IN GESPREK MET DE ANDER
Een „echt gesprek" voeren met de ander is een moeilijke zaak. Het lijkt zo eenvoudig; met elkaar spreken, elkaar iets zeggen, gedachten uitwisselen. We proberen onze gedachten onder woorden te brengen en onze gevoelens te vertolken, terwijl achter onze woorden een wereld van beleving en een gedachteninhoud schuilgaat waarvan de ander vaak geen wetenschap heeft. Er wordt door ons ook heel wat gepraat zonder dat we er al te veel bij nadenken. Er zou over onze gesprekken heel wat te zeggen zijn.
Beter is dat we ons afvragen of ons gesprek met de ander wel overkomt, of er tijdens een gesprek sprake is van een werkelijke ontmoeting met de ander. Hoe vaak zijn onze gesprekken niet meer dan woorden. Woorden die niet verder komen. We zeggen dan: „Wat ik wilde zeggen, kwam niet over". We kunnen de juiste woorden niet vinden of er is geen luisterend oor bij onze gesprekspartner. Elk wezenlijk gesprek bestaat uit een wederzijds spreken en luisteren.
Ons spreken lijkt echter vaak op het houden van een toespraak, waarbij we alleen naar onszelf luisteren. Echt aktief luisteren wil zeggen proberen te verstaan wat de ander werkelijk wil zeggen. Een goed gesprek ontstaat niet doordat we een goede gesprekstechniek hanteren, hoe waardevol dit soms kan zijn. Hoofdwaarde is dat we onze eigen spraakzaamheid en op onszelf gericht zijn verliezen, en leren luisteren naar de ander. Als er zo een gespreksrelatie mag ontstaan is dat een onverdiende zegen omdat wij daar uit onszelf onbekwaam toe zijn. Uit de veelheid van gesprekstvpen heb ik voor dit artikel een keuze gemaakt. Het hulpverlenend gesprek, het pastorale gesprek en het groepsgesprek willen we ditmaal onder de loep nemen.
Het hulpverlenende gesprek
In de hulpverlening neemt het gesprek een bijzondere plaats in. Mensen die werkzaam zijn in een hulpverlenend beroep, ik denk aan verplegenden, maatschappelijk werkers, werkers in de gehandicaptenzorg en artsen, moeten veel gesprekken voeren. Er wordt door de patiënt, cliënt of pupil hulp en advies gevraagd, of de werker voelt aan dat een gesprek — ongevraagd — nodig is. Op dat moment is er sprake van een beroepsmatig, hulpverlenend gesprek. Voor dit helpend gesprek valt wel het één en ander te leren.
Bij de gespreksvoering kunnen sommige
gespreksmethoden een hulpmiddel zijn. Vóór alles is het echter van belang, dat de helper zich kan inleven in de vragen, de situatie en de nood van de medemens; dat hij de problemen kan aanvoelen; dan pas kan hij ook op de juiste manier daarop reageren. Eenvoudig is dat echter niet, iedere werker in de hulpverlening stuit daarin bijna dagelijks op problemen. Om iets meer zicht te krijgen op het gesprek in de praktijk van het maatschappelijk werk heb ik enkele vragen voorgelegd aan Mej. B. W. Hulsman, momenteel maatschappelijk werkster in dienst van de vereniging „Gehandicaptenzorg, uitgaande van de Gereformeerde Gemeenten".
Mej. Hulsman, kunt U vanuit uw eigen ervaring noemen van een helpend gesprek? voorbeelden
Daar zou ik zelfs veel voorbeelden van kunnen geven! Vanwege de beperkte ruimte zal ik slechts één voorbeeld noemen. Een moeder vertelt over opvoedingsmogelijkheden. Haar dochter, 18 jaar is poliopatiënte. Als moeder weet ze niet meer hoe zij haar moet benaderen. Steeds zijn er botsingen, terwijl zij alles voor het meisje doen wil.
