DE SPOOK- HOEVE (2)
Achter elkaar lopen ze die avond om het huis heen naar de voordeur van Dine-meu. Vader laat de klopper vallen, een bel is er niet. Na enkele ogenblikken horen ze geschuifel in de gang en de deur wordt opengedaan.
„Kom binnen, kom binnen!" kraakt een vriendelijke stem.
Ze stappen langs Dine-meu de schemerige gang in.
„Ik zal wel effe veur gaon, kom mer verder". Bedrijvig dribbelt het vrouwtje voor hen uit en de anderen volgen haar bijna op de tast. Haar muts is een lichte vlek in het halfdonker. Ze slaat een hoek om en nu valt er schaars licht door een halfopen deur. Haar gebogen gestalte wordt in lange schaduwen afgetekend op de muur.
Janneke houdt even haar adem in. Een vreemde beklemming bevalt haar. Inge moet haar lippen op elkaar persen om niet te sissen: „Ze lijkt zelf wel een spook!" Dan staan ze plotseling in een vierkante kamer. De móóie kamer, begrijpen ze. Er staat een groot mahoniehouten kabinet dat glimt als een spiegel en overal blinkt hen koper tegen. Boven de schoorsteen hangt een geschilderde tekst: „Eén ding is nodig".
Als Dine-meu even later koffie schenkt kijkt Geerten haar tersluiks aan. Hij weet wat de meisjes nog niet weten: dat ze schatrijk moet zijn. Ze is de enige dochter van een rijke boer en ze is getrouwd geweest met een man die nog meer geld had. Kinderen hadden ze niet. Moeder vertelde het hem: „Een rijke vrouw, Geerten, maar toch te beklagen. Ze maakt een afgod van haar geld. Ze is zuinig op het gierige af en durft voor zichzelf geen cent uit te geven". Nou, als Geerten aan die donkere gang denkt en aan de paar flauwe olielampen in deze kamer, dan gelooft hij dat wel. Toch is ze aardig. Ze geeft koffie met koek en biedt zelfs nog een glaasje aan. Ze slooft zich echt uit!
„Nou, vroeger was 't hier in 't durp helemaal stil", hoort hij haar zeggen tegen Inge. „Nou komt er twee keer per dag een autobus en er rijen al een paar automobielen. Vroeger alleen paarden waren er toen. Wij hadden er zes thuis".
„Was u maar enig kind? " vraagt Inge belangstellend.
Dine-meu's gezicht verstrakt opeens. Haar mond trekt even en dan zegt ze met een vreemde harde stem: „Ja, ik was de enige dochter".
Inge merkt niets en babbelt verder. Maar het is Geerten wel opgevallen.
Voor ze weggaan betaalt vader nog de weekhuur. Dine-meu staat op en telt het geld sekuur na, steunend op de tafel. Het is even stil in de kamer. Buiten jaagt de wind rond het huis en rukt aan de luiken. Opeens... is daar niet een ander geluid nog boven de storm uit? Voetstappen schuifelend onder het raam?
Geerten hoort het en kijkt naar Dinemeu. Met gejaagde bewegingen bergt ze het geld weg. Trillen haar handen nu zo? Hoor weer dat geluid. En
kleppert dat ene venster niet wat erg hard?
„Er komt bezoek!" komt opeens hoog Jannekes stem.
Dine-meu kijkt niet op. „Ach welneent" zegt ze rustig. „Gullie zijt nog nie gewind aan de geluien op 'n boerderij".
„O", zegt Janneke wat beteuterd en ze kijkt Geerten even aan. Beiden denken hetzelfde: Het kan zijn, natuurlijk Maar toch?
Voetstappen op zolder.
De eerste weken gaan voorbij en langzamerhand breekt voor hen allemaal weer de gewone regelmaat aan. Van het spook merken ze niets meer. Wel meent Inge op een avond wat te horen, maar vader drukt dat direkt de kop in. „Ach onzin! Op z'n hoogst een kat of een hond buiten!"
„Maar als het nou eens een dief is, die op Dine-meu's geld afkomt..."
„Denk je dat een dief eerst gaat spoken en dan pas zijn slag slaat? "
Inge zucht. Tegen zoveel logika kan ze niet op.
