„GIJ ZULT ALS GOD ZIJN”
In Genesis 3 wordt ons de veel gebruikte verleidingstaktiek van de satan beschreven. We kennen het verhaal allemaal. De „verleider van de beginne" wekte in het hart van Eva hoogmoed en begeerte op door haar voor te spiegelen dat zij „als God" zou worden. Hoogmoed wordt daarom weieens de oerzonde genoemd. Hoe vaak beheerst de hoogmoed ook ons leven niet. Ieder wil graag haantje de voorste zijn. Zelfs in het leven van Gods kinderen steekt dat eigen-ik steeds weer de kop op.
Is het al erg dat we boven onze medemens willen uitsteken, erger is het dat we van nature ook boven God willen staan. God van de troon en de mens erop.
De rol van natuurwetenschap en techniek
Voor onze moderne tijd geldt dat in bijzondere mate. Hoevelen zijn niet openlijk atheïst, omdat ze geen God boven zich willen erkennen?
Het is vooral de ontwikkeling van de natuurwetenschap, en daarmee van de techniek, geweest, die een belangrijke rol gespeeld heeft in het hele proces van ontkerstening. Onmiskenbaar spreken de prestaties van de moderne wetenschap tot de verbeelding. Velen kunnen zich ongetwijfeld nog herinneren hoe de eerste maanlandingen de hele wereld in hun ban hielden. En denk ook eens aan de medische wetenschap. Wie dacht er twintig jaar geleden aan hartoperaties of zelfs transplantaties?
Velen heeft dit menselijk kunnen verblind en gebracht tot een ontkenning van God. Zouden deze geweldige prestaties niet eerder tot verwondering en bewondering hebben moeten leiden?
Enkele grote lijnen van die opbloei van de natuurwetenschap en het daarmee gepaard gaande proces van ontkerstening wil ik in dit en een volgend artikel proberen te trekken. Tevens kan daardoor de achtergrond van het moderne denken wat duidelijker worden.
Van Middeleeuwen tot Verlichting
De beoefening van de wetenschap was in de Middeleeuwen in handen van de kerk. Daarbij moeten we niet denken aan wat wij tegenwoordig onder beoefening van de wetenschap verstaan. Wetenschap in onze tijd betekent onderzoek doen, proeven nemen, experimenteren. Wetenschap toen betekende nakijken wat de door de kerk erkende autoriteiten over een bepaald probleem gezegd hadden. Op theologisch terrein waren dat de Kerkvaders, op wetenschappelijk gebied was dat de Griekse filosoof Aristoteles. Iets anders beweren dan zij gezegd hadden, werd als ketterij beschouwd. Dat ondervond bijvoorbeeld de bekende Galileï toen hij, tegen Aristoteles in, durfde beweren dat de aarde om de zon draaide. Op de pijnbank werd hij gedwongen zijn stellingen te herroepen.
Steeds meer werd echter duidelijk dat Aristoteles in vele dingen ongelijk had. Sommigen gingen daarom eigen onderzoek doen. Vaak in het geheim, zoals Vesalius, de lijfarts van Karei V en Filips II. Hij zag zich genoodzaakt voor zijn anatomisch onderzoek 's nachts lijken te stelen van het galgenveld waar de misdadigers opgehangen werden.
Deze geest van onderzoek en kritisch denken was niet te sluiten. Baanbrekend was vooral de Fransman René Descartes. Hij stelde dat wetenschappelijke kennis alleen te verkrijgen was door de rede. Uitgangspunt voor alle denken en onderzoek moest volgens hem de twijfel zijn. Twijfel aan alles was tot dan toe voor waar werd aanvaard. Pas als met het verstand beredeneerd kon worden dat iets waar was, mocht dat ook aangenomen worden.
De kerk, zowel de katholieke als calvinistische, zag in deze methode van de twijfel grote gevaren. Geloof en twijfel passen niet bij elkaar. Vandaar dat één van de felste bestrijders van Descartes in ons land de bekende calvinistische hoogleraar Voetius was. Descartes zelf heeft nooit geprobeerd zijn methode van twijfel op de leer van de kerk toe te passen. Geloof en wetenschap wilde hij volledig scheiden. Dat anderen dat later wél zouden doen, heeft Descartes nooit beseft, maar de kerk wel.
Dit Rationalisme van Descartes heeft samen met het Empirisme, dat alles verwachtte van eigen onderzoek en waarneming van de natuur, geleid tot het tijdperk van de Verlichting. Heel het moderne denken vindt in die tijd zijn oorsprong. Het meest kenmerkende van de Verlichting was haar vooruitgangsgeloof. Een groot optimisme, gesterkt door de vele uitvindingen en ontdekkingen, in een betere toekomst, een leefbaarder wereld, een soort Utopia, ja eigenlijk een paradijs op aarde. Dit vooruitgangsdenken heeft de fundamenten van de kerk en een christelijke samenleving ondermijnd. Liberalisme, fascisme, pacifisme, socialisme en marxisme kennen alle dit vooruitgangsdenken. Al deze ideologieën zijn daarmee geworden tot tegenstanders van het christelijk denken. Het is zoals de bekende Dr. Aalders in „De Reformatorische School" stelde: „Van het vooruitgangsdenken is de ideologie de rijpe vrucht. Een ideologie is immers een toekomstillusie op wetenschappelijke basis, en daarom een gepland, methodisch, gewelddadig ingrijpen in de werkelijkheid. Daarom is elke ideologie in wezen anti-historisch. Zij neemt geen genoegen met snoeien en kappen, maar eist ontworteling. Zij is radikaal."
Een wending ?
Ondanks de geweldige prestaties in onze tijd, lijkt er juist nu een kentering te komen in het optimisme, dat vanaf de Verlichting steeds de grondtoon van de geest van de tijd is geweest. Allerwege komt er bij diverse top-wetenschappers twijfel of al die uitvindingen ook wel werkelijke verbeteringen zijn; of er eigenlijk wel sprake is van vooruitgang.
Om een voorbeeld te noemen: de uitvinding van bestrijdingsmiddelen voor groente en fruit leek een geweldige verbetering. Het gaf inderdaad — tijdelijk — effekti, maar het bleek nodig steeds vaker te spuiten en steeds zwaarder vergif te gebruiken, met alle mogelijke gevolgen voor de mens. Waarschuwende stemmen tegen deze nog steeds verdergaande ontwikkeling zijn er vele.
Zo blijkt, dat wat eerst als een oplossing gezien werd, later een probleem werd. En die problemen worden voor de mensheid steeds groter.
Een rapport als dat van de Club van Rome toonde dat overduidelijk aan. Twijfel en onzekerheid beheersen dan ook in toenemende mate de moderne wetenschap. Moeten we bijvoorbeeld op grote schaal kerncentrales bouwen om het dreigende energietekort van de jaren tachtig op te vangen? Het lijkt de enige oplossing. Een oplossing die echter al weer direkt een probleem oproept: waar moet het radioaktief afval blijven? Is een opwerkingsfabriek, waarin dit afval weer bruikbaar
gemaakt wordt dé oplossing, zoals sommigen menen? In de kranten hebben we kunnen lezen dat President Carter hier erg op tegen is. Want na opwerking blijft er verrijkt plutonium over en dat is de „grondstof" voor atoombommen.
En wat ook te denken van de enorme ontdekkingen en vooruitgang (? ) van de medische/biologische wetenschap. Lees wat dit betreft maar eens het onthutsende boek van de bekende Dr. Ouweneel „Operatie Supermens". Het meest verbijsterende is wel wat hij noemt het „schudden en knutselen met genen". Een gen (meervoud: genen) is een erfelijkheidsdrager. Tegenwoordig zijn de geleerden in staat, proeven met dieren hebben dit bewezen, deze genen te beïnvloeden. Positief zou het zijn als het zo mogelijk werd erfelijke ziekten als suikerziekte, hemofilie (= niet stollen van het bloed bij verwonding) en bepaalde vormen van zwakzinnigheid te bestrijden. De zeer gevaarlijke „perspektieven" zijn echter om via allerlei experimenten te proberen een soort „supermens" te „kweken".
Dat er in de wetenschappelijke wereld twijfel en onrust heerst over deze ontwikkelingen, is begrijpelijk. In Amerika heeft al een groep vooraanstaande biologen opgeroepen experimenten in deze richting stop te zetten, omdat dit, ethisch gezien, onaanvaardbare praktijken mee kan brengen.
Twijfel en angst zijn woorden die niet bij het vooruitgangsgeloof van de Verlichting passen, vandaar het kopje hierboven „een wending? " Wel met een vraagteken! Want ook in onze dagen overheerst nog het optimisme, dat de mens door eigen vindingrijkheid in staat is uit alle problemen te komen. Alleen is er in dat optimisme duidelijk een „barst" gekomen. Eén van de steeds meer op de voorgrond tredende kenmerken van deze tijd is de onzekerheid, vooral de onzekerheid wat betreft de toekomst. Een onzekerheid die ten diepste zijn oorzaak vindt in het verlaten van God en Zijn Woord.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 7 oktober 1977
Daniel | 20 Pagina's