ONZE LEVENSWIJZE
„We leven maar eenmaal" is een uitdrukking, die op verschillende manieren wordt gebruikt. In de meeste gevallen wil men aangeven, dat we om dat eenmalige, het leven dienen uit te buiten om er zoveel mogelijk van te genieten. Het „carpe diem" (pluk de dag) moet dan ons levensdevies zijn.
We moeten vooral onszelf niet benadelen door ons iets te ontzeggen. Een redenering, waarvan we dé voorbeelden in de praktijk dagelijks om ons heen zien.
Ondanks de verkeerde uitleg blijft de uitdrukking volkomen terecht en waar!
„We leven maar eenmaal". Wij geloven niet in een herkansing in een volgende levensperiode. Het is de mens gezet eenmaal te sterven en daarna het oordeel.
De woorden „eenmaal" en „daarna" wijzen ons op het eenmalige van ons leven en dat ons na het leven rekenschap zal worden gevraagd. Daarom moeten we ons leven „uitbuiten" d.w.z. ons in de door God gegeven tijd bekeren en ons leven in dienst van God en onze naaste stellen. We zullen rekenschap moeten geven van ons rentmeesterschap. God heeft ons gaven gegeven om te besteden, zoals Hij dat wil en van de besteding van die gaven zal een ieder zich voor Hem moeten verantwoorden. Zo krijgen de woorden „wij leven maar eenmaal" een veel diepere betekenis. Het gaat dan om een levenswijze voor het aangezicht van God en tot eer van God.
Ook voor de vakantietijd geldt dat. Lijkt het er niet vaak op of deze tijd buiten die verantwoordelijkheid valt? Denken we dat dit gedeelte uit ons levensboek gescheurd kan worden zoals je een paar bladzijden uit een boek verwijdert? Kijken we in de vakantie naar de mensen (ook naar kerkelijke mensen) of luisteren we naar hun verhalen, dan wordt dikwijls het devies gehuldigd: „we hebben maar eens vakantie". Daarmee wordt de mogelijkheid geschapen om de grenzen, die thuis gesteld worden, te overschrijden en te doen wat we zelf willen. Het woordje „daarna" wordt vergeten! We passen ons aan bij de wereld van vandaag in spraak en gewaad, in leefwijze en daad. We zijn bang op te vallen en ons van anderen te onderscheiden. We zijn passief en laten ons meeslepen. Daarmee hebben we een keuze gedaan en te kennen gegeven, wie wij dienen willen.
Nieuwe levensstijl.
Onder deze naam is een werkgroep bezig een proces op gang te brengen, waardoor ontdekt wordt dat er veranderingen moeten komen. In andere landen, voornamelijk geïndustrialiseerde landen, beginnen dergelijke groepen ook voet aan de grond te krijgen. Zij willen vooral veranderingen in het huidige maatschappelijk en ekonomische stelsel. Het opraken van grondstoffen, de vernietiging van de natuur, de voedselproblematiek en de kloof tussen rijk en arm worden genoemd als de gevolgen van ons materialistisch, egoïstisch ekonomisch stelsel. Zij zijn op zoek naar een wereld, die leefbaar is en blijft. Het gaat om maatschappelijke en ekonomische veranderingen in de eerste plaats, want daar zitten de fouten.
Eerst moeten de mensen oog krijgen voor de nood in de wereld, veroorzaakt door onjuiste maatschappelijke en ekonomische verhoudingen. Als die nood gelenigd is, dan zal er voor de mensen in hun persoonlijke situatie verandering gekomen zijn. De nieuwe levensstijl komt dus niet voort uit een persoonlijke bekering, maar uit een streven naar een „nieuwe" aarde. Een aarde, die leefbaar is en dat heeft te maken met de omstandigheden. De omstandigheden moeten gunstig zijn en daar moeten en kunnen wij voor zorgen. Als dat voor elkaar is, kunnen de mensen een gelukkige
toekomst tegemoet gaan. Dat kunnen we echter wel vergeten, want één ding is zeker: een nieuw koninkrijk op aarde kunnen wij niet bouwen. De zonde zal blijven tot aan het einde der wereld, maar Christus heeft ook gezegd tegen Zijn discipelen: „Ik ben met Ulieden tot aan de voleinding der wereld". Daarom is er maar één mogelijkheid om dit leven door en uit te kunnen. Alleen in Hem en door Hem!
