JOUW HOUDING OP SCHOOL
De vakantie is weer voorbij en de scholen zijn weer begonnen. Velen gaan voor het eerst naar een school voor voortgezet onderwijs, vele anderen bezoeken zo'n school al langer. Daarom willen we samen over bovenstaand onderwerp eens nadenken. Het is namelijk van het grootste belang, hoe onze houding op school is tegenover onze mede-klasgenoten en onze leraren. Ik hoop, dat je veel, van wat ik ga schrijven, ook herkent in je eigen leven.
Op school en thuis.
Het is eigenlijk vreemd, dat we onderscheid maken tussen je houding op school en thuis. Velen van jullie leeftijd gedragen zich op school anders dan thuis. Natuurlijk is er ook wel verschil. Thuis is de leefgemeenschap kleiner, d.w.z., dat je daar met minder mensen samenleeft dan op school. Thuis liggen ook de gezagsverhoudingen anders.
Daar bestaat de band der natuurlijke liefde. Dat brengt ook een natuurlijk gezag met zich mee. Je doet iets, omdat het je vader of moeder is, die het je gebiedt of je laat iets, omdat ze het je verbieden. Als de verhoudingen goed liggen, is dat immers zo?
Op school is de gezagsverhouding een andere. Vaak voel je het aan als iets gedwongens, waar je nu eenmaal niet onderuit kunt. Vaak ook ontlokt een bepaalde maatregel op school meer protesten dan thuis. Juist deze protesthouding komt thuis en op school voor en mag onder ons niet voorkomen.
Bepaald door je doop.
Het is immers zo, dat èn thuis èn op school je houding bepaald wordt door het feit, dat je gedoopt bent. Als het goed is, ben je er bij het opgroeien, door je ouders op gewezen, wat dat inhoudt voor je verdere leven. Je leeft op de erve van Gods verbond en dan kun je niet leven, zoals je wilt. Het teken van de doop is niet zichtbaar p je voorhoofd maar het gedoopt-zijn moet wel merkbaar zijn in je leven, zowel thuis als op school. Besef je dat elke dag? Het doopformulier zegt, dat God een nieuwe gehoorzaamheid van je vraagt. Voel je je tot die gehoorzaamheid onbekwaam? Dan wil de Heere er om gebeden worden en dan wil Hij die ook schenken. Als je in dat besef leeft, dan is dat op school merkbaar onder je mede-scholieren en bij je leraren.
Aangewezen in de Bijbel.
Met name het vijfde gebod van Gods wet laat je niet in het onzekere, hoe je houding moet zijn tegenover je ouders en leraren. Lees er maar eens aandachtig op na, welke verklaring zondag 39 van de Heidelbergse Catechismus geeft van het vijfde gebod in antwoord 104: „Dat ik mijn vader en mijn moeder en allen, die over mij gesteld zijn, alle eer, liefde en trouw bewijze". Dat betekent, dat je zonder meer verplicht bent, je tegenover je leraren behoorlijk te gedragen, hen eer te bewijzen. In jouw ogen zijn ze vaak onrechtvaardig en onredelijk, om geen ergere woorden te gebruiken. Wat kun je je vaak opwinden over bepaalde maatregelen van een of andere leraar. Wat sta je gauw met een uitgestoken vinger of een gebalde vuist. Maar heb je er wel eens op gelet, dat, als je één vinger beschuldigend naar een ander uitsteekt, er tegelijkertijd drie vingers naar jezelf wijzen? Wat blijkt het vaak nodig, dat er bepaalde straffen worden uitgedeeld. Zie maar, wat antwoord 104 verder zegt: „en mij hun goede leer en straf met behoorlijke gehoorzaamheid onderwerpe". Wat een zware eis, zul je zeggen. De leraren zijn vaak onredelijk in hun straffen en er valt niet met hen te praten. Weer is er dat beschuldigend van je af wijzen. Ga liever eerst bij jezelf eens na wat er aan mankeert. Ook je leraren zijn geen volmaakte mensen, die altijd de juiste maatregelen nemen. Integendeel! Daarom vervolgt de Catechismus: „en ook met hun zwakheid en gebreken geduld hebben". Jongelui, daarin toon je de ware christelijke houding. Zo wil de Heere het van je hebben, „aangezien het God belieft, ons door hun hand te regeren". Met andere woorden: je hebt zelf je ouders, je leraren niet gekozen, maar God heeft je juist dié ouders gegeven en onder dié leraren geplaatst.
Gebod en gebed.
Wil je zo Gods wet betrachten? Je bent het, krachtens je doop verplicht! Als je temidden van je mede-scholieren één van de weinigen bent, die ernst wil maken met Gods gebod, merken ze dat dan aan je? Merken je leraren het? Durf je voor God en Zijn Woord uitkomen? Heb je wel eens ervaren, dat dat een grote rust geeft in je hart? Niet om daar hoogmoedig mee te worden, maar om God er de eer van te geven. En als je op een Reformatorische school gaat, waar iedereen deze levenshouding behoort te tonen, merk je dat dan van elkaar? Is het naleven van het vijfde gebod, zoals dat in vraag 104 beschreven wordt, voor jullie een vanzelfsprekende zaak? Als je eerlijk bent, zul je beschaamd moeten zeggen, dat je er bitter weinig van terecht brengt. Het moest zo anders zijn. Is het je werkelijk tot schaamte? Dan zul je zeker daarin verandering willen brengen. Wil je dat in eigen kracht doen? Dan weet je al vooruit, dat het mislukken zal. Maar dan is er de weg van het gebed. Je weet, dat er Eén is, die je in die strijd de kracht wil geven en dat je alleen in Zijn kracht de strijd kunt winnen. Laat het gebed je houding op school bepalen. Dagelijks. De Heere Jezus Zelf heeft zich gehoorzaam onderworpen aan de wil van Zijn ouders op aarde en daarin het voorbeeld gegeven, dat Hij je ook in deze zwakheden te hulp komen kan. Vraag daarom:
Leer mij naar Uw wil te hand'len, 'k Zal dan in Uw waarheid wand'len. Neig mijn hart en voeg het saam Tot de vrees van Uwen Naam.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977
Daniel | 20 Pagina's