GEZAG EN DEMOKRATISERING IN HET LEGER
Wanneer we ons leger vergelijken bij dat van 50 jaar geleden, dan komen we tot de ontdekking dat het onherkenbaar is veranderd. Velen van ons kennen wel de verhalen van oudgedienden, vaak omgeven met een zekere romantiek, waarin verhaald wordt over mensen en zaken in het leger. Het beeld dat dan geschetst wordt over het leven in onze strijdkrachten doet vaak vele keren „ach" en „och" uitroepen. De sfeer van „rats, kuch en bonen" gaat herleven, officieren en onderofficieren worden in de verhalen mannen van staal. Het was zelfs zo, dat er ouders waren die tegen hun zoon zeiden: , , 't Wordt tijd dat je de dienst ingaat, daar zullen ze wel een flinke kerel van je maken". Door velen werd het leger gezien als een instituut waarin men kennelijk over de macht beschikte om van jongens „flinke kerels" te maken.
Orde, tucht en discipline
Het is natuurlijk waar dat er in het leger orde, tucht en discipline was, maar toch dacht men teveel in een sfeer van romantiek over het leger.
Een onderdeel van de opleiding was het zonder enig commentaar opvolgen van bevelen en opdrachten. Artikel 2 van het „Reglement betreffende de Krijgstucht" (vastgesteld bij Kon. Besluit van 31 juli 1922) zei het duidelijk en ieder militair moest dit artikel uit het hoofd leren: „De ondergeschiktheid is de ziel van den militairen dienst. Derhalve is elk militair van wat rang of stand hij zij, gehouden zijn meerdere in den dienst allen eerbied en gehoorzaamheid te bewijzen.
Iiij zal ook buiten dienst zijn meerdere als zoodanig erkennen en zich tegenover hem eerbiedig gedragen". Dit artikel was de voet waarop de meerdere stond, waaraan hij als het ware zijn gezag ontleende. Voor de mindere was het de steen waaraan hij zijn gehoorzaamheid kon toetsen.
We zouden nu de vraag kunnen stellen of het in het leger tegenwoordig anders is, op welke vraag we dan wel een positief antwoord kunnen geven, doch daarover straks meer.
't Is niet zo best wanneer men als meerdere, dus als leider, zijn gezag alleen maar kan handhaven door een bepaald voorschrift of wet te hanteren en de ondergeschikten alleen maar gezag erkennen omdat datzelfde voorschrift dat van hem eist. Gezagshandhaving op deze wijze heeft geen oog voor het welzijn van de man. Zo handelend vervaagt de grens tussen gezag en macht. Helaas kwam het dan ook veel voor dat gezagshandhaving rustte op het vertonen van macht.
Uitwendig en inwendig gezag
Gezag kan rusten op een rechtsgrond of op bijzondere eigenschappen van een persoon. We spreken dan ook wel van uitwendig en inwendig gezag. Gezag dient om de wil te binden iets te volbrengen. Beide soorten van gezag wortelen in God en zijn door Hem ingesteld. Hij is het, Die de ene mens stelt boven de ander. Hij geeft de één het recht over de ander te gebieden, de ander geeft Hij krachten gezagsaanvaarding te ondervinden. Een gezagsdrager dient zich ervan bewust te zijn dat hij niet met geweld zijn beslissingen oplegt. Gezagshandhaving moet bestaan in het zelf stipt nakomen en in acht nemen van zijn bevoegdheden en in handelen en spreken tot uitdrukking laten komen van Wie hij gezag heeft ontvangen, v/aarbij wel beseft dient te worden dat gezag wordt uitgeoefend door zondige mensen die veelal zichzelf bedoelen.
