CHRISTEN-ZIJN IN DE VAKANTIE
Na veel sparen, plannen maken, afspreken en organiseren is het dan eindelijk zover: We gaan weer met vakantie. De jaarlijkse grote volksverhuizing komt weer op gang. Voor enkele weken zijn de meeste Nederlanders niet thuis en niet op het werk en komen ze liefst niemand tegen die met hen over „het werk" begint ook. We willen er tenslotte eens helemaal uit zijn, nietwaar? Daarom gaan we niet als verpleegster op vakantie, of als student, of als kleuterleidster of als bouwvakker, maar gewoon als Kees, Els of Tiny etc. Alleen een ding kun je niet schrappen, en daarover gaat het nu net in dit artikel: het christen-zijn.
Nou, zegt iemand, maak mij eens duidelijk wat vakantie met je christen-zijn te maken heeft. Is er dan verschil tussen een christen en een niet-christen als ze een fietstocht maken, of zwemmen of zomaar genieten van de zon? Ja! Dat duidelijk maken is o.a. mijn bedoeling.
Een ander zegt: Christen-zijn in de vakantie? Dat is toch logisch? O ja? Dan vergis je je toch. Christen-zijn heeft niets met logica te maken. In de eerste plaats omdat christen-zijn ons van nature niet ligt (lees maar wat het betekent vgl. de H. Catechismus) en in de tweede plaats omdat wij — ook als we de naam christen dragen, allemaal stukjes van ons leven voor onszelf willen reserveren. Dus logisch is het niet. , nee dat is het niet.
Vakantie-tijd
Ik ga het nu niet hebben over de noodzaak van vakantie. Ik ga er op dit moment maar van uit dat velen van ons een bepaalde tijd van het jaar vakantie hebben. Vakantietijd. En dat is gekregen tijd. Van God gekregen tijd. Genadetijd! Met de Bijbel in de hand kan ik er geen betere naam voor bedenken. Of jij wel? Maar je voelt wel dat dit meteen een geweldige ernst geeft aan ons onderwerp. Niet alleen kerktijd of catechisatietijd of tijd voor bijbellezen en gebed is Gods tijd, nee vakantietijd evengoed. Net als werktijd.
Natuurlijk mogen we blij zijn dat we vakantie hebben. Dan kunnen we na alle inspanning ons eens ontspannen en na alle zwoegen eens heerlijk genieten. Dat hebben we hard nodig, vooral om geen slaaf van het werk te worden. (Al blijft in dat opzicht de zondag dé rustdag, vergeet dat nooit!)
Natuurlijk mag je in zekere zin die tijd best „je eigen tijd" noemen. Vanzelf! Niemand deelt d.ie vakantietijd voor je in. Dat geeft juist iets aparts aan de vakantiedagen. Maar en dat mogen we niet vergeten: uiteindelijk blijft het Gods tijd en — omdat het voor mijn hele leven geldt daarom geldt het ook hier: de vermaning en de verplichting om de Heere te dienen. Onder deze verantwoordelijkheid staat ons leven, niet alleen omdat wij Gods schepselen zijn, maar meer nog omdat wij „door de doop vermaand en verplicht" zijn tot een nieuwe gehoorzaamheid (zie Doopsformulier). Daarom. En daar kan niemand onderuit!
Hoe dan?
Ja, hóe dien je de Heere in je vakantie? vraagt wellicht iemand. U kunt dat! allemaal wel zo mooi zeggen, maar wordt nu eens konkreet. Ik zal het proberen. Alleen: een lijst van wat wel en niet mag geef ik niet. Zulke lijsten zijn al zo vaak gegeven (en veranderd). Ze leveren ook het gevaar op van „de buitenkantschristen", die uiterlijk keurig in het straatje loopt, maar zijn eigen boze hart gehouden heeft. Terwijl de Heere juist op het hart let. Hij vraagt allereerst ons hart als een hart dat door Gods Geest vernieuwd Hem liefheeft, Hem kent en Hem prijst. Zonder zo'n hart mogen we niet leven, en dus ook geen vakantie houden.
Genieten van (noem maar op: de natuur, de rust, een stuk kunst, de ontmoeting met mensen b.v.)? Jawel, maar opdat ik uiteindelijk de Heere ervoor dank als een mensenkind dat verwonderd is over de meest simpele dingen (wat is eigenlijk simpel? ) die hij van God krijgt. En ook opdat ik straks als een uitgerust, fris mens weer aan de slag kan in mijn goddelijk beroep. Dan kan vakantietijd — hoe verschillend je die ook doorbrengt: aan het water, in de bergen, op een kamp, in je tentje — een tijd worden waarin je eens tot jezelf komt en tot de Heere komt.