Tijdens het gesprek erover, denken we a.h.w. samen hardop. Mijn vragen zijn er op gericht haar als moeder begrip bij te brengen voor het meisje, dat zo graag net als haar vriendinnen alles zelf zou willen doen en voor wie nu alles uit handen wordt genomen, ook hetgeen zij wellicht nog wel kan, zij het met wat moeite. Begrip ook voor de jonge vrouw in haar dochter die naar de volwassenheid toegroeit en door haar handicap afhankelijk is, wat met elkaar in botsing komt.
In dit vraag en antwoordspel gebeurt er wat. De moeder gaat, behalve dat er een groeiend begrip wordt gewekt ook zichzelf onder de loupe nemen, ook haar streven om een goede moeder te zijn, waardoor het misloopt.
In dit gesprek staat het helpen denken op de voorgrond.
Een bekende regel uit de theorie van de gespreksvoering is: „Luisteren gaat voor spreken oftewel begin waar de cliënt is". Kunt U deze regel wat toelichten vanuit de praktijk en aangeven hoe écht luisteren mogelijk is?
Ja, beginnen waar de cliënt is. Dus ingaan op hetgeen waar hij mee komt, maar tegelijkertijd luisteren, ook naar hetgeen niet gezegd wordt. Ik zal proberen het aan de hand van een voorbeeld duidelijk te maken. Als maatschappelijk werkster kom ik bij een gezin waar een jongen ten gevolge van een ongeval zodanig gehandikapt is dat hij voor zijn verdere leven van een rolstoel gebruik zal moeten maken. De jongen is nog in een revalidatiecentrum, maar mag binnenkort thuiskomen.
Op weg er naar toe is door mij overwogen welke gevoelens er bij de ouders kunnen overheersen. Is het de blijdschap dat hun zoon leeft en binnenkort weer thuiskomt of het verdriet dat hij zo ernstig gehandikapt is of wellicht opstond tegen God, of, ook dat is mogelijk, schuldgevoelens? Wanneer er direkt nadat ik binnen ben wordt gesproken over de aanpassingen die in de woning worden aangebracht en waaraan al flink gewerkt wordt, dan ga ik daar op in, geef zo nodig aanwijzingen en noem adressen waar hulpmiddelen verkrijgbaar zijn e.d. Dan begin ik dus waar de cliënt is. Maar tegelijkertijd beluister ik dat deze mensen bezig zijn zich te verstoppen achter hun aktiviteiten. Dit kan zowel bewust als onbewust geschieden. De mogelijkheid bestaat dat zij, ook ten opzichte van elkaar nog niet spreken over hun gevoelens betreffende het leed dat hen trof. Wanneer ik dit eerste vermoed, dan zal ik tijdens het eerste gesprek niet meer doen dan te trachten het gesprek tussen de ouders onderling op gang te helpen. Dit kan bijvoorbeeld door aan het eind van het bezoek tegen hen te zeggen dat het voor hen als ouders naast de blijdschap dat hun zoon nog leeft, toch ook heel moeilijk zal zijn dat hun zoon op deze wijze door het leven zal moeten en dat zij elkaar in de toekomst nog meer nodig zullen hebben dan in het verleden.
De kans bestaat dat één der ouders tijdens het gesprek zegt dat het nodig is dat zij zich groot houden, om het voor de jongen niet moeilijker te maken dan het al is. Op die zin kom ik later terug, omdat zij daarmee aan willen geven dat zij het moeilijk hebben. Vaak is men dan blij dat je er op ingaat, omdat men dan eindelijk de kans krijgt erover te spreken, wat men voorheen niet durfde.
Gezegd wordt in dit geval dat het voor de jongen nodig is dat men zich flink houdt, maar als maatschappelijk werkster beluister ik dat men het moeilijk heeft, wat dus niet wordt gezegd.
In de Amerikaanse psychologie wordt sterk de nadruk gelegd op de aanvaarding van de ander. In het helpend gesprek moet dit de basishouding zijn van de hulpverlener. Is dat altijd mogelijk? Hoe moeten we dit in bijbels licht bezien?
