JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE ORDE IN DE KERK

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE ORDE IN DE KERK

Bijlage : KERKRECHT

6 minuten leestijd

Voorwaar, het is geen onverschillige zaak öf en zo ja, hoedanige orde er in de kerk des Heeren zijn moet. Over deze aangelegenheid is heel veel te doen geweest in het verleden; en nog steeds is er bijzondere aandacht voor de vragen op dit terrein. In het geweldige konflikt met Rome ging het behalve over de leer ook over de orde in de kerk. In die strijd moesten onze Reformatoren zich ook nog verweren tegen de wederdopers, die nauwelijks van enige orde in de kerk weten wilden, maar het alles aan de „vrijheid des Geestes" wilden overlaten. En waar deze „vrijheid" uiteindelijk toe leidde, laat ons de geschiedenis maar al te duidelijk zien.

Het is daarom goed zich te bezinnen op de orde in de kerk en wat de Heilige Schrift zelf ons daarover leert.

De zichtbare en onzichtbare kerk

Het gaat over de orde in de kerk. Nu heeft de kerk twee zijden. Een zichtbare en een onzichtbare. Onder de laatste verstaan we de ware gelovigen, die door Christus' krachtdadige roeping uit de geestelijke dood zijn opgewekt en aan Hem deel hebben verkregen; zij vormen ten diepste alléén de kerk. Toch mag die zichtbare zijde van de gemeente nooit veronachtzaamd worden. Het is een andere zijde van dezelfde kerk; alhoewel in de zichtbare kerk meerderen zijn, dan die tot de ware Gemeente Gods behoren. Die zichtbare kerk openbaart zich in „een bepaalde gestalte, met ambten en bedieningen". De kerkvorm is geen vrucht van bepaalde menselijke opvattingen. Dan zouden we aan het geheel unieke van de kerk voorbijzien, namelijk dat er één autoriteit in de gemeente Gods is, namelijk Hij, Die het Hoofd van de gemeente is (Efeze 5 : 23; Col. 1 : 18). In Hem vindt de gemeente haar geestelijke eenheid. Maar dit Hoofd zijn van Christus betekent ook dat Hij de Regeerder der Gemeente is. Hij is gezalfd als Koning over Sion. Een leger kan niet zonder aanvoerder, een Rijk niet zonder regering, zo kan ook de kerk niet zonder orde en leiding. Nu, Christus is de Koning der kerk en Hij bedient zich van mensen, die in Zijn Naam in de kerk dienen en naar Zijn wil moeten handelen.

De kerk na Pinksteren: een eigen zelfstandig lichaam

Pas na de uitstorting van de Heilige Geest op de Pinksterdag neemt de kerk een aanvang als een eigen zelfstandig lichaam. Wel was er ook een kerk onder Israël; toen was echter de kerk nog een nationale zaak en was heel de inrichting en ordening van het godsdienstig leven bij de wet geregeld. De wet, die Israëls Koning gegeven had. Wel was d.e Kerk van de Natie onderscehiden, maar toch waren ze zeer nauw verenigd. Na de komst van Christus wordt de gemeente een eigen zelfstandige openbaring gegeven. Dan wordt zij losgemaakt uit de verbondenheid aan het nationale leven van Israël.

Er zijn drie plaatsen in de Schrift, waarin we duidelijk kunnen lezen dat Christus voor Zijn kerk een organisatie verordende en ambten en bedieningen instelde. We zullen deze plaatsen eerst eens op een rij zeten:

Matt. 16 : 18-19: En Ik zeg U ook, dat gij zijt Petrus, en op deze petra zal Ik Mijn gemeente bouwen, en de poorten der hel zullen dezelve niet overweldigen. En Ik zal U geven de sleutelen van het Koninkrijk der Hemelen; en zo wat gij zult binden op de aarde, zal in de hemelen gebonden zijn en zo wat gij ontbinden zult op de aarde, zal in de hemelen ontbonden zijn."

Matth. 18 : 15-20:

ook in dit gedeelte is van het binden en ontbinden sprake.

Joh. 20 : 21-23:

„Zo gij iemands zonden vergeeft, dien worden zij vergeven; zo gij iemands zonden houdt, dien zijn zij gehouden" (vers 23).

Vooral de eerste van deze drie plaatsen heeft steeds een heel grote betekenis gehad. Het is duidelijk dat hierop het kerkelijk gezag gegrond mag worden. Enige aandacht voor dit gedeelte is juist daarom zeer gewenst. Het gaat in dit Schriftgedeelte om de belijdenis van Petrus, waarin hij Jezus als de Christus, de Zoon van de levende God belijdt. Om dit belijden mag Simon voortaan Petrus heten, want op deze „petra", op dat geloof, ja op de Christus zelf wordt de gemeente gebouwd. Jezus zelf zal bouwen. Maar Petrus mag als huisverzorger de opdracht des Heeren vervullen. Hij ontvangt de sleutelen van het Koninkrijk als dienaar des Heeren. Hij zal ook mogen „binden" en „ontbinden", d.w.z. verbieden en geoorloofd verklaren. Dat binden en ontbinden hangt ten nauwste samen met het belijden van de Naam des Heeren. Er is dus nauw verband tussen geloof en kerkorde.

In het bekende gedeelte van Matt. 18 : 18-20 wordt in gelijke bewoordingen gesproken, zoals ook in Joh. 20 : 19-23 van de sleutel-macht sprake is.

De apostelen ontvangen dus een bijzondere macht; niet alleen prediken zij in Jezus' naam, maar ook mogen zij in bijzondere gevallen Gods oordeel uitspreken. Denk aan Petrus in betrekking tot Ananias en Saffira. Wel handelden de apostelen niet los van de gemeente. De gemeente was nauw betrokken bij de verkiezing van Matthias en de zeven diakenen. Paulus schrijft dienovereenkomstig aan de gemeente. Zij moet tucht oefenen (1 Cor. 5); aanraking met valse leraars mijden (1 Rom. 16 : 17); waken voor de zuivere leer, orde, tucht (1 Cor. 5 : 5; 11 : 34; 2 Joh. 10; Openb. 2 : 14, 20) de geesten beproeven (1 Joh. 4 : 1). De Heere Christus zelf regeert door Woord en Geest; alle macht in de kerk berust bij de gezalfde Koning en de aan de gemeente gegeven macht draagt een afhankelijk karakter, want zij is gebonden aan het Woord van Christus, aan de belijdenis van Zijn Naam.

Kerkorde is noodzaak

Onze Geloofsbelijdenis spreekt in art. 31 van de Regering van de kerk, waarvan gezegd wordt: „Door dit middel zullen alle dingen in de kerk wel en ordelijk toegaan, wanneer zulke personen verkoren worden, die getrouw zijn naar de Regel, die de Heilige Apostel daarvan geeft in de brief aan Timotheus. Er is orde nodig, maar niet zo als die in afwijking van Gods Woord zich in Rome ontwikkelde, waar de hiërarchie het primaat van Petrus, als plaatsvervanger van Christus beleed. Alle kerkelijke macht wordt, losgemaakt van „Gij zijt de Christus", aan paus en priesterschap gegeven. Daarom spreekt art. 32 van de N.G.B, over „Van de orde en discipline of tucht der Kerk".

„Intussen geloven wij, hoewel het nuttig en goed is, dat die Regeerders der kerk zijn, onder zich zekere ordinantie instellen en bevestigen tot onderhouding van het lichaam der Kerk, dat zij nochtans zich wel moeten wachten af te wijken van hetgeen ons Christus, onze enige Meester, geordineerd heeft. En daarom verwerpen wij alle menselijke vonden, en alle wetten, die men zou willen uitvinden, om God te dienen en door deze consciëntiën te binden en te dwingen, in wat manier het zou mogen zijn. Zo nemen wij dan allen aan, hetgeen dienstig is om eendrachtigheid en enigheid te voeden en te bewaren, en alles te onderhouden, in de gehoorzaamheid Gods; waartoe geëist wordt de excommunicatie of de ban, die daar geschiedt naar het Woord Gods, met hetgeen daaraan hangt".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1977

Daniel | 24 Pagina's

DE ORDE IN DE KERK

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 9 september 1977

Daniel | 24 Pagina's