Moeilijk? Wat dacht je. Wij willlen toch altijd ons eigen leven leiden, waar of niet? Goed, de Heere kan een stukje krijgen — we zijn tenslotte bij de Schrift opgevoed — maar heel ons leven? Al onze tijd? Nee, dat vinden wij wel wat te „zwaar". Met alle gevolgen van dien. Ik zal er een paar (hele duidelijke natuurlijk) noemen: Theo is 20 jaar oud en bouwvakker. Tussen zijn maats durft hij als jongen van de Ger. Gemeente al niet goed op te vallen. Hij vloekt wel niet, maar een schuine mop en een gesprek over de zondagse voetbalwedstrijd kunnen er wel mee
door. Terwijl hij op d.e vereniging ook wel vindt dat er veel dingen zijn die je op zondag niet behoort te doen. Op de vereniging verloochent hij zijn opvoeding niet. Maar in de vakantie neemt hij het er eens van. Dan duikt hij rustig een bar in en drinkt en danst (zo goed en zo kwaad als 't kan), met alle gevolgen van dien.
Of Annet. Ze ging, op aanraden van de ouders naar een zomerkamp. Liever had ze met vriendinnen op pad gegaan, maar dat mocht niet, en met het gezin mee wou ze ook niet. Nou, de kampleiding heeft het geweten: 't Was haar vakantie en zij zou weten wat zij deed. Konstant lag ze dwars en sleepte anderen nog mee ook. Bijbelstudies? Waardeloos. Museum? Ouwe troep. Lezing? Zware praat. En zo gebeurde het dat meisjes die Annet kenden van de vereniging en school niet wisten hoe ze 't hadden. Was dat Annet?
Ja, zo gaat het als we stukjes tijd voor onszelf reserveren. Dan gaan we thuis elke zondag 2x naar de kerk, maar gaan in de vakantie naar plaatsen waar we niet horen. Dan zijn we thuis fel tegen t.v., maar in het zomerhuisje waar er een staat slaan we geen programma over (niemand ziet het toch? ).
Zo dus niet?
Nee, zo niet. Alsof er stukjes tijd zijn waarin Gods geboden niet meer gelden. Dat kun je zwaar gepraat vinden. Mij best. Maar weet je wat de Heere dan van jou zegt: Ik zal je uit Mijn mond spuwen, omdat je noch koud noch heet bent!
Ik dacht in alle bescheidenheid dat ons christen-zijn verplichtingen meebrengt. Dat valt vanuit Góds Woord te verdedigen. Vandaar een paar punten:
1. Voor een christen is de vakantietijd niet 't een en 't al. Ik bedoel dit: dat je krom ligt voor een dure vakantie óf dat je beroep een noodzakelijk kwaad wordt omdat het gaat om wat daarna komt: salaris en vakantie. Ik mag als christen niet het hele jaar laten „draaien" om een paar (soms peperdure) vakantie weken.
2. Als christen zul je toch op dingen moeten letten waar een ander niet op let. Je kunt in je dagelijks leven toch zeker niet zonder de stille tijd van bijbellezen en gebed? Zo ja, dan moet dit te realiseren zijn. Zoek naar zo'n tijd. Je mag dit in de vakantie toch niet voor een paar weken laten schieten?
Zo kun je ook niet om de vraag van de zondagsviering heen, hoe vreemd de mensen op de camping je misschien ook zullen vinden en hoe anders misschien de kerkdienst er (in het buitenland b.v.) uitziet. Of neem je het ook op dit punt niet zo nauw omdat het toch vakantie is?
3. Dat brengt me op een volgend punt: Schaam je er niet voor je eigen stijl te bewaren. Zonder ophef, maar wel duidelijk. Dan moet je wel eens alleen staan maar is dat zo erg? Wie werkelijk christen is vindt toch de geboden van zijn Meester niet zwaar? En we mogen Hem ook bidden om kracht om overeind te blijven als je merkt dat je telkens weer struikelt.
Prettige vakantie!
Dat wens ik jullie toe, wat je ook gaat doen: wandelen in de bergen, luieren in de zon, