DE BEGELEIDING VAN HET GEHANDICAPTE KIND
Jaap, 1952
of gij niet belooft en u voorneemt, dit kind, als het tot zijn verstand zal gekomen zijn En even later Jacob, ik doop u.....
De predikant heeft begripvolle woorden gesproken. Heel kort. Hij was bang pijn te doen, wist wellicht niet goed wat hij zeggen moest.
Mevr. Willemse voelde hoe de blikken vanuit de gemeente op haar kindje gericht waren, maar zij heeft zich met opzet wat afgewend. Zij ergerde zich aan al die nieuwsgierigheid. Zij wilde niet geloven wat de dokter gezegd had over haar jongetje.
En toch Toen de predikant de woorden uitsprak „tot zijn verstand zal gekomen zijn", was er iets door haar heen gegaan. Iets wat ze niet onder woorden kon brengen, maar ze heeft zich verzet, wilde daar niet aan denken, wilde gewoon doen.
1957
Jaapje is op een dagverblijf. Dat is iets nieuws. Mevr. Willemse heeft het eerst erg moeilijk gevonden, dat Jaap er naar toe ging, maar het was nodig. Ook in verband met de andere kinderen. Hij vroeg te veel aandacht. Nu hij er al weer bijna twee jaar heen gaat is ze er blij mee.
Ze hebben een moeilijke tijd achter de rug. Vooral het eerste jaar. Haar man hield zich groot voor haar; deed alsof hij het goed kon verwerken. Maar ze kende hem te goed en wist dat het een masker was.
Zelf had zij het aanvankelijk ontkend dat hun kindje anders was dan anderen, hoewel ze het toch wel zag. Als ze eerlijk was, had zij het direkt na de geboorte al gezien, maar omdat niemand er wat over gezegd had, zweeg zij ook maar. Ook nadat de dokter er met haar over gesproken had, heeft zij nog geprobeerd het weg te praten, ook tegen haar man. Daardoor was er de eerste maanden in huis niet over gesproken. Maar het zwijgen en ontkennen was te zwaar geworden. En pas nadat zij de realiteit onder ogen had gezien, langzaam maar zeker had durven zien, was er wat ontspanning gekomen. Haar opgeschroefde opgewektheid had plaats gemaakt voor een stil verdriet, maar een verdriet wat zij niet alleen behoefde te dragen, omdat toen ook haar man en de grote kinderen er over durfden spreken.
Toen Jaapje groter werd was hij de speelpop voor het hele gezin geworden. Kortom hij was verwend. Mevr. Willemse moet toegeven dat ze er zelf ook aan meegedaan heeft. Van opvoeden was weinig terecht gekomen. En Jaapje was nog pienter genoeg om daar misbruik van te maken. Maar het gevolg was dat hij moeilijk werd. Daarom is het goed dat hij nu op het dagverblijf is.
1962
Jaap is op school. Hij gaat graag, maar veel resultaat ziet mevr. Willemse nog niet. Zij hadden gehoopt dat hij lezen zou kunnen leren, maar tot hiertoe is dat niet het geval. Rekenen evenmin. Als mevr. Willemse terugziet moet zij zeggen dat het tot hiertoe wel meegevallen is. Jaap is niet moeilijk meer. Het hoofd van de school is hen veel tot steun geweest. Hoewel het moeilijk was om te veranderen hebben de heer en mevr. Willemse hem wat steviger aangepakt en wat héél belangrijk is altijd één lijn getrokken.
Meer dan de andere kinderen is het voor Jaap nodig te weten waar hij aan toe is; wat wel en wat niet mag en ook wat er moet gebeuren. Samen hebben ze als ouders er met de andere kinderen over gesproken, waarom het nodig was om hem wat steviger aan te pakken.