En toch !
We kunnen het streven van de bovengenoemde werkgroepen niet afdoen met slechts een afkeuring of een schouder-ophalen. We kunnen niet doen alsof we er niets mee te maken hebben. We zijn rentmeester over deze aarde en al het geschapene.
Dat dienen wij te bewaren en wel op zo'n wijze dat God door ons verheerlijkt wordt. En dat is moeilijk, ja zeg maar gerust onmogelijk. Het aantal misvormingen is ontzettend groot. Zijn dan de opmerkingen van de werkgroep toch terecht?
Ja. Moeten we het dan van die dingen alleen verwachten? Kunnen we het dan zonder God doen? Nee, dat niet. Toch mogen we weieens goed luisteren naar wat zij zeggen. Diverse opmerkingen moeten wij ter harte nemen. Dat moeten wij tonen. Niet door passief alle ontwikkelingen gade te slaan, maar door in onze leefwijze te tonen dat wij God en onze naaste liefhebben.
Gelden de woorden „materialistisch" en „egoïstisch" ook niet voor ons? Wordt onze levenswijze niet vaak juist door deze bijvoeglijke naamwoorden gekenschetst? En... passen deze woorden in onze levenswijze? Bij mensen die weten dat de wereld en al haar begeerlijkheden voorbij gaat?
Bij mensen die weten dat ze de naasten lief moeten hebben als zichzelf? Het materialisme viert ook bij ons hoogtij. Door allerlei advertenties worden we opgeroepen onze interieurs te verfraaien en een nog betere woning te kopen. Een mooie tweede woning zou ook niet te versmaden zijn, maar hij moet wel groter, mooier en exclusiever zijn dan de woning van een familielid of kollega. En dan niet te vergeten de auto's en de vakanties! In onze gesprekken pochen we over komfort, snelheden, afstanden en noem maar op. Wat een „eer" als we de enige auto van dat merk of type in onze vriendenkring of woonplaats hebben. Ook vakantieverhalen moeten onze status verhogen.
Soms zie je ook als een soort kettingreaktie dat in een familie-of vriendenkring iets wordt aangeschaft. En dan niet te vergeten de mode! Het is wel niet a la Paris, maar wel verantwoord en opvallend exclusief. Op zakelijk terrein liggen de voorbeelden ook voor het oprapen. Daarom we kunnen deze geluiden gerust ter harte nemen, hoewel we niet meegaan met hun uitgangspunt en doelstelling.
Een nieuwe levensstijl is voor ons allen noodzakelijk, maar dan vanuit een persoonlijke bekering tot God, waardoor ook een omkeer komt in de verhouding tot de naaste en de materie. Voor ons geldt dan ook de vraag en oproep uit Jesaja 55: „Waarom weegt gijlieden geld uit voor hetgeen geen brood is en uw arbeid voor hetgeen niet verzadigen kan? Hoort aandachtiglijk naar Mij en eet het goede en laat Uw ziel in vettigheid zich verlustigen. Neigt Uw oor en komt tot Mij, hoort en Uw ziel zal leven". Alleen vanuit de verzoening in Jezus Christus kan de werkelijk nieuwe levensstijl geboren worden. Dan gaan we ons niet beroemen op ons bezit, maar met een ander erfdeel. Een voortdurend gebed is en blijft echter noodzakelijk:
„Geef dat mijn oog het goed aanschouw" (Ps. 106) en „Leer mij, o God van zaligheden mijn leven in uw dienst besteden" (Ps. 143)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 29 juli 1977
Daniel | 20 Pagina's