IK ZIE HET NIET MEER ZITTEN.......
JAN, die naar de vierde van de Havo gaat: „Vorig jaar blijven zitten en nu met de hakken over de sloot overgegaan. Waar moet dat heen? Zal ik dat diploma ooit nog eens halen ? "
GREET, die juist aan een verpleegopleiding is begonnen: „Eerst in het ziekenhuis al die ellende, waar ik al zo moeilijk tegen kan. Dan in m'n vrije tijd steeds maar weer die schampere opmerkingen van m'n kollega's over mijn geloofsovertuiging.
Waarom ben ik toch verpleegster geworden?
Had ik het niet veel gemakkelijker kunnen krijgen ? "
HANS, die vorig jaar een ernstig ongeluk heeft gehad met z'n brommer: „Waarom moest dat nu gebeuren? Al ruim een half jaar geleden en nog steeds in het ziekenhuis. Waarom duurt het zo lang? Word ik nooit weer beter ? "
MARJA, die zo graag een vriendin wil hebben, maar die door haar leeftijdsgenoten wordt gemeden omdat ze gehandicapt is: „Is het nog niet erg genoeg, dat ik zo door het leven moet? Moeten ze me nu tot overmaat van ramp ook nog uit de weg gaan? Hoe kom ik er ooit door heen ? "
GERT, die juist klaar is met z'n m.t.s. opleiding weg-en waterbouw: „Al bijna honderdkeer gesolliciteerd en nog geen werk! Heb ik daarvoor gestudeerd? Zal er ooit nog iets van mij terechtkomen ? " JIJ, die (? ? ? !!!)
Heb jij ook van die momenten dat je het niet meer ziet zitten? Dat alles op je afkomt? Je problemen worden steeds groter. Het vliegt je a.h.w. naar de keel. De „waaroms" wil je wel uitschreeuwen. WAAROM, WAAROM NU TOCH ? ? ?
Is er dan werkelijk geen uitzicht meer? Is het één hopeloze toestand?
Denk eens even rustig na. Tel al je voorrechten eens bij elkaar op.
Wees nu eens eerlijk. Ben je niet ontzettend bevoorrecht boven veel anderen? Wat zijn je problemen dan eigenlijk toch klein in verhouding tot al die vele goede en mooie dingen in je leven. Trouwens, zijn je problemen en moeilijkheden, vergeleken met die van anderen, wel zo abnormaal groot?
Bovendien heb je nog een bijzonder groot voorrecht. Je hoeft er immers niet mee te blijven lopen? Het helpt echt niet, al zou je het de hele wereld toeroepen: „Ik zie het niet meer zitten!"
Weet je wat wel helpt? Liever gezegd: WIE wel helpt?
Je bent me al voor. Inderdaad, dat is de Heere onze God.
Heb je Hem alles al verteld? En dan niet alleen je vele dagelijkse problemen, maar bovenal je geestelijke problemen? Want je geestelijke nood, je vervreemd-zijn van God, dat moet wel het allergrootste probleem voor je zijn. Want, moet je eerlijk zijn, je kunt de Heere toch niet vragen je tijdelijke moeilijkheden op te lossen, terwijl je Hem verder als het ware aan de rand van je leven laat staan?
Ben je zo tot Hem gegaan? Ja? Toch geen antwoord ontvangen? Heb je het misschien verkeerd gedaan? Heb je God soms voorgeschreven hoe Hij jou moet helpen?
Probeer het nu dan eens anders. Net als een kind. Een kind weet zelf geen oplossing. Die laat hij vol vertrouwen aan z'n ouders over.
Moeilijk? Onmogelijk! Je zult jezelf moeten wegcijferen en de Heere moeten vragen of Hij je wil helpen. Helpen op de wijze, die Hij de beste voor jou vindt. „Heere, leer mij bidden: UW WIL GESCHIEDE".
Zul je daarbij niet vergeten Hem te danken voor de vele zegeningen? Tel dan al die zegeningen, één voor één. Dan zie je het ook weer zitten, want dan zie je Gods liefde door alles, ook door al je problemen heen!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 12 augustus 1977
Daniel | 20 Pagina's