doen: niet geloven!

Maar tevens wordt die geloofskennis verkregen, die ons vertrouwend doet rusten op het Woord van de God der waarheid, Die voor Zijn Woord instaat; die ons doet geloven; al wat de Heere is, is Hij mij ten goede.

Het ware geloof is een gave van God. Zoek die in het gebed. De Heere roept ons op van Hem te smeken wat ons ontbreekt. Want Hij schenkt mild en overvloedig. Maar dan ontvangt Hij ook alleen de eer en leren we erkennen: het is door U alleen, om 't eeuwig welbehagen.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1977

Daniel | 24 Pagina's

REFORMATIE NADERE REFORMATIE EN WIJ

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1977

Daniel | 24 Pagina's