BOEKBESPREKING
Alleen uit en door Hem, Overwegingen bij het zeventigjarig bestaan van de Gereformeerde Gemeenten. Uitg. Hoekman, Goes. 134 pag. Prijs ƒ 16, 90.
Elders in dit nummer van Daniël wordt onder de titel „Ter Gedachtenis" aandacht gevraagd voor de herdenking van het zeventigjarig bestaan van onze Gereformeerde Gemeenten. Het is gelukkig niet het enige dat ons in deze tijd bij de geschiedenis van ons kerkverband bepaalt. Bij uitgeverij Hoekman verschijnt dezer dagen het hierboven genoemde boek dat eveneens een bijdrage wil zijn tot het gedenken van wat er voor en bij de tot standkoming van de Gereformeerde Gemeenten in 1907 is geschied.
Gedenken
Gedenken is niet erg in tegenwoordig. Om iets te gedenken moet je eens even stil staan, moet je eens even alles op zij zetten om het verleden op je in te laten werken en je te realiseren hoe je eigen leven in verband staat met dat verleden. En, zoals ik al zei, gedenken is niet erg in in deze tijd. Het leven is vandaag aan de dag helemaal georiënteerd op het „hier en nu", en daarnaast hooguit gericht op de toekomst. Wat achter ons ligt is voorbij en interesseert ons als jongeren vaak maar matig. Het is hooguit interessant voor zover het ons boeiende verhalen levert.
Totaal anders spreekt de Bijbel over gedenken. Gedenken is niet alleen maar kennis nemen van wat er in het verleden gebeurd is, maar is tevens beseffen hoe God Zijn volk vanuit het verleden geleid heeft en nog steeds leidt tot in het heden door alle aanvallen van de vorst der duisternis heen en ondanks alle eigen afdwalingen en zonden. Gedenken is daarom niet alleen kennisnemen, maar ook en vooral overdenken, belijden en dankzeggen Geldt dit voor een gedenken van wat er in het volksleven gebeurd is, dan zeker wanneer het gaat om de geschiedenis van de kerk. Het stemt tot blijdschap dat bovengenoemde bundel vanuit de hier genoemde gedachten geschreven is.
In het verleden ligt het heden ....
Aan deze bekende uitspraak zal men onwillekeurig moeten denken bij het lezen van dit boek. In de bijdragen van vrijwel alle medewerkers beperkt men zich niet tot geschiedenis van onze gemeenten, maar trekt men lijnen naar het heden en soms zelfs naar de toekomst. Het grootste deel van het boek wordt gevormd door een viertal hoofdstukken, n.1. van drs. H. Hofman en M. Golverdingen over de Afscheiding en de gemeenten van ds. Ledeboer, van M. Golverdingen over de gebeurtenissen rondom de vereniging in 1907, en van ds. A. Vergunst over het theologisch eigene van de Gereformeerde Gemeenten in de Gereformeerde Gezindte. Hierna volgen een negental hoofdstukken, geschreven door diverse personen die ieder op hun eigen wijze iets schrijven over wat het lid zijn van de Gereformeerde Gemeenten voor hen persoonlijk betekent.
Schrijven over de geschiedenis van de kerk in Nederland in de vorige eeuw is tevens schrijven over de verdeeldheid van de kerk. De vraag naar het goed recht van de Afscheiding en binnen de daaruit voortgekomen kerken de vraag naar het bestaansrecht van de Gereformeerde Gemeenten komt dan als vanzelf naar voren en terecht. In de bijdrage van Hofman speelt het kennelijk ook voortdurend bij de schrijver op de achtergrond. Zijn hoofdstuk geeft niet alleen een duidelijke beschrijving van de voorgeschiedenis van onze gemeenten, maar wil tevens duidelijk maken dat de weg die
deze gemeenten gingen de juiste was, dat hun enig motief was, te blijven in het „spoor der vaderen". Zij beschouwden zichzelf dan ook als de wettige voortzetting van de kerk der reformatie in ons vaderland en hadden daar verdrukking en vervolging voor over. Overigens wijst de schrijver er ook op dat niet allen dezelfde weg gingen. Er waren ook godvrezenden die in de Hervormde Kerk bleven, die niet het initiatief durfden nemen om deze kerk te verlaten, bevreesd als zij waren op Gods Raadsplan vooruit te lopen.
