JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE GROTE OVERGANG naar het voortgezet onderwijs

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE GROTE OVERGANG naar het voortgezet onderwijs

6 minuten leestijd

naar het voortgezet onderwijs Hoera, van school af! Zeven weken vakantie en dan naar de !

En nu al is het (bijna) zover. De een gaat naar de Mavo, een ander naar de L.T.S., een derde naar de Scholengemeenschap voor Mavo, Havo, Atheneum, een vierde gaat weer naar een ander schooltype.

Elk jaar zijn er duizenden jongens en meisjes die de zes klassen van de lagere school doorlopen hebben. En omdat ze tien jaar lang leerplichtig zijn, hebben ze zich reeds begin dit jaar opgegeven voor een vervolgschool.

Als de minister overigens zijn zin krijgt dan wordt die leerplicht uitgebreid met nog vier jaar. Van je vierde tot je achttiende jaar naar school. De kleuterschool wordt dan met de lagere school tot één school: de basisschool. Enfin, die periode heb je nu achter de rug.

Ook onder jullie, lezers van „Daniël", zijn er die een andere school gaan bezoeken. Op het moment dat deze „Daniël" verschijnt* scheiden voor velen van jullie nog maar enkele dagen van het begin van een heel andere schoolperiode.

Een grote overgang.

De redaktie vroeg mij te schrijven over de overgang van de basisschool naar het voortgezet onderwijs. Dat is inderdaad een grote overgang. Vele veranderingen vinden plaats. Je leventje gaat er heel anders uitzien. Maar die veranderingen hebben voor een groot deel eveneens betrekking op het beroepsonderwijs. Daarom zal ik een aantal punten noemen die voor allerlei schooltypen gelden na de lagere school.

Velerlei schooltypen.

Om je alvast een klein beetje wegwijs te maken in de onderwijswereld eerst het volgende. De scholen die aansluiten op het lager onderwijs kunnen worden onderscheiden in scholen voor algemeen voortgezet onderwijs (a.v.o.) en scholen voor beroepsonderwijs (l.b.o.).

Bij het a.v.o. kennen we o.a.: — het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (gymnasium en atheneum) — het hoger algemeen voortgezet onderwijs (h.a.v.o.) — het middelbaar algemeen voortgezet onderwijs (m.a.v.o.)

Bij het lager beroepsonderwijs kennen we o.a.: — het technisch onderwijs (l.t.o.)

— het huishoud-en nijverheidsonderwijs (l.h.n.o.) — het ekonomisch en administratief onderwijs (l.e.a.o.) — het landbouwonderwijs (1.1.o.)

Zo gauw je op de vervolgschool komt, zul je wel nader wegwijs gemaakt worden door de schooldekaan, die de laatste jaren op elke vervolgschool voorkomt. Hij kan voor jullie o.a. een goede wegwijzer zijn in het vrij ingewikkelde onderwijswereldje. Het ontmoeten van een schooldekaan is al een eerste verandering die je meemaakt. Maar ik zal nog een aantal andere punten noemen.

Andere vrienden.

Op de lagere school had je een vriend of vriendin, met wie je altijd na schooltijd naar huis liep of fietste, met wie je ook speelde. Maar die vriend of vriendin gaat niet naar die school, waarheen jij hoopt te gaan.

Je komt in een klas terecht, waarvan je misschien een enkele leerling of helemaal

niemand kent. Je voelt je als een muis in een vreemd pakhuis. Wees daarom bescheiden en vriendelijk tegen iedereen. Zet niet meteen een grote mond op, hoewel je ook niet verlegen hoeft te zijn, want andere leerlingen ervaren wellicht hetzelfde als jij.

Ver van huis.

Ging je naar de lagere school in je eigen dorp of stad, nu moet je misschien wel een lange fietstocht maken, of met de bus of trein reizen, voordat je op school bent. Ik ken wel jongens en meisjes die soms een uur lang op de fiets zitten, voordat ze er zijn. Ik kan me voorstellen dat je met kou en regen misschien wel een beetje er tegenop ziet, maar bedenk dat fietsen een gezonde sport is.

