JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DIENT DE HEERE

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DIENT DE HEERE

4 minuten leestijd

(Rom. 12:11)

Het is een harde waarheid, die altijd tegenstand ontmoet, dat een mens van nature de zonde liefheeft en een dienstbare van de duivel is geworden. De prediking van zijn val in het paradijs, waarbij hij aan God de dienst heeft opgezegd en zich vrijwillig heeft verkocht aan de vader der leugenen, wiens wil en begeerten hij volgt, roept fel verzet op. De mens heeft vrij willen zijn. Zou hij dan aanvaarden een gebondene van Satan te zijn? Inzonderheid is het de godsdienstige mens eigen met de Joden in Jezus' dagen te zeggen: „Wij zijn Abrahams zaad en hebben nooit iemand gediend; hoe zegt Gij dan: Gij zult vrij worden? "

Zo kan een mens zich inbeelden vrij te zijn en intussen toch een gevangene zijn van die meedogenloosharde meester, die al zijn dienaren het loon van de eeuwige rampzaligheid uitkeert. Dat ontzettende lot wacht allen, die mogelijk wel van leger veranderd zijn, maar nimmer van koning. Het is de duivel om het even, of hij een mens goddeloos of vroom ter helle voert.

De Heere heeft ons geschapen om Hem te dienen en van ganser harte lief te hebben. Hoewel wij die dienst hebben opgezegd, blijft de goddelijke eis onverzwakt op ons rusten en de dag nadert, waarop wij rekenschap zullen moeten geven van ons rentmeesterschap. Hoewel we totaal onmachtig zijn tot de dienst van de Heere, blijft Hij toch rechtmatig ons gehele hart en leven voor Zich opeisen: Mijn zoon, Mijn dochter, geef Mij uw hart. Helaas is de onmacht (waarachter wij zo graag lijdelijk wegschuilen) een gewillige onmacht. We willen er in blijven en er niet uit opgeschrikt worden. Dit zal Christus in het oordeel doen spreken: „Doch deze Mijn vijanden, die niet hebben gewild dat Ik over hen koning zou zijn, brengt ze hier en slaat ze voor Mij dood". Dit woord moet ons waarlijk hier leren vrezen voor de Allerhoogste, zoals een zondaar dit doet, die door de Heilige Geest wordt overtuigd van zonde, gerechtigheid en oordeel.

Dat er een volk is, dat lust krijgt in de dienst van de Heere, vloeit daaruit voort, dat God Zichzelf zo'n volk toebereidt. Hij maakt het op de tijd van Zijn welbehagen gewillig en bereid. Het volk dat Hij te sterk geworden is en trekt met de koorden van Zijn eeuwige liefde, leert zich vrijwillig aan de Heere onderwerpen en krijgt Zijn dienst hartelijk lief.

Heb je al zo'n oprecht nieuw hart ontvangen? Zijn wet is dan in je hart geschreven: Zijn Naam en heilige deugden zijn dierbaar boven alles en je begeert tot Zijn eer te leven. Wel moeten we leren dat dit geen vrucht is uit ons, maar uit de Heere Jezus, toegepast door de Heilige Geest. De ware dienstknecht des Vaders is de Heere Jezus geweest, gehoorzaam tot in de dood des kruises. Hij was ook de dienstknecht van Zijn discipelen, toen Hij hun allen de voeten waste. De ware dienstknecht mag niet meer zijn dan de meester. Deze gang moet en zal door genade ook in ons leven beoefend worden. Dient de Heere! De kracht van dit gebod, hoe stuitend ook voor de natuurlijke mens, die zijn eigen heer wil zijn, wordt het liefdesbevel voor het volk des Heeren in de weg der heiligmaking. Zij ontvangen dan gedurig kracht en genade uit die dierbare Heere Jezus, De Knecht des Vaders, Die gekomen is, niet om gediend te worden, maar om te dienen.

Zo blijft er geen roem in het schepsel over. Zij hebben Hem lief, omdat Hij hen eerst heeft liefgehad. Zij zullen Hem dienen met hun hart, hun gaven en hun krachten, ja ook met hun goederen. Zij zullen de Heere dienen ook in Zijn volk. „Wat gij aan deze Mijn minste broeder of zuster gedaan hebt, dat hebt gij aan Mij gedaan". Zij zullen Hem dienen in Zijn inzettingen en anderen opwekken: „Maar mij aangaande en mijn huis, wij zullen de Heere dienen". En van deze zalige dienst zal hartelijk getuigd worden: „Uw liefdedienst heeft mij nog nooit verdroten".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1977

Daniel | 20 Pagina's

DIENT DE HEERE

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1977

Daniel | 20 Pagina's