Niet denken, er wordt voor je gedacht
Om te zien hoe dit vroeger in het leger was behoeven we geen 50 jaar terug te gaan. Velen kennen wel de uitdrukking: „Opdracht uitvoeren, niet denken want er wordt voor je gedacht". De meerdere (overigens een lelijk woord, maar ik wil de militaire term aanhouden) gelaste en de mindere had niet anders te doen dan uit te voeren. Van enige vorm van meedenken, meespreken (inspraak) was geen sprake. Men kon zich beklagen over een onredelijke opdracht, maar dan niet eerder dan nadat de opdracht was uitgevoerd. Vanzelfsprekend riep deze wijze van handelen wel eens weerstand op en werd het militaire misdrijf „Opzettelijke ongehoorzaamheid" gepleegd, strafbaar gesteld in het Wetboek van Militair Strafrecht. Het gelijk was meestal aan de kant van de opdrachtgever. Er werd sterk zwart-wit gedacht.
Bezinning
Tot op dit ogenblik hebben de hierboven genoemde voorschriften nog steeds rechtsgeldigheid. Men is echter van hogerhand zich in de loop der jaren gaan bezinnen op de waarde van deze gezagshandhaving. De tijd waarin men
het leger zag in de sfeer van „rats, kuch en bonen" behoort tot het verleden. De romantiek is langzamerhand verdwenen en heeft plaats gemaakt voor het op de juiste plaats stellen van het personeel in de militaire samenleving. Men doet, door middel van kursussen, veel aan het vormen van de leider, waarbij hij duidelijk wordt gewezen op de methoden van het leiding geven, hetgeen uiteraard nauw verband houdt met de gezagshandhaving.
De relatie tussen de krijgsmacht en maatschappij is in de loop der jaren hechter geworden. Gebleken is dat de krijgsmacht., meer dan vroeger het geval was, op gelijke voet met de ontwikkelingen in de maatschappij dient te komen, in het bijzonder wanneer het gaat over het personeel. Kortheidshalve kan gezegd worden dat de soldaat van vandaag niet meer uitsluitend kan worden beschouwd als de „ondergeschikte". Hij is niet langer „werktuig" van zijn meerdere. Het is noodzakelijk dat hij weet het hoe en het waarom en dat hij daarbij zijn persoonlijke of de groepsmening kan weergeven. Deze wijze van handelen behoeft geen invloed te hebben op „het gezag", noch individueel, noch op de groep. De praktijk wijst echter uit dat dit toch wel het geval is. We kunnen ons afvragen wat daarvan dan wel de oorzaak kan zijn.
In het verleden werd vaak het belang van de organisatie gesteld boven het belang van de persoon. Alles, ook persoonlijke belangen, werden volledig' ondergeschikt gemaakt aan het goed funktioneren van de organisatie. Keren we deze regel om en stellen daarbij het belang van de persoon boven dat van de organisatie, dan zal dat gezagskonflikten opleveren. Daarvan nu zijn er vele voorbeelden te noemen.
Letten we bijvoorbeeld op hetgeen de VVDM nastreeft dan weten we uit allerlei krantenberichten tot welke konflikten een dergelijke gedragslijn kan leiden. De legerleiding zoekt wegen om te komen tot goede interne verhoudingen en een modern personeelsbeleid.
Medezeggenschap
In de loop der jaren is er behoefte ontstaan bij het personeel om aktief deel te nemen aan de besluitvorming over diverse onderwerpen m.b.t. de aspekten van het werk (de dienst). Men wilde graag medezeggenschap hebben t.a.v. diverse onderwerpen zoals personeelsbeleid, inwendige dienst, sociale voorzieningen, strafuitoefening en strafbevoegdheid, groetplicht, haardracht, de regeling van werk-en rusttijden, verlof en bewegingsvrijheid, enz. enz. Dit zijn stuk voor stuk onderwerpen waarover in het verleden voorschriften kwamen die zonder meer werden uitgevoerd.
