JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

DE SPOOK- HOEVE (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

DE SPOOK- HOEVE (1)

6 minuten leestijd

Ze zijn er!

„Kijk, dat moet de toren zijn, Janneke. Daar is het dorp!"

Janneke kijkt ingespannen naar de kleine ranke torenspits die haar broer Geerten aanwijst.

„Wel een vriendelijk torentje", vindt ze. „Als het dorp ook maar zo is "

Geerten zoekt ingespannen de oever af Dan moet hier toch ergens een haventje zijn. Daar moeten ze dan van de boot.

„Ga jij Inge opzoeken", zegt hij. „Dan zet ik de bagage vast klaar". Hij voelt als oudste de verantwoordelijkheid het meest. Heeft vader hém niet de zorg voor de twee jongere zusjes tijdens de reis opgedragen? Vader en moeder zijn al in het vreemde dorp en maken hei huis wat in orde. Vader gaat er de administratie van de melkfabriek op poten zetten, 't Lijkt Geerten wel avontuurlijk in zo'n boerendorp waar je niets en niemand kent.

Janneke en Inge komen naast hem staan. Wat zenuwachtig zien ze toe als de Torboot onder verwoed gepuf het kleine haventje indraait. De schipper helpt hen van boord en wenst: „Goede reis verder saam!"

Er ligt nog een schip in de haven, maar er is geen mens te zien. Een smaile klinkerweg leidt naar de dijk. Ook daar is niemand. Ze voelen zich opeens wat eenzaam.

Wat een verlatenheid hier! Maar Geerten begint te lopen en zegt: „Kom, jongens, we zullen ons nieuwe huis eens op gaan zoeken!"

Na een paar honderd meter gaat de klinkerweg over in een stoffig grintpad. Janneke tilt haar mantel wat omhoog, maar als hen even later een tilbury voorbij ratelt, zit ze toch nog onder het stof. Haar nieuwe laarsjes zien grijs en ze moppert een beetje. Nieuwsgierig bekijken ze ieder huis dat ze passeren. Eindelijk zijn ze in de dorpskern. Plier moet hün huis staan, een kolossale boerenhoeve, waar ze het grootste gedeelte van huren. Aan de andere kant. woont de eigenares, een weduwe zonder kinderen: vrouw Veldman.

Vader heeft het Geerten precies uitgelegd, maar toch vinden ze het niet direkt. Ze worden moe van het lopen, hun tassen lijken dubbel zo zwaar te wegen. Aan de kant van de weg staat een opgeschoten jongen op een grassprietje te kauwen.

„Zeg eens", vraagt Geerten hem, „weet jij hier ook de Anna-hoeve? "

De jongen neemt hen nieuwsgierig op en grinnikt: „Bedoelde gij soms de spookhoeve? "

„Spookhoeve? " Ze roepen het alledrie tegelijk.

„Jao, ze zegge dat 't daor spookt. Maar da zulde dan vanzelf wel zien. 't Is hier om de hoek. Ge kunt het dak hier vandaon zien. Kijk, daor!"

„Bedankt!" zegt Geerten wat kortaf en meteen loopt hij door. De meisjes willen nog wat vragen, maar ze stappen beduusd achter hun broer aan. Achter hen horen ze de jongen roepen: „Doe de groete aon het spook! Misschien ziede 'm vanaovend!"

Het nieuwe huis.

Als Geerten, Janneke en Inge aankomen bij de Anna-hoeve, staat moeder al op de uitkijk in de voordeur. Een paar minuten later zitten ze al rond de vertrouwde ovalen tafel in de keuken thee te drinken. Er valt een hele zorg van moeder af. Gelukkig, ze zijn er. 't Is toch heel wat zo'n reis alleen, maar 't kon niet anders.

Janneke en Inge drinken haastig hun thee en verdwijnen dan snel om ook de rest van het huis te bekijken. Ondanks dat 't maar de helft van de boerderij is, vinden ze het toch nog groot. Er is een grote keuken, een mooie vierkante kamer en een opkamer. Ze zien dat het bed van vader en moeder er staat.

