GEZAG EN VERANTWOORDELIJKHEID
Wat is het probleem waarover wij het in dit zullen hebben? Dat te onderkennen is belang^^f tiice' een goed begrip. Wij zullen het in het kort Voor weer te geven.
Het woord gezag staat op het ogenblik wel in e kwade reuk. Gezag is iets dat in een vrije maats Zeer* nauwelijks aan de orde mag komen. In de 0£> , j"^*4ppij mag reeds lang niet meer van gezag gesprol^J^cünÉf den, omdat het op lange termijn helemaal ge^ 'Woi— taat heeft; het geeft alleen maar tijdelijke s\4C ^sul-op korte termijn. Gezag behoort niet meer bij de^sseri Wij moeten mondige mensen opvoeden tot tijd-woordelijkheid en tot zelfstandigheid. En d^^ant-gezagsuitoefening funest. De mondige mens it|_ js gebonden worden door banden die zijn nat^ niet ontwikkeling tegenstaan, hij moet zich kun^^ ^Ujke plooien in vrijheid.
Gezag sluit in deze zienswijze verantwoordelijkheid uit.
De achtergrond
De achtergrond is de mensbeschouwing waa van uitgaat. Het beeld dat men van de bien is dat de mens goed is van zichzelf en alle tnQ 'leeft, heden tot ontwikkeling en ontplooiing van ^°lijk-goede eigenschappen in zich draagt. Van buite^' zijn hoeft de mens geen enkele dwang of macht. ly^^ be-werpt, dat spreekt vanzelf, alle openbaring v ver_ lenaf. De openbaring van God in Zijn Wo0r^ bui-Wet en Evangelie, van de kerk. de kerkdie^ ■ van doop, de catechese, het ambt in de kerk, zijn aif**- de zaken die de mondige mens helemaal niet noci, etnaal Men wendt zich af vsn de confessie, de tran ''eeft. moraal, het gezag van ouderen. Dit alles, en rt'e. de gevoegd levenservaring en -wijsheid, is aii a*"bij dwang, heerschappij en paternalisme. Hel iu coh6rriaal en geen natuur, het is van buitenaf opgelegd v^ntie van binnenuit gegroeid, en daarom is het D ^ n; et werpelijk. Daarom wil men ook geen binding ver. verleden. Alle historische waarden en verw0r et het den worden overboord gezet. Men heeft in d 01he-dachtengang een afkeer van geschiedenis, jj "t ge_ zich van het verleden bevrijden, en dat Wo-.^ wü ervaren als een bevrijding van een zwaar juk.
Het is een vraag, en ik kan die vraag niet in t bestek van dit artikel behandelen, in hocvej. } kort smetting met deze gedachten ook bij ons reeds e bodrongen zijn. Het onderkennen van deze (, e. i()So. zou al een grote zegen zijn.
Vanuit dit denken van de autonome mens, banden en bindingen wil hebben, maar zicjwl geen ontplooien, vloeit voort dat de mens zich in st' 'f ^i] om een nieuwe moraal te verwerkelijken, oen opvoeding te creëren, een nieuwe maatschappij te
vestigen. Als de mens bevrijd wordt van conventies, gezagsinstanties, van opgelegde moraal, dan komt hij tot een menswaardig sociaal gedrag. Men moet zich niet laten leven, men moet alle remmen losgooien, volstrekte eerlijkheid betrachten, durven leven.
Ik zou nu voorbeelden moeten geven. Ik stip ze maar even aan. De ongebondenheid, die wordt gepropageerd in de verhouding tussen de sexen is maar één voorbeeld. Het zelfbeschikkingsrecht over het ongeboren leven is daar een verlengstuk van en tevens een tweede voorbeeld. Het zelfbeschikkingsrecht over het eigen leven, zoals voorstanders van de vrijwillige euthanasie het stellen, is een derde voorbeeld. Over de verwoestingen die deze ideologie teweegbrengt behoef ik niet te schrijven. De wrakken tengevolge van het druggebruik slenteren over de straten.
Het bijbelse antwoord
De Bijbel gaat uit van de gevallen mens, die geen enkele mogelijkheid ten goede heeft. De Heere Jezus leert dat uit het hart van de mens voortkomen overspel, dieverijen, moord en gaat u zo maar door. De Bijbel leert, zoals wij in het doopformulier belijden, dat wij en onze kinderen in zonden ontvangen en geboren worden en dat wij kinderen des toorns zijn die in het rijk van God niet kunnen komen, tenzij wij van nieuws geboren worden. De catechismus leert dat wij van nature geneigd zijn God en onze naaste te haten. De Bijbel leert ons verder dat de mens van God vervreemd is, en dat de mens nodig heeft dat God zichzelf openbaart en. dat wij door de Geest van God vernieuwd moeten worden. Die mens kan niet leven zonder gezag. Wij allen hebben gezag nodig. Gezag is nodig niet omdat wij zo goed zijn, maar omdat wij zo slecht zijn.
Het gezag heeft God zelf bevolen in Zijn openbaring, de wet van God. De wet, de heilige en goede wet van God, eist gehoorzaamheid aan het meest elementaire gezag dat er in de wereld bestaat, en dat is het gezag in het gezin. Het gezag van ouders ten opzichte van de kinderen. En daarin ligt het gezag verankerd. Het gebied van het gezag breidt zich vanuit de wet uit naar alle andere levensgebieden. Paulus schrijft in de Romeinenbrief over het gezag van de overheid. Petrus doet dat eveneens. Elders schrijven de apostelen over de verhouding van knechten en heren. Zonder gezagsuitoefening en gezagsaanvaarding kan de maatschappij niet voortbestaan. Wij hebben het nodig. Het is ons ten goede.