1967
Jaap is al een grote jongen geworden, die zich voor een groot gedeelte zelf kan helpen. Weliswaar heeft hij nog wat controle nodig en zo nu en dan een helpende hand, maar liever doet hij alles alleen. Hij is wel langzaam, maar met veel geduld komt het toch voor elkaar. Is het gelukt dan is hij daar erg blij mee. Op zijn manier geeft hij daar uiting aan, door met z'n vinger op z'n borst te wijzen en te zeggen: „Ik, knap! Ik, klaar!"
Ondanks de spraakles heeft Jaap het met spreken niet verder gebracht dan korte zinnetjes met woorden van één lettergreep, 's Avonds voor het naar bed gaan is het vaste prik dat z'n vader hem voorleest uit de kinderbijbel. Er is geen sprake van dat hij het vergeet. Al lezende verduidelijkt vader vaak nog bepaalde woorden. Jaap zit altijd heel aandachtig te luisteren, maar zijn moeder weet niet of hij er wat van begrijpt of in zich opneemt. Bij het terugvragen komt er weinig uit. Soms een enkele naam of bijvoorbeeld „Stout geweest". Als hij geen zin heeft er zich in te verdiepen of het wellicht niet in zich heeft kunnen opnemen, weet hij er zich van af te maken door op alles te antwoorden: „van de Heere!"
1972
Onze Jaap werkt. Dat wil zeggen, hij is op een dagverblijf voor ouderen waar hij heel eenvoudige werkzaamheden verricht, zoals inpakwerkzaamheden of het afwegen van schroeven, spijker e.d. Hij heeft het erg goed naar z'n zin. Regelmatig hebben de heer en mevr. Willemse kontakt met de leiding, maar er zijn nooit klachten over zijn gedrag. Zij vinden hem integendeel een gezellige knul. Hij is nog maar alleen thuis. De andere vijf zijn allen getrouwd. Het echtpaar Willemse beleeft veel plezier aan hun jongste zoon.
1977
Mevr. Willemse is met Jaap alleen. Haar man is twee jaar geleden overleden. Heel plotseling. Hij is zeventig jaar oud geworden. De leeftijd van de sterken, maar zij, mevr. Willemse, kon hem nog heel niet missen, zij kan zich vaak nog niet indenken dat het onherroepelijk is. Jaap was eerst erg van streek, maar dat heeft niet lang geduurd. „Pa weg, Pa hemel" zegt hij nu nog wel eens en wijst dan naar boven. Mevr. Willemse is blij dat ze Jaap nog heeft en toch......
Haar gedachten gaan wel eens verder: als ik eens plotseling weggenomen word,
wie zorgt er dan voor Jaap? In haar gedachten heeft zij de gezinnetjes van de andere kinderen de revue laten passeren, maar ze weet: dat kan niet, daar mag zij het niet op aan laten komen. Zij zouden hem goed verzorgen, daar twijfelt zij niet aan, maar zij hebben allen hun gezin met hun eigen zorgen en zorgjes.
Vaak heeft ze 's nachts wakker gelegen. Vaak ook heeft ze gevraagd of de Heere haar de weg wil wijzen. Of de Heere wegen wil openen voor Jaap, maar ook voor de anderen, zoals hij, voor hen die niet op eigen benen kunnen staan.
Sinds kort heeft zij Jaap opgegeven voor plaatsing in een gezinvervangend tehuis.
Dat is Jaap, de geestelijk gehandicapte zoon van mevr. Willemse. Zijn moeder heeft hem 25 jaar onder haar hoede gehad. Nu zij er achter staat vindt zij dat het niet moeilijker is geweest dan de begeleiding van de andere kinderen. Het was anders, dat wel, en de eerste tijd heeft zij het erg moeilijk gehad. Niet zozeer met de begeleiding, maar meer met zichzelf, omdat zij in opstand was tegen de Heere. Omdat zij het kruis, dat haar opgelegd was, niet kon aanvaarden. Maar er is ook een tijd gekomen dat zij Jaap mocht aanvaarden als door God geschonken. Toen drukte het kruis haar niet meer. Tenminste dat kruis drukte haar niet meer. Maar toen waren er weer zorgen om Karei, de negen jaar oudere broer van Jaap, die verkeerde vrienden had op de middelbare school en onverschillig leek te worden.