„De meisjes op naailes zeggen dat ze de rijkste vrouw van de streek is", vertelt Janneke. „En gierig dat ze moet zijn. Terwijl ze toch altijd naar de kerk gaat "
„En ze heeft nog wel een tekst boven de schoorsteen: „Eén ding is nodig", vult Inge aan, flapuiterig als altijd.
Maar nu grijpt moeder toch in. „Inge, Inge, " berispt ze. „Je kunt beter op die woorden zélf letten dan op Dine-meu. En jij ook, Janneke. Ik zou maar eens gaan naaien als ik jou was".
Een paar dagen later is Janneke op haar kamer haar haar aan 't borstelen als ze buiten geluiden hoort. Eerst wat getik en dan slepende stappen. Ze kijkt uit 't raam, maar ze ziet niets. Even komt de gedachte aan het spook in haar op, maar ze vermant zich. 't Was natuurlijk Gerrie, het dienstmeisje van Dine-meu.
Ze zoekt in haar laatje wat haarspelden op en begint met onwennige vingers het blonde haar op te steken. Ze is er nog wel veel te jong voor, maar ze wil zo graag eens weten, hoe ze er als jongedame uit zal zien. Eindelijk is ze klaar. Nog een heel karwei zeg! Nu eens even kijken
Ze schrikt. Liep er iemand op zolder? Ze mogen haar zo niet zien! Voorzichtig gluurt ze om een kiertje van de deur.
Niemand. En toch is het net of ze stappen hoort. Dan houdt ze haar adem in. Nu hoort ze 't! Die voetstappen zijn niet op hün zolder, maar op die van Dine-meu. En die komt nooit boven, zegt ze
Ze kijkt onwillekeurig naar de geheimzinnig gesloten deur en staat opeens stokstijf van angst, 't Lijkt wel of of de knop beweegt! Ja, kijk maar. Duidelijk ziet ze de houten knop draaien. Even stil dan weer. Nu durft ze niet langer te wachten. Snel sluipt ze naar de trap en rent dan naar beneden de keuken in. Daar kijken de anderen haar verbaasd aan.
„Ha! De dame heeft opgesto " begint Geerten maar zijn stem stokt. Er is iets met Janneke! Ze ziet wit en haar ogen zijn groot van angst.
„Er is er is iemand op zolder", hijgt ze. „Op Dine-meu's zolder. De deurknop bewoog, ik heb 't duidelijk gezien!"
Vader en moeder kijken elkaar aarzelend aan. Inge springt opgewonden op. „Ach, 't zal Gerrie zijn, maak je niet zo overstuur", kalmeert vader.
„Gerrie is het dorp ingegaan!" weet Inge. „En Dine-meu kan niet naar boven". Het wordt stil. Vader twijfelt. Is er toch iemand op Dine-meu's geld uit? „Ik zal eens even kijken of Dine-meu nog in de kamer is", zegt Geerten opeens flink. „Zal ik moet ik soms melk halen, moeder? "
„Nee, maar je kunt de eieren betalen. Hier heb je geld. Kijk maar even dan". Geerten loopt rustig om het huis heen en bij Dine-meu naar binnen. Maar zijn hart bonst. Er is toch iets vreemds. In de keuken is Dine-meu niet. Bedeesd roept hij door de stilte: „Volk!"
„Ja, wie is daor? " Het is de dunne stem van Dine-meu. Ze zit in de mooie kamer. Naast het kabinet! gaat het door Geerten heen.
„Dag vrouw Veldman, ik dacht dat u boven was", waagt hij te zeggen.
„Boven? " Haar stem is een beetje hees. „Ja, ik zag u niet en ik dacht dat ik boven hoorde lopen".
Het blijft even stil. Dan zegt ze rustig: „Nee hoor, jongen, ik waar hier. Ik kan ommers nie meer nao bove? Tikte d'r nie een tek tegen 't raom of zo? "
Geerten haalt de schouders op. Vreemd dat ze altijd verontschuldigingen zoekt. Hij betaalt vlug de eieren en verdwijnt.
(Wordt vervolgd)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977
Daniel | 20 Pagina's