Het kind moet leren te gehoorzamen aan het gezag in het gezin. Het moet daar leren te gehoorzamen aan het Woord. Die gezagsuitoefening heeft het kind nodig. Zonder dat gezag ontspoort hij. Zonder gezag kunnen bedrijven niet funktioneren. Het is niet voor niets, dat juist in het vijfde gebod een belofte is toegevoegd. Opdat het u welga. De Heere Jezus heeft zich als twaalfjarige onderworpen aan Zijn ouders, staat er in het Lukasevangelie. De waarachtige vrijheid bestaat niet in de ongebondenheid van de verdorven mens, in de gebondenheid aan God en Zijn Woord. De kinderen Gods zijn waarachtig vrij. Vrij zijn bestaat niet in het leven naar de lusten van het vlees, maar in het wandelen naar de Geest.
Gezag est verantwoordelijkheid zijn aan elkaar verbonden
De Bijbel eist onderwerping aan het gezag en stelt ons verantwoordelijk. Een verantwoordelijkheid ten opzichte van de plaats die God ons gegeven heeft. Verantwoording wil zeggen, antwoord geven op de roeping die tot ons komt. Verantwoordelijkheid wil dus eerst zeggen luisteren. En vervolgens betekent verantwoordelijkheid doen, antwoord geven op hetgeen ons gevraagd wordt. Luisteren naar het Woord en naar degenen die over ons gesteld zijn.
Verantwoordelijkheid wil dus niet zeggen dat wij monddood moeten zijn. Daar zijn in de Bijbel nergens aanwijzingen te vinden dat wij niet mogen spreken wanneer wij moeten spreken. Maar — en nu komen wij op een terrein dat met ons onderwerp in direkt verband staat — inspraak is alleen mogelijk onder bepaalde voorwaarden.
Inspraak
Het is duidelijk dat de zich zelf ontplooiende mens met mogelijkheden ten goede, inspraak eist op alle gebieden. Als gezag niet meer mag moet iedereen meepraten in het beleid. Dat is duidelijk.
De voorwaarden echter voor inspraak,
die, zo zij niet aanwezig zijn, een komplete chaos veroorzaken, kunnen wij onder drie dingen samen vatten:
1 Er moet inzicht zijn. Men moet weten waarover men praat. Inzicht echter ontstaat niet door praten maar door luisteren, door volhardende studie en door groeiende ervaring. Zonder dat is er geen inzicht in de materie. Bovendien vereist inzicht een van nature aanwezige geschiktheid om situaties te kunnen beoordelen. Dit is duidelijk. Een leerling op de middelbare school zal niet met de leraar kunnen diskussiëren wat nu wel het eerst zal kunnen worden behandeld. De oudsten in de Schrift krijgen een 'bijzondere plaats toegekend. Er zijn onderscheiden gaven die God aan een ieder meedeelt naar Zijn wijsheid. En die mogen wij niet straffeloos nivelleren.
2 Er moet inzet zijn. Het is een zaak van verantwoordelijkheidsbesef. De bereidheid om verantwoordelijkheid te willen dragen voor de besluiten moet aanwezig zijn. Waar belangstelling ontbreekt of ijver, of inspraak voortkomt uit verzet tegen de prestatiemaatschappij, wordt inspraak gevaarlijk. Het is voor elk mens nodig te beseffen dat hij of zij voor ziin werk verantwoordelijk is tegenover God en zijn naaste.
En niet alleen moet er bereidheid zijn om verantwoordelijkheid te dragen maar ook de mogelijkheid. Een extreem voorbeeld moge dit verduidelijken. De portier van een ziekenhuis kan de verantwoordelijkheid niet dragen voor de beslissing om een patiënt al of niet te opereren.
3 Er moet vreze Gods zijn. Alles wat de apostelen schrijven over de verhouding van heren en knechten is samen te vatten in een zin: Gij dient de Heere Christus. En dat is luisteren naar Zijn Woord en gehoorzamen aan Zijn Woord. Dat was de wijsheid die Salomo begeerde voor het besturen van het grote volk. Rehabeam, zijn zoon luisterde slechts naar zijn jongste raadslieden, en had daar genoeg aan.
Verantwoordelijkheid boven gezag
Wij zijn allemaal in de allereerste plaats verantwoording schuldig aan de Heere. Zijn Woord staat boven alles. Het gezag van mensen is altijd een gezag met gebreken. Daardoor kunnen er situaties ontstaan, en zij ontstaan in het bijzonder nu in de wereld van de verpleegkundigen, dat het gezag indruist tegen onze verantwoordelijkheid tegenover God. Ik denk aan euthanasie, abortus provocatus, sterilisatie, en welke andere gebieden daar nog meer bij mogen komen, waar de verantwoordelijkheid tegenover God en de naaste zwaarder weegt dan het gezag. Wel betrek ik onmiddellijk de voorwaarden onder „inspraak" genoemd hierbij. Dat doet ons met ootmoed onze mening zeggen, maar dan nog blijft het Woord onze hoogste levensregel. Dan moeten wij neen zeggen. Luther zei neen tegenover een hele Rijksdag. Want zo zei hij: „Mijn geweten is gevangen in het Woord van God."
Ik eindig met een gedicht van Nicolaas Beets:
Wie afvalt van de hoge God moet vallen, Eenzelfde schuld, eenzelfde lot voor allen, 't Gezin, 't geslacht, 't volk, de staat, De kleinen en de groten; Verlaten wordt, wat God verlaat; Wat God verstoot, verstoten. Wel hoort men daag'lijks stem op stem weerklinken: Geen nood we redden 't zonder Hem. Maar die het zeggen zinken.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 26 augustus 1977
Daniel | 24 Pagina's