Nu mevr. Willemse daaraan terugdenkt moet zij zeggen dat de begeleiding van de andere kinderen zeker zo moeilijk is geweest.
Jaap werd door zijn beperking voor veel zonden bewaard. De anderen waren veel meer in de verleiding om de wereld in te gaan. Zij is van mening dat de opvoeding van kinderen allereerst een inlossen van de doopbelofte moet zijn en daarna al het andere; hoe zij zich in de wereld moeten gedragen en hoe zij zelfstandig kunnen worden. Opvoeden tot volwassenheid dus.
De begeleiding van Jaap kan nooit tot volwassenheid leiden, daar is mevr. Willemse van doordrongen, maar wat betreft het inlossen van de doopbelofte ziet zij geen wezenlijk verschil met de anderen. Daarin voelt zij zich alleen maar tekort schieten. Zij is van mening dat zij nog meer met hen had moeten praten en voor hen had moeten bidden.
In de begeleiding van Jaap, meer nog dan bij de andere kinderen, heeft het voorleven centraal gestaan. Het laten zien hoe het moet. Jaap zal op het dagverblijf nooit vergeten voor het eten te bidden, omdat dit hem thuis geleerd is, omdat het ook thuis een vaste gewoonte is. Hij schaamt zich er niet voor ook al is hij de enige in de groep die het doet.
Een belangrijk element in de opvoeding van Jaap is dat hij geleerd heeft zich te beheersen. Hij zal daar zijn hele leven plezier van hebben. Toen hij als driejarige peuter over de vloer kroop is hem dat al bijgebracht: niet doen, Jaap! Afblijven, Jaap! Dat is heel wat keren tegen hem gezegd. Zo vaak dat hij nu nog heel goed weet dat hij zich beheersen moet wanneer dit tegen hem wordt gezegd.
Mevr. Willemse ziet pas de laatste jaren wat begeleiding in haar omgang met Jaap. Zij noemt de opvoeding van de eerste 20 jaar meer leiding geven, dan begeleiden. Voor alle kinderen, maar zeker voor gehandicapten, geldt dat zij veel behoefte hebben aan liefde.
Mevr. Willemse is van mening dat haar gezin op dit punt tekort gekomen is tijdens de eerste levensjaren van Jaap, omdat zij toen teveel met zichzelf bezig geweest zou zijn. Wellicht dat er mede daardoor ook wat problemen ontstonden met het meisje van 14 en de jongen van 12 jaar.
Voor de ouders zijn vooral de eerste jaren na de geboorte van hun gehandicapte kindje vaak erg moeilijk. Juist omdat zij zich dan over het algemeen erg groot houden, zich niet toe te staan hulp te vragen en daardoor niet alleen zichzelf maar ook het gezin onnodig leed berokkenen.
Ook jullie als broers en zussen hebben een prachtige taak bij de begeleiding van de geestelijk gehandicapte jongeren. Belangrijk is vooral dat jullie nooit je ouders tegenspreken. Voor jongens en meisjes als Jaap is het van heel groot belang dat zij geen tegenstrijdige opgaven te verwerken krijgen; dan weten zij niet waar zij aan toe
zijn. Ook maakt jullie voorbeeld het voor hen gemakkelijker te doen wat van hen verlangd wordt.
Op die manier nemen jullie een klein stukje over van de begeleiding van het geestelijk gehandicapte kind en tonen daarmee tevens verantwoordelijkheid te kunnen dragen, waartoe zij nooit in staat zullen zijn.
P.S. Het tel. nr. van „Gehandicaptenzorg" is 010 - 213824 van di. t.m. vrijd.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1977
Daniel | 24 Pagina's