Langzamerhand kwam in ons leger de demokratisering op gang. Op zeer demokratische wijze werden overlegorganen ingesteld bij alle onderdelen in het leger. Medezeggenschap, overleg, inspraak wordt verleend. Alle hierboven genoemde onderwerpen zijn geregeld of opnieuw geordend. We kunnen wel zeggen dat in bijna alle zaken overleg mogelijk is. Overleg is wel eens de ademhaling van de demokratie genoemd. Letten we op deze uitdrukking, dan is er binnen onze strijdkrachten geen ademnood.
Demokratie is ook: Gelijke rechten en kansen voor iedereen. Dat zal dan wel de reden zijn dat velen trachten alle verschil in rang weg te werken. Op zichzelf mag dit misschien niet verkeerd lijken, maar naar Gods instelling is er in elk verband een gezagsverhouding, zie maar in het gezin, de kerk en de staat. De mens is geschapen als beelddrager Gods en als Zijn schepsel voor Hem gelijk, maar krachtens geboorte zijn de mensen niet gelijk, noch in ijver, noch in afkomst, noch in aanleg en begaafdheid, noch in toewijding, noch in werk of funktie en waarde voor de samenleving. Het gevolg hiervan kan zijn een groeiende ontevredenheid, die kan groeien tot een peil waarop een gewelddadige uitbarsting volgt bijv. staking, ook in het leger al geen vreemd geluid meer.
De belangenverenigingen
De belangenverenigingen, zowel van beroeps-als van dienstplichtig personeel, leggen zich in hoofdzaak toe op de belangen van de persoon. Op zichzelf is dit niet af te keuren, maar zou het niet dienen tot het bevorderen van de ontevredenheid? Demokratisering in de strijdkrachten is een goede zaak, alhoewel de ontwikkelingen in het leger ons toch wel met zorg mogen vervullen.
Eeuwenlang heeft het leger een eigen afgezonderd bestaan geleid, weggestopt in kazernes en legerplaatsen, met eigen tradities en ceremonieel. Toch is het altijd de bedoeling geweest de regering d.e beschikking te geven over een apparaat dat in geval van oorlog of geweld goed zou funktioneren, een werkelijk defensief apparaat. Iemand heeft eens gezegd: Demokratie is geen toestand, maar een beweging, geen haven, maar een reis. Als we op deze uitdrukking letten dan zien we dat in ons leger, evenals overigens in onze gehele maatschappij, alles en ieder in beweging is. Gelukkig dat er nu gelegenheid is om mee te denken en mee te spreken, maar het is daarbij wel te wensen dat niet alleen aan persoonlijke belangen wordt gedacht.
Schaduwzijden van de demokratisering
Zoals reeds opgemerkt heeft demokratisering in ons leger goede zijden. Helaas zijn er ook minder goede te noemen. Met het steeds verder gaan van het demokratisch handelen zien we ook een duidelijke teruggang van de discipline. Dit openbaart zich in het tonen van een grote mate van onverschilligheid, niet alleen ten opzichte van anderen en de omstandigheden waarin men leeft, maar ook ten opzichte van zichzelf. Dit is te zien aan de wijze waarop velen zich kleden, zowel in de dienst als daarbuiten. De haardracht, nog altijd een twistpunt in het leger, spreekt ook duidelijke taal. Natuurlijk komen deze verschijnselen ook buiten het leger voor, maar juist waar zoveel jonge mensen dagelijks samen zijn is een positieve levenshouding zo belangrijk.
Demokratie, zonder binden aan de instellingen des Heeren, is een gevaarlijke reis. Demokratie is volksregering en evenals elders in ons land is ook het leger bezig alleen te rekenen met hetgeen , , het volk" wil. Met God en Zijn Woord wordt niet meer gerekend en juist alleen dat Woord is het enige goede kompas. Het is daarom te wensen dat wij, die opgevoed zijn in de leer der Waarheid, die Waarheid zullen belijden en anderen voorhouden. In het houden van de geboden en instellingen Gods is immers groot loon!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1977
Daniel | 20 Pagina's