Het ware wellicht vollediger gev/eest als ook gewezen was op het feit dat er onder de afgescheidenen niet alleen waren die zoals De Cock genoodzaakt waren tot afscheiding, maar dat er ook waren die daar bewust op aan stuurden zoals bijv. Scholte. Het heeft namelijk nogal wat konsekwenties gehad voor het kerkelijk besef. Bij de eerstgenoemden (waartoe dus ook Ledeboer te rekenen valt) vinden we namelijk sterk het besef van maar een noodkerk te zijn en blijft er een heimwee naar de ene oude vaderlandse kerk. Bij de tweede groepering is de Hervormde Kerk al direct geheel afgeschreven en beperkt het kerkelijk besef zich tot de eigen afgescheiden groepering.
Het zou interessant zijn om na te gaan hoe het komt dat het eerstgenoemde vrijwel geheel uit het kerkelijk besef binnen onze gemeenten verdwenen is. Vaak heb ik namelijk het gevoel dat het alleen nog maar bij herdenkingsdiensten zoals in dit boek geciteerd op pag. 5 even aan de oppervlakte komt.
Van groot belang voor het verstaan van het eigen karakter van onze gemeenten zijn de hoofdstukken die geschreven zijn door Golverdingen. Veel aandacht besteedt hij aan de kerkopvatting van Ledeboer en aan de wijze waarop zijn volgelingen zijn werk hebben voortgezet. Door onderling getwist over verschil in „ligging", verschil in opvatting over psalmberijming, ambtskleding etc. komt het kerkelijk leven in een moeilijke situatie. Een ordelijk kerkelijk leven volgens de kerkenorde ontbreekt vrijwel geheel. Terecht typeert de schrijver de vereniging met de kruisgemeenten in 1907 als een keerpunt dat een ontferming Gods is over dit gedeelte van Zijn Kerk. Het kerkelijk leven komt dan vanuit het slob van het 19e eeuwse gemoedelijke individualisme weer in een gereformeerd-bijbels spoor. Behalve een naar ik meen zeer belangrijk gedeelte over de les die we uit deze geschiedenis en de wijze waarop de vereniging tot stand gekomen is, kunnen leren, bevat de bijdrage van Golverdingen een schat van informatie over de personen die bij de vereniging betrokken waren.
Het theologisch eigene — gereformeerds theologie.
De vierde bijdrage in dit boek is zoals gezegd van ds. A. Vergunst en draagt als titel: Het theologisch eigene van de Gereformeerde Gemeenten in de Gereformeerde Gezindte. Het is een hoofdstuk dat ieder lid van onze gemeenten zou moeten kennen. In duidelijke taal wordt hier geschreven over het kenmerkende van de prediking in onze gemeenten door te wijzen op de grote invloed van Comrie. Een bezwaar vind ik wel het vrij grote aantal lange citaten die het lezen van dit hoofdstuk moeilijker maakt dan nodig zou zijn. Ze zijn echter alleszins de moeite van het lezen waard. De schrijver gebruikt ze naar hij zegt om aan te tonen dat de door hem getypeerde prediking in overeenstemming is met de theologie van de Nadere Reformatie. Voor lezers uit onze gemeenten lijkt me een dergelijke bewijsvoering overbodig, voor lezers buiten onze gemeenten zou het wellicht nuttig geweest zijn om duidelijk te maken waarom juist Comrie en niet bijv. Brakel of Kohlbrugge zijn stempel op de prediking drukt.
Persoonlijke bezinning ....
De laatste veertig pagina's van het boek kunnen gezien worden als de neerslag van een persoonlijke bezinning door een negental personen op hun lid-zijn van onze gemeenten. Hier zien we wat „gedenken" persoonlijk betekent. Ootmoed en dankbaarheid overheersen. Eigenlijk zou ieder lid van onze gemeenten zich eens op zijn lidzijn moeten bezinnen op een wijze zoals hier gebeurd is. Ons kerkelijk leven zou er wél bij varen.
Dit boek aanbevelen doe ik niet. Het is als met een foto-album van je gezin, dat héb je gewoon. Ik hoop dat dit binnen korte tijd ook met dit boek het geval zal zijn voor alle gezinnen in onze gemeenten.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1977
Daniel | 24 Pagina's