HET GELOOF IN TIMOTHEUS
Als ik mij in gedachtenis breng het ongeveinsd geloof, dat in u. is. (Timotheüs 1 : 5a).
Timotheüs was de zoon van een Godvruchtige vrouw, Eunice, en een Griekse vader. In de grootmoeder Loïs en in de moeder van Timotheüs was het ongeveinsde, dus het ware zaligmakende geloof. Timotheüs van jongsaf onderwezen in de Schriften. Maar genade is geen erfgoed, daarom moest de Heilige Geest ook het Woord toepassen in zijn hart. Timotheüs moest evengoed wedergeboren worden als ieder ander zondaar. Ik leg daarop de nadruk omdat zo dikwijls het voorbeeld van Timotheüs wordt aangehaald, alsof wedergeboorte niet strikt noodzakelijk is. Degenen die dat beweren kunnen met Paulus niet mee. Doch Paulus en Timotheüs waren hartevrienden en broeders, ondanks de verschillende leiding. Paulus prediking was voor Timotheüs niet te scherp. Integendeel, Timotheüs zag hoog tegen Paulus op en Paulus noemt Timotheüs zijn oprechte zoon.
Wellicht heeft de Heere de prediking van Paulus gezegend toen hij op zijn eerste zendingsreis te Lystra het Woord predikte (Hand. 14). Timotheüs heeft waarschijnlijk ook gezien hoe Paulus gestenigd werd en heeft hem met de vrienden omringd. Op zijn tweede zendingsreis heeft Paulus Timotheüs meegenomen, nadat hij belijdenis des geloofs had afgelegd en bevestigd was tot ouderling. Als Paulus later zijn pastorale brieven schrijft aan Timotheüs denkt hij met blijdschap en verwondering aan het ongeveinsd geloof in zijn geestelijke zoon. Nee, Timotheüs veinsde geen geloof, zoals velen, maar had het oprecht geloof. Het was in hem gewerkt door de Heilige Geest.
Timotheüs was als ieder ander dood door de misdaden en de zonden. Ook hij had nodig de onwederstandelijke werking van Gods Geest. Ook hij moest vernieuwd worden en overgebracht uit de staat van de dood en het ongeloof, in de staat der verzoening met God.
Ook hij had een Borg nodig voor zijn schuld en een God voor zijn hart. Dat ongeveinsd geloof kwam openbaar in de vrucht.
Als het ongeveinsd geloof in ons hart gewerkt is, haten en vlieden wij de zonde. Dan leren wij onze vloekwaardigheid kennen en de straf aanvaarden. Dan leren wij ook onze zaligheid buiten onszelf in Christus te zoeken. Als wij de brieven van Paulus aan Timotheüs lezen, zien we daarin de strijd en de vrees van Timotheüs. Hij moet telkens door Paulus opgebeurd worden. Wij zien daarin dat niet alleen het geloof, maar ook de oefeningen van het geloof nodig zijn in afhankelijkheid van de Heilige Geest.
Jonge vrienden, is het ongeveinsd geloof in je? Ken je de strijd van het geloof, het gebed van het geloof, de vruchten van het geloof en het Voorwerp van het geloof? Nee, het bestaat niet in een omkeer of een verbetering in je leven. Het bestaat ook niet in een gemoedelijke aandoening, maar in een algehele vernieuwing. Lees eens zondag 7 en 33 van onze Heidelberger Catechismus. De Heere schenkt het geloof als een vrije gift uit het verbond der genade naar Zijn welbehagen. Hij doe je buigen voor Hem in ware verootmoediging, en biddend vragen:
Och schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest, Mocht die mij op mijn paan ten Leidsman strekken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 21 oktober 1977
Daniel | 24 Pagina's