Er staat in de Heidelbergse Catechismus dat wij niet in staat zijn tot enig goed en geneigd tot alle kwaad. We mogen nooit de zonde goedkeuren en aanvaarden, maar wel de ander aanvaarden met zijn gebreken en zwakheden, eventueel met zijn misdaden, omdat wij zelf ook niet in staat zijn tot enig goed en het genade is wanneer wij voor misdaden bewaard zijn. Het is goed om in dit verband de geschiedenis te lezen van de vrouw die in overspel gegrepen zijnde, tot Christus werd gebracht.
Als iemand in nood om hulp vraagt, waar komt het dan in het helpend gesprek uiteindelijk op aan? Mag in dat gesprek ook onze christelijke levensovertuiging een rol spelen?
Onze christelijke levensovertuiging behoort in ons hele leven een rol te spelen, dus ook in een hulpverlenend gesprek. Dat wil niet zeggen dat het in elk gesprek met name wordt genoemd. Paulus schrijft ergens: „Opdat uw naaste door uw wandel gewonnen worde". Wanneer ons hulpverlenend gesprek plaats vindt vanuit de liefde gedreven, dan speelt deze liefde een belangrijke rol, ook al wordt het niet direkt uitgesproken.
Het pastorale gesprek
In de bezinning op het gesprek neemt het pastorale gesprek een eigen plaats in. Het pastorale gesprek is verreweg de belangrijkste vorm, waarin de zielszorg aan afzonderlijke personen zich voltrekt. Hoewel we hierbij niet moeten vergeten dat ook de brief een belangrijk middel kan zijn. Van Calvijn is bekend dat hij in een omvangrijke correspondentie aan velen zielszorg heeft gegeven. Ook in de prediking, in eerste instantie gericht tot de hele gemeente, komt de persoonlijke zielszorg naar voren. In het pastorale gesprek wordt de enkeling echter in het bijzonder „terzijde geroepen".
Het gebruik van de omschrijving „pastoraal" gesprek is niet toevallig. Er wordt in de eerste plaats mee bedoeld, het gesprek dat door de pastor, de herder van de gemeente, de predikant, gevoerd wordt.
Toch kunnen we het pastorale gesprek ook breder zien. Ook de ouderlingen zijn immers „pastors" naast de predikant. Ook zij worden geroepen als herders over de gemeente te waken, om de leden te troosten en te vermanen. Ik denk ook aan de diakenen. Het bevestigingsformulier spreekt immers over het spreken van „troostelijke redenen uit het Woord van God". En hebben ook de gemeenteleden niet de taak elkaar te vertroosten, te vermanen, te bemoedigen en te helpen? Enkele vragen, die verband houden met het pastorale gesprek, heb ik voorgelegd aan onze hoofdredakteur, ds. H. Rijksen.
Dominee, kunt U aangeven wat U onder „het pastorale gesprek" verstaat? Met andere woorden: wat maakt een gesprek tot een pastoraal gesprek?
Als U mij vraagt, wat ik onder een pastoraal gesprek versta, dan zouden we het zó kunnen beantwoorden, dat een pastoraal gesprek een gesprek is, dat een herder met één van zijn schapen heeft, die aan zijn ambtelijke zorg zijn toevertrouwd. Het behoort tot de opdracht aan de herders: „Weidt de kudde Gods, die onder U is, hebbende opzicht daarover". Dat gesprek kan gaan over vragen, die er leven in het geestelijk leven, maar het kan ook gaan over noden en omstandigheden, die er op allerlei andere terreinen van het leven kunnen zijn. De pastor zal in dat gesprek leiding hebben te geven in het Licht van Gods Woord, en op grond van dat Woord samen met de ge-
sprekspartner antwoorden hebben te zoeken op de vragen die gesteld worden. Ik geloof dat dit een gesprek tot een pastoraal gesprek maakt.
Een voorwaarde voor een echt gesprek is, dat we onszelf in het gesprek niet zoeken, maar de ander. Is dat wel mogelijk? Kunt U tevens iets zeggen over de betekenis van het pastorale gesprek?