Lichaamsbeweging na een hele dag schoolgaan heb je echt wel nodig.

Eten op school.

Dat brengt met zich mee dat je in ieder geval niet meer tussen de middag thuiskomt om te eten. Dat doe je op school. Op vele scholen is het zo dat dit gezamenlijk per klas gedaan wordt, waarbij de betreffende leerkracht bidt, leest en dankt. Maar op sommige scholen zal dit niet in klasseverband gebeuren en dan zul je zelf moeten laten zien dat je christelijk bent opgevoed. Vaak is er om te eten gelegenheid in de aula, waar je dan in groepjes bijeen zit. Vraag dan van meetaf aan, vanaf de eerste dag een ogenblik stilte, zodat je de Heere voor je eten kunt bidden en danken. Wacht daar niet mee tot b.v. de derde dag. Is het de Heere niet waard, dat je Hem bidt om een zegen en dankt voor de gave, die je als vanuit Zijn hand ontvangen mag?

Er komen grotere verschillen met het lager onderwijs, alhoewel je bovenstaande toch niet moet veronachtzamen.

Rooster.

Je krijgt een rooster, waarop de vakken staan, die per week gegeven worden. En achter elk vak staat aangegeven de leraar of lerares die het betreffende vak geeft. Tevens is het nummer van het lokaal vermeld, waarin dat vak door die leraar gegeven wordt

Je krijgt n.1. in andere en meer vakken les dan voorheen. Op de Mavo b.v. krijg je het eerste jaar, het brugjaar, les in de vakken: Godsdienst, Nederlands, Frans, Engels, geschiedenis, aardrijkskunde, wiskunde, biologie, muziek, tekenen, handenarbeid, gymnastiek en studielessen. (In klas 2 komen daar nog drie vakken bij: Duits, handelskennis en natuurkunde).

Vakleraren.

Had je op de lagere school het gehele jaar dezelfde onderwijzer voor alle vakken, nu is ook dat anders. Bij het vervolgonderwijs heb je voor elk vak een vakleraar, die vaak een eigen lokaal tot zijn beschikking heeft. Daaraan zul je moeten wennen, Na elke les moet je verhuizen en elke vijftig minuten zit er een andere leraar voor je neus, elk met zijn eigenaardigheden. Elke keer moet je je enigszins aanpassen, want ieder geeft op zijn eigen manier les.

Huiswerk.

Van elke leraar krijg je voor de volgende keer huiswerk te maken of te leren.

Verstandig is het als je op de dag dat je huiswerk opgegeven is, al is het dan niet voor de volgende dag, dat werk maakt of enigszins leert, voordat je aan je huiswerk voor de volgende dag begint. Hanteer je dit systeem, dan is een gedeelte voor de volgende dag steeds weer gedaan en is het leren eigenlijk maar een herhaling. En je weet: herhalen is de moeder van de wetenschap!

Leer in elk geval regelmatig je huiswerk. En dan leg ik de nadruk op regelmatig. Want iemand die regelmatig werkt, bereikt veel meer dan iemand die alleen maar eens begint te werken in de repetitietijd. Je zult je eigen systeem moeten vinden. Inzet, ijver, netheid, nauwkeurigheid, doorzettingsvermogen, kortom besef van eigen verantwoordelijkheid, zijn heel belangrijke faktoren voor het met sukses volgen van het vervolgonderwijs. Maar het allerbelangrijkste is dit: Zo iemand wijsheid behoeft, dat hij ze van Mij begere. Bidt dan om de zegen des Heeren in alles wat je bij je schoolgaan nodig hebt.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977

Daniel | 20 Pagina's

DE GROTE OVERGANG naar het voortgezet onderwijs

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977

Daniel | 20 Pagina's