„En nu ónze kamer, Janneke. Kom!" roept Inge opgetogen en ze rent de bruingeverfde trap op. „Misschien slapen we wel in bedsteden, zeg!"

Janneke's gezicht betrekt. Nee, nou moet Inge 't nog niet erger maken. O, ze vindt het hier wel gezellig hoor, maar toch erg ouderwets, vergeleken bij hun gerieflijke stadswoning. Het valt niet mee van een stad naar een dorp te verhuizen!

Boven komen ze op een grote zolder. Door een klein rond raam valt ternauwernood genoeg daglicht. Maar er moeten ook kamertjes zijn, want ze zien aan de ene kant twee deuren en aan de andere kant nog een. 't Valt mee. De eerste kamer is klein, maar wel licht en knus. Geertens kamer! De andere is dus voor hen samen. Het is een vierkante kamer met een schuin aflopend dak aan de ene kant. Het bed is opgeschud, maar alles staat nog vol dozen. Nog werk genoeg!

Dan stevent Inge haastig naar de laatste deur. Ze trekt en rukt, maar hij wil niet open. Ook Janneke rammelt nog eens aan de deurknop, maar er komt geen beweging in. „Op slot natuurlijk", zegt ze. „Gek zeg! Zou aan die kant de zolder van vrouw Veldman soms zijn? " „Tja", weifelt Inge, en ze kijkt nieuwsgierig naar de geheimzinnig gesloten deur.

„Misschien komt daardoor het spook..." „Ach, ga weg!" lacht Janneke, die veel banger van aard is dan Inge. Maar ze denkt: „Ik moet er toch eens achter zien te komen, wat die hele spokengeschicdenis betekent".

Als ze beneden komen, begint Inge zelf er echter meteen over. Haar moeder kijkt even verbaasd, maar dan begint ze te lachen. „Spoken... Inge, nou wilde ik je wijzer hebben. Heb je er wel eens een ontmoet? "

„Ja maar, die jongen zal 't toch niet voor niets zeggen. En er is ook een deur boven die niet open kan " Geerten brult van het lachen en Inge werpt hem een venijnige blik toe.

Moeder zegt: „Denk je dat hij daar achter zit? Nee hoor, daar is de zolder van vrouw Veldman. Spoken bestaan toch niet, Inge. 't Is wel zo, dat in deze streek nog veel bijgeloof heerst. En daar zal dat spook van jullie z'n oorsprong wel hebben. Maar bijgeloof is zonde, dat weet je. Nee, 'k zou me maar geen zorgen maken, hoor!"

Dine-meu

De volgende dagen hebben ze het allemaal zo druk in huis, dat ze bijna niet buiten komen om het dorp eens te bekijken. Alleen Janneke, die wat boodschappen moet doen, merkt tot haar verbazing, dat de meisjes allemaal nog de dracht van de streek dragen. In de stad mopperden Inge en zij wel eens tegen moeder dat sommige kleren niet modern genoeg waren naar hun zin. Maar hier wordt zelfs naar haar afgedragen grijze mantel met gretige aandacht gekeken. Dat verzoent haar weer een beetje meer met het dorpsleven. Ze hebben ook nog met bijna niemand kennis gemaakt. Maar als Janneke op zaterdagmiddag terugkeert uit het dorp, tuimelt Inge haar tegemoet. „Hoor es, Janneke, we moeten op visite vanavond. Bij vrouw Veldman. En weet je wat ze zei: „Noem mii maar Dine-meu, dat zegt iedereen. Verbeeld je!"

Janneke kijkt nadenkend naar de zwijgende vensters met de horren ervoor. Ze heeft vrouw Veldman nog maar één keer gezien. Een klein gebogen vrouwtje is ze, met een rimpelig gezichtje onder de gehaakte witte muts.

„Vind je 't niet leuk? " dringt Inge aan, teleurgesteld over zo weinig reaktie. „Ach ja, 't kan best leuk wezen", doet ze wat onverschillig. Maar ze wil wat graag eens achter die horren kijken!

(Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1977

Daniel | 20 Pagina's

DE SPOOK- HOEVE (1)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1977

Daniel | 20 Pagina's