Inderdaad is de voorwaarde voor een pastoraal gesprek, dat je kunt luisteren. Als iemand met een bepaalde nood loopt, die hem drukt en kwelt en benauwt, dan kan het al een grote verlichting betekenen dat hij in een vertrouwelijk gesprek, waarvan hij of zij weet dat het onder vier ogen blijft, alles eens kan uitspreken, en dat er iemand is die echt luistert. Ook is het nodig, dat de pastor zich verplaatst in de situatie, waarin hij of zij, met wie hij spreekt, verkeert.
Het kan ook gebeuren in een pastoraal gesprek, dat de gesprekspartner zich de noden, waaronder hij toch gebukt gaat, niet ten volle realiseert. Dan moet de dominee of ouderling zich zo proberen in te leven in de problematiek van zijn gesprekspartner, dat hij hem de spiegel kan voorhouden, waar het eigenlijk op vast zit, en de gesprekspartner niet alleen tot de ontdekking komt: „ja, dat is het", maar ook aanvoelt dat de dominee of ouderling hem aanvoelt of begrijpt. Dit kan iemand bijzonder helpen en verlichten. Om dit echt te kunnen, zal zulk een gesprek door de pastor altijd weer plaats vinden met een biddend hart, in diepe afhankelijkheid van de Heere, dat Hij verstand geve en inzicht en takt en liefde.
Hoe komt het toch, denkt U, dat er mensen zijn die niet met hun problemen en geestelijke nood bij een predikant of ouderling durven aankloppen?
Ik geloof dat dat sóms aan de mensen kan liggen, omdat ze wellicht te veel schroom en een ongemotiveerd opzien hebben tegen de ambtdragers. Het kan echter ook aan de pastor liggen, omdat hij téveel afstand bewaart van zijn schapen öf omdat hij moeilijk een echt gesprek kan houden.
Voor een echt pastoraal gesprek is immers een voorwaarde dat er een vertrouwensrelatie wordt opgebouwd en dat men voelt: ik kan bij de dominee terecht en hij is bereid echt te luisteren en staat niet meteen met z'n antwoord klaar. Hij probeert biddend met mij samen werkelijk een antwoord te zoeken. Ik heb helaas wel eens moeten merken in sommige gemeenten, dat mensen bang zijn met een ouderling of een diaken te praten, omdat men vreest dat het gesprek verder zal komen en bekend zal worden. Als dit werkelijk zo zou zijn, dan wordt de vertrouwensrelatie natuurlijk ernstig geschaad.
Heeft U nog een slotopmerking met betrekking tot het pastorale gesprek?
Ik wil alleen dit nog zeggen, dat het m'n gewoonte is om nimmer een pastoraal gesprek te beëindigen voordat we samen het gehele gesprek bij de Heere hebben gebracht in het gebed en Zijn hulp en leiding hebben ingeroepen.
Het groepsgesprek
Naast het persoonlijke gesprek met de ander, vraagt in dit artikel ook het gesprek met de ander in de groep onze aandacht. Het samen-spreken in de groep, met name in een gespreksgroep, is op allerlei terreinen van het leven van grote waarde gebleken. Ik kan daar in deze bijdrage niet uitvoerig op ingaan. Toch wil ik uit de praktijk van ons jeugdwerk één aspekt noemen. Ik denk met name aan de vormende waarde van de gespreksgroep. Gebleken is dat het groepsgesprek een belangrijk middel is om elkaar te leren kennen en begrijpen. We noemen de gespreksgroep weieens een kleine oefenschool voor het maatschappelijk en kerkelijk leven. Wie zich in een kleine kring heeft leren bewegen, zal zich ook in grotere verbanden gemakkelijker thuisvoelen. Daarbij mag in ons kerkelijk jeugdwerk het gesprek plaats vinden rond het geopende Woord van God. Dat Woord is echter ook een oordeler van onze gedachten en van de overleggingen van ons hart. Het oordeelt ook onze gesprekken, waarin we altijd weer onszelf bedoelen en eigen eer op het oog hebben. Nodig is dat we ons voor het eerst en steeds weer opnieuw laten terecht wijzen door het Woord van God en leren spreken tot Zijn eer en het waarachtig heil van onze naaste.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 23 september 1977
Daniel | 20 Pagina's