HUISBEZOEK, OOK VOOR JOU!
„Deze week zullen huisbezoek ontvangen " In deze of andere woorden zullen binnenkort de huisbezoeken weer via kansel of kerkbode worden afgekondigd.
„Huisbezoek, nou mij niet gezien!" is misschien jouw reaktie.
„Daar vinden we wel wat op".
Natuurlijk er zijn allerlei uitvluchten te bedenken om je aan het huisbezoek te onttrekken. Die hoef ik hier niet op te sommen. Weer een ander denkt: „Huisbezoek, mij best, maar als die of die ouderling komt is het goed pet".
Ook ouderen (en vaak ook de ouderlingen) zien erg tegen het huisbezoek op. Het is ook moeilijk om (als je dat al wilt of durft) over het geloof (jouw Geloof? ) en wat er ai niet in je hart omgaat met anderen van gedachten te wisselen. Zeker als je ouders of je broers en zussen daarbij zitten.
Als nou bijna iedereen tegen huisbezoek opziet, kunnen we dat bezoek dan maar beter niet afschaffen?
Moet dat echt, huisbezoek?
Op deze vraag is maar één antwoord mogelijk: Ja, huisbezoek moet! Laten we voor een beter begrip in het vervolg van dit artikel eens nagaan:
— hoe het huisbezoek is ontstaan; — waar het in het huisbezoek om gaat.
Hoe het huisbezoek is ontstaan
Het huisbezoek zoals wij dat kennen stamt uit de tijd van de Reformatie. Calvijn heeft na het verwerpen van de biecht als instelling van de kerk het huisbezoek daarvoor in de plaats gesteld om zo de persoonlijke pastorale zorg in nieuwe banen te leiden. Tevens verbond Calvijn het huisbezoek nauw aan de viering van het Heilig Avondmaal. De Nederlandse kerken zijn hem daarin aanvankelijk gevolgd. De ouderlingen bezochten in de week vóór de viering van het Heilig Avondmaal alle leden van de gemeente om hen tot de Dis des Heeren uit te nodigen en mogelijke hindernissen weg te nemen. In de loop der jaren liet men dit direkte verband tussen huisbezoek en Avondmaal los. Het zou in deze tijd haast ondoenlijk zijn de gehele gemeente in de week van voorbereiding te bezoeken.
De huidige praktijk van het huisbezoek komt hierop neer, dat in ieder geval elk lid der gemeente eenmaal per jaar ambtelijk bezoek krijgt. Bijzondere bezoeken zoals bij ziekte, geboorte e.d. buiten beschouwing gelaten.
Dit ambtelijk bezoek is allereerst de taak van de ouderlingen. In sommige gemeentenis het tevens gebruikelijk dat ook diakenen als hulp-ouderling de broeders ouderlingen vergezellen.
Nu is het weer niet zo, dat al de pastorale zorg (zielzorg) in de gemeente alleen maar de taak is van die kleine groep ambtsdragers en predikanten. Als de Heere ons in Zijn Woord vermaant, dat we acht op elkander moeten nemen tot opscherping der liefde en der goede werken, dan wordt dit niet alleen tegen de ouderlingen, maar tegen alle gemeenteleden gezegd!
De onderlinge zorg voor elkaar is dus een taak voor elk lid der gemeente. Dus ook voor jou!
Waar het in het huisbezoek om gaat
Het huisbezoek, de persoonlijk pastorale zorg richt zich op alle leden van het gezin. Dus niet alleen op de belijdende leden, de avondmaalgangers, je ouders, maar ook op jou. De Heere Jezus heeft zelf deze opdracht gegeven. Zei de Grote Herder der schapen niet tot Petrus: „Weid Mijn lammeren, hoed Mijn schapen, weid Mijn schapen".
Jij draagt toch ook het merkteken van die kudde aan je voorhoofd? We kunnen het eigenlijk het beste als volgt voorstellen:
Als 's zondags de prediker de kudde geweid heeft in de grazige weide van het Woord, dan komen door de week de broeders namens hun Meester navraag doen naar dat Woord. Ze gaan bezien wat voor vruchten dat Woord draagt. Door vermaning, vertroosting en gebed trachten ze het gezaaide tot meerdere wasdom te brengen. De apostel Paulus spreekt in dit verband over planten en natmaken. Er moet geschoffeld, gesnoeid en besproeid worden. Huisbezoek is in diepste zin het antwoord, dat de broeders komen vragen op het huwelijksaanzoek dat namens de Bruidegom in de prediking tot je kwam: Mijn zoon, mijn dochter geef Mij je hart! Heb jij al antwoord mogen geven op die liefdesverklaringen en aanzoeken van de Hemelse Bruidegom? In de weg van persoonlijke bekering en geloof en in een oprechte Christelijke levenswandel?
Tijdens het huisbezoek wordt de prediking van het Woord heel persoonlijk op jou toegespitst. Dan vraagt God aan jou: Hoe staat het ermee Ronald, Ineke, Jan? Wat heb je met mijn Woord gedaan? Verwerp je Mij nog steeds? Nee toch? Ik, de Heere heb jouw eeuwig behoud op het oog! Het kan zijn, dat je tijdens de preek nog wel kans ziet door de mazen van het Evangelicnet te ontsnappen, maar door het persoonlijke karakter van het huisbezoek dwingt de Heere je kleur te bekennen; tracht Hij je te bewegen tot een hartelijke keus voor Hem en Zijn dienst.
Huisbezoek is de nazorg van de prediking. Hulpverlening om de juiste toepassing op de preek te maken tot opbouw van de gemeente in haar geheel en tot toerusting van ieder gemeentelid afzonderlijk.
Huisbezoek is vooral verkondiging. Het in een persoonlijk gesprek brengen tot het Woord, houden bij het Woord om zo in de middelijke weg te brengen tot de zalige gemeenschap met de Heere. Zo kan huisbezoek uitmonden in een lofprijzing, een jubel. Denk maar aan de ontmoeting van Maria en Elizabeth. Elizabeth begint niet met Maria uit te horen, neen ze gaat zelf de daden des Heeren verkondigen. Maria wordt daar zo door aangestoken dat ze meejubelt: „Mijn ziel maakt groot de Heere; Mijn Geest verheugt zich in God mijn Zaligmaker". Wat een huisbezoek!
Kijk, je kan je natuurlijk aan het huisbezoek onttrekken, uitvluchten verzinnen of je uiterst kritisch opstellen. Het bedenken van een aantal lastige vragen is een koud kunstje. Of het huisbezoek boycotten en je agressief opstellen. Vragen over wat nou wel en niet mag zijn goeie afleiders. In dit verband missen opmerkingen over het orgelspel, de kleding, de haardracht en andere dergelijke zaken hun negatief effekt niet. Zo kan je te werk gaan. Bedenk dan wel dat de zegen van het huisbezoek je ontgaat. Tot lofprijzing van de Heere komt het in zo'n gesprek zeker niet. En wat voor antwoord zal de ouderling namens jou aan de Heere voorleggen? Hij zal bedroefd naar huis gaan en zijn Zender moeten meedelen, dat je niet geweid wilt worden; dat je „neen" zegt op Zijn aanzoeken en niet tot de kudde gerekend wilt worden. Moet dat dan zo?
Bereid je biddend voor op huisbezoek. Tracht zo eerlijk mogelijk de ambttsdragers tegemoet te treden.
Als de keus voor de Heere en Zijn dienst in je leven gevallen is, zwijg daar toch niet over. Speel geen verstoppertje, maar kom er openlijk voor uit dat je de Heere lief hebt. Dat je Zijn dienst bemint, ja Hem dag en nacht zoekt. Dwaal je wellicht in het duister: Vraag om raad! Zou je geen open oor en hart vinden? De Heere Jezus liet 99 schapen in de steek om dat ene verdoolde schaap te behouden!
Vind je het moeilijk om in het bijzijn van anderen de stem van je hart te laten spreken; vraag dan een persoonlijk gesprek aan. Het is belangrijk genoeg, of niet soms? Wellicht zegt iemand: U hebt makkelijk praten, maar waar haal ik de juiste woorden vandaan? Wees gerust jezelf ook in je woordgebruik. De Heere ziet je hart aan.
Onttrek je niet aan de vermaning van de broeders. Of is jouw leven soms vlekkeloos? Een herder moet weieens een flinke kluit of steen gebruiken om een afgedwaald
of onwillig schaap weer bij de kudde te brengen. Dat kan hard aankomen en behoorlijk pijn doen. Loop dan niet weg, maar laat je leiden. Je eeuwig behoud staat op het spel.
Tenslotte nog dit. Ouderlingen komen in opdracht van de Heere Jezus. Dat legt een grote verantwoording op hun schouders. „Even op huisbezoek" is er niet bij. Als het goed is bereiden ze zich biddend voor in afhankelijkheid van Hem die gezegd heeft: Dwing ze om in te komen! Toch blijven het zwakke, zondige mensen vol gebreken. (Wie van de broeders zal dit niet toestemmen? ) Het kan zijn dat je kritiek hebt op de manier waarop het huisbezoek verliep, rechtvaardige kritiek. Neem achteraf eens kontakt op met de betrokken ouderling. Een gesprek onder vier ogen kan veel
misverstanden uit de weg ruimen en bevrijdend en verhelderend werken. Laten we besluiten met een woord van de Meester zelf:
„Wie u hoort, die hoort Mij; en wie u verwerpt, die verwerpt Dengene, die Mij gezonden heeft". (Lukas 10 : 16).
Eer de ambtsdragers om huns werks wil en om hun Zender, want door hun arbeid wil God waken over uw zielen.
Een goed huisbezoek toegewenst!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1977
Daniel | 20 Pagina's