HET GEREFORMEERD KERKRECHT
De Dordtse Kerkorde
De presbyteriale kerkorde is door een worsteling tot stand gekomen. Voor 1544 werkten er in de gemeenten Lutherse, Erastiaanse en Doperse gedachten. Na 1544 kwamen er van buiten af uit Londen en Oost-Friesland kerkrechtelijk andere opvattingen ons land binnen. Nadat in 1559 op de Synode van Parijs een Franse kerkenordening werd opgesteld maakten in ons land verschillende synoden kerkelijke bepalingen in Gereformeerde zin.
Ook werden er door de overheid van verschillende provincies kerkelijke wetten opgesteld. Het doel van deze kerkelijke wetten was de kerken onder de gewestelijke en plaatselijke magistraten te stellen. De geest van deze staatskerkenorde was een Erastiaanse, d.w.z. de kerken moesten geheel onder het gezag van de overheid komen. Dit werd vooral voorgestaan door Hugo de Groot, ds. Uytenbogaert en alle Remonstranten. De kerken hebben zich tegen dit streven heftig verzet, soms gepaard gaande met woelingen in de gemeenten. Zij hielden vast dat Christus de sleutelmacht niet aan de overheid, maar aan Zijn volk gegeven heeft. Met Dordt 1618-1619 werd de strijd principieel wel niet geheel beslist — de kerken lieten nog teveel zeggenschap aan de overheid — maar de rust keerde weer in de kerk. Wel heeft de overheid de kerk bijna twee eeuwen verhinderd in Generale Synode bijeen te komen. De Deputaten art. 48 echter deden toen voortreffelijk werk in de korrespondentie tussen de provinciale synoden. In de kerk behield de kerkorde haar bindende kracht hoewel ze niet geappoprobeerd (goedgekeurd) werd door de Generale en de meeste Provinciale Staten. De Staten van Holland weigerden ook de approbatie, maar gaven wel toestemming aan de kerken om de D.K.O. te volgen. Voetius meende dat hierdoor in wezen ook de Staten van Holland toch approbeerden. Moeizaam maar gestadig oefende de Dordtse Kerkorde toch haar gunstinge invloed uit op het kerkelijk leven. Dat duurde tot de Bataafse Republiek van 1805, toen de verhouding van de kerk tot de staat zich wijzigde. Er kwam scheiding tussen kerk en staat. Tevoren was de Gereformeerde Kerk de bevoorrechte en officieel erkende. De Lutherse, Doopsgezinde en Roomse Kerk werden zonder voordelen geduld. Nu kregen voor de wet alle kerken een gelijk bestaan.
De afscheiding
Op de eerste synode van de Chr. Afgescheiden gemeenten te Amsterdam werd de D.K.O. 1618-1619 aangenomen met uitzonderingen van de bepalingen waar de macht van de overheid in de kerk werd toegelaten.
Art. 1 van de Bepalingen betreffende de openbaring van de instituaire éénheid der kerke Christi door de Ger. Gem. onder het Kruis en de Ger. Gemeenten ontstaan uit de aktie van ds. Ledeboer, volgens besluit van 25 juli 1907 te Rotterdam en bevestigd te Middelburg luidt:
Als accoord van kerkelijke gemeenschap wordt aanvaard en blijve gehandhaafd de D.K..O vastgesteld in de jare 1619, behoudens die artikelen die door verandering van de verhouding tussen Kerk en Overheid, of door het wegvallen der Waalse taal, niet meer van kracht zyn, van welke art. de kerken zelve aanwijzing doen zullen.
Het ontstaan
De voorbereiding van de D.K.O. is gebeurd op het Konvent te Wezel in 1568. Dit konvent is geen eigenlijke synode geweest waar de kerken in een georganiseerd verband op regelmatige wijze zijn vertegenwoordigd. De politieke situatie in de zuidelijke en noordelijke Nederlanden verhinderde het samenkomen te Emden.
Wezel was gunstig gelegen voor de deelnemers uit het westen, die de verschillende groepen der vluchtelingenkerken vertegenwoordigden. Er waren op dit konvent naast predikanten ook ouderlingen en diakenen. Dit konvent heeft voor de voorbereiding van het tot stand komen van een georganiseerd verband van de kerken in Nederland grote betekenis gehad. Men leefde in de verwachting om binnen niet te lange tijd in het Vaderland de gereformeerde kerken te kunnen organiseren.
De in acht hoofdstukken vervatte artikelen handelden vooral over de inrichting van de plaatselijke kerken, en bedoelden de eenheid hiervan zoveel mogelijk te bevorderen. Men had in deze artikelen op het oog het treffen van enkele voorlopige regelingen, in afwachting van het samenkomen van een te beleggen synode.
De artikelen van Wezel zijn nader herzien en bevestigd op de synodes van Embden in 1571; Dordrecht in 1574; Dordrecht in 1578; Middelburg in 1581; 's-Gravenhage in 1586 en Dordrecht in. 1618-1619.
De naam
De vaderen van Embden gingen uit van het beginsel, dat er in de kerk geen sprake mag zijn van hiërarchie. Maar aangezien de kerken zich vrijwillig verenigden op de grondslag van Gods Woord en de gemeenschappelijke belijdenis, volgt daaruit dat de kerkorde, op deze grondslag rustend, kracht en geldigheid heeft voor de kerken, die haar zelf hebben opgesteld. Daarom spraken de vaderen in Embden in art. 53 uit: „dat alle kerken zullen arbeiden deze te onderhouden, totdat in een synodale vergadering anders besloten wordt".
Officieel werd de naam van kerkenordening te Embden niet gebruikt. Boven de 53 artikelen, die daar opgesteld werden, stond de naam: Akta of Handelingen der verzameling van de Nederlandse kerken, die onder het kruis zitten, en in Duitsland en Oost-Friesland verstrooid zijn, gehouden te Embden, de 4e oktober 1571. Toch kunnen we in deze akta van Embden 1571 zien de kerkorde, die de grondslag is geweest van de latere kerkorden. Deze orde der kerken van Embden bleef, hetzij dan in gewijzigde vorm, van kracht, en de hoofdlijnen, maar ook verre de meeste formuleringen, werden telkens overgenomen en gehandhaafd.
De synode te Middelburg 1581 gebruikte voor het eerst als officiële titel: Kerkenordening in de Generale Synode der Nederlandse Kerken, en ook de Synode van Dordrecht 1618-1619 stelde als titel: Kerkenordening, gesteld in de Nationale Synode der Gereformeerde Kerken.
De oude vorm is: kerkenordening, en later kwamen ook de nieuwere vormen in gebruik, als kerkeordening, kerkenorde en kerkorde.
In de naam kerkenordening is kerken geen meervoud, dus niet: ordening der kerken. Het moet gelezen worden als b.v. kerkenraad en kerkendienaar, d.i. raad en dienaar van een kerk. En het enkelvoud kerk mag ook niet gelezen worden in kollegialistische zin, alsof de gezamenlijke kerken in heel het land één grote landskerk zouden vormen. In het kollegialistische stelsel valt de zelfstandigheid van de plaatselijke kerken weg, de kerken zijn geheel onderdelen geworden van het grote gehéel. Denk b.v. aan de Hervormde Kerk, waar, indien de kerkeraad en de gemeente uittreden, de kerkelijke goederen toch aan het gehele instituut blijven. Dat wilde juist de Dordtse Kerkorde 1618-'19 niet, want in art. 84 staat: Geen kerk zal over andere kerken, geen dienaar over andere dienaren, geen ouderling of diaken over andere ouderlingen of diakenen enige heerschappij voeren.
Het kerken van kerkenordening moet dan gelezen worden in de zin van bijvoeggelijke betekenis. Het zijn artikelen van de kerkelijke orde in tegenstelling van een staatkundige of een maatschappelijke of een burgerlijke verordening. Deze kerkelijke bepalingen dragen een regelend karakter. Zij zijn van bindend karakter op kerkelijk terrein en verplichten de leden en de ambtsdragers van de kerken tot onderhouding.
Karakter
Ofschoon Gods Woord geen wetboek is, waaruit de kerk alles wat voor de regering nodig is, kan aflezen, toch worden de hoofdbeginselen der kerkregering duidelijk in het Nieuwe Testament geleerd. Deze algemene regelen, die voor alle tijden gelden, bieden ook vrijheid om die beginselen toe te passen naar de behoefte van tijden en omstandigheden.
Verband belijdenis en kerkorde
De orde van de kerk vindt haar grondslag in Gods Woord. Er is ook een verband tussen de belijdenissen en de kerkorde. In de belijdenis spreekt de kerk uit, wat zij als waarheid Gods uit de Heilige Schrift belijdt, en wat zij op grond van Gods Woord wil preken. De gemeente Gods moet deze waarheid in eigen kring belijden en onderwijzen aan de jeugd, aan de onkundigen en aan de dwalenden, maar ook veredigen tegen tegenstanders en dwalingen. De belijdenis is een korte samenvatting van wat de Heilige Schrift omtrent de hoofdwaarheden leert. Hoewel de belijdenisgeschriften mensenwerk zijn, en nooit gelijk met Gods Woord gesteld mogen worden, moet ze in alle delen gegrond zijn op Gods Woord, en mogen zij niet anders bevatten dan wat de kerk als de waarheid Gods in Zijn Woord heeft gevonden.
Uit de belijdenis blijkt of de kerk een ware of een valse kerk is. In de belijdenis vinden de plaatselijke kerken en gelovigen de eenheid. Deze eenheid der kerk wordt niet in de allereerste plaats bepaald door de uitwendige organisatie, maar rust voor alles in de eenheid des geloofs.
Omdat de kerk naar Gods Woord een eigen leven bezit, dat zich uitspreekt in haar belijdenis en in haar kerkinrichting, volgt hieruit, dat het kerkrecht opgetrokken wordt op de bodem van de belijdenis. Het kerkrecht heeft dus de taak de rechtsbeginselen van de kerk, die in de belijdenis neergeschreven zijn, nader te ontwikkelen. Teruggrijpen op Gods Woord blijft bij elk punt eis. Het karakter van de kerkenordening is dan ook, dat zij d.e regelen geeft, die op grond van het Woord Gods, in overeenstemming met de belijdenis van de kerk, voor de goede orde in de kerk nodig zijn. Het vaststellen van deze kerkelijke orde rust verder bij de kerk zelf. Inzonderheid hebben de algemene vergaderingen of de generale synoden het recht en de roeping een kerkenordening voor al de kerken te ontwerpen en vast te stellen. De plaatselijke kerken die het recht en de macht van Christus ontvangen hebben om binnen de grenzen van Gods Woord regelingen op te stellen, komen immers ter synode samen, waar zij hun macht en bevoegdheid door lastbrieven overbrengen.
Een kerkenordening is dan ook geen onveranderlijke regel. Dezelfde kerken, die haar hebben vastgesteld, kunnen haar ook wijzigen, indien de noodzakelijkheid hiervan mocht blijken. De kerkenordening is een menselijke en geen Goddelijke wet. Naast de bepalingen, die rechtstreeks uit Gods Woord genomen zijn en dus ook de gewetens binden, zijn er ook veel bepalingen, die alleen voor de goede orde van de kerk gesteld zijn. Opdat het leven van de kerk niet door formalisme gehinderd zal worden, is het voor het welzijn van de kerk nodig, in de algemene kerkenordening niet te veel een uitspraak te doen, waarbij de algemene regel van het kerkrecht voor een bijzonder geval en in een bepaalde tijd en in een bepaalde omstandigheid wordt toegepast.
LITERATUUR EN GESPREKSVRAGEN
Ds. Joh. Jansen: Korte verklaring van de kerkorde. Kampen 1952. Ds. K. de Gier: Toelichting op de D.K.O. in vraag en antwoord, Utrecht 1974. Dr. Ph. J. Huyser: De ouderling en de prediking, Kampen 1959. Prof. C. Veenhof: Kerkgemeenschap en kerkorde, Amsterdam 1974. Dr. H. Kraemer: Het vergeten ambt in de kerk, 's-Gravenhage z.j. Ds. M. R. van den Berg: De gekerkerde kerk, Amsterdam 1969.
GESPREKSVRAGEN
1. Vorens de D.K.O. moet iedere zondag uit de H.C. gepreekt worden. Ds. X. wil, nadat hij over Zondag 52 heeft gepreekt, graag een serie preken houden bijv. over het leven van David, om daarna weer bij Zondag 1 te beginnen. Hoe dient de kerkeraad hier t.o. te staan?
2. Luth«r beweerde dat oot de leek het H.A. en de Doop mag bedienen. Later koppelde hij deze verrichtingen meer uit praktische overwegingen aan de ambten. De D.K.O. bindt ze uitsluitend aan het predikambt. Zoek bijbelse motieven waarom het laatste beter is.
3. Veel mensen zouden graag willen dat de synode een uitspraak zou doen over zaken als verzekeren en inenten. Waarom is het zo moeilijk hierin kerkelijke regels voor te schrijven?
4. De kerkorde stelt (art. 27) dat ambtsdragers na 2 jaar opgevolgd moeten worden door anderen. In onze Gemeenten hebben we veel ambtsdragers met meer dan 20 dienstjaren. Overweeg in beide gevallen de voor-en nadelen.
5. Bij leesdiensten krijgt de dienstdoende ouderling in de ene gemeente wel een hand, in de andere niet. Is het niet wenselijk hier meer eenheid te brengen? Zo ja, welke?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1977
Daniel | 24 Pagina's