OOK JOUW VERANTWOORDELIJKHEID
De vraag bereikte mij, wat verpleegsters moeten doen als de behandelende arts weigert te spreken over de ernst van de ziekte. Er zijn zelfs gevallen, waarin de arts nadrukkelijk verbiedt er over te spreken. Zelfs zonder zo'n nadrukkelijk verbod is het een verpleegster niet geoorloofd iets mee te delen over de aard en de te verwachten loop van de ziekte. Dit behoort tot de kompetentie van de arts. Hier doet zich een heel moeilijke situatie voor. Uit verscheidene reakties is mij gebleken, dat dit tot gewetensnood aanleiding geeft.
Voorop moge staan, dat een gesprek over deze dingen binnen de kring van medewerkers en medewerksters in een ziekenhuis nodig is. (......)
Het lijkt mij een zaak van goed overleg te zijn, dat artsen bereid zijn met verpleegsters over deze dingen te spreken. Ik wil dat nog eens nadrukkelijk onderstrepen. Het is niet eenvoudig als een specialist meent, dat de waarheid tot het laatste toe verborgen moet worden gehouden, terwijl de verpleegster het spel niet langer kan meespelen. Hoe zal het kontakt tussen patiënt en verpleegster bemoeilijkt worden als ze tégen haar eigen hart in iets moet doen waarvan ze weet dat het in strijd met de waarheid is. Het zijn juist de verpleegsters die zulke goede mogelijkheden tot gesprekken hebben met de patiënten, ook met ongeneeslijk zieken. Aan haar zal de patiënt zijn nood klagen. Ook wanneer het tot dit klagen van de nood niet komt, dan zoekt de patiënt toch steun bij de verpleegster en zal zij proberen hulp te bieden. Dit kontakt wordt gewoon gefrustreerd, als de verpleegster moet ontwijken wat de kern van het probleem vormt; dit wil zeggen: de patiënt wordt van belangrijke hulp in zijn laatste levensperiode beroofd. Zou de arts, die tot geen prijs de waarheid wil zeggen, dit aspekt niet moeten overwegen?
Wat dient te geschieden, als de arts weigert toestemming te geven over het ongeneeslijk ziekzijn te spreken? Naar mijn mening zal de verpleegster dan haar woorden zodanig moeten kiezen, dat de patiënt voelt hoe ernstig de situatie is. Men kan een verpleegster niet dwingen een rol te spelen, die zij krachtens haar geweten niet spelen kan. Als een arts dat wel wil of kan, is dat zijn verantwoordelijkheid. Hij kan het van een verpleegster niet verlangen. Wat winst aan de ene kant moge betekenen, brengt verlies aan kontakt ter andere zijde. Men overwege wat in die laatste periode het-zwaarste weegt.
Een verpleegster kan moeilijk precies het tegenovergestelde zeggen van wat de arts zegt. Dat maakt de situatie rond het ziekbed nog moeilijker en meer gespannen dan ze soms al is. Wel kan zij haar twijfel aan het optimisme ten opzichte van de toekomst laten voelen. In hoeverre ze daarmee insubordinatie (ongehoorzaamheid) pleegt, is moeilijk uit te maken. De arts zelf zal voor de gewetensnood van de verpleegster begrip moeten hebben. Hij zal haar dit konflikt moeten besparen. In elk geval kan niemand het de verpleegster kwalijk nemen, dat het haar onmogelijk is, aan de leugen rond het ziekbed mee te doen.
Prof. dr. W. H. Velema. (Uit: Rondom het Levenseinde).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1977
Daniel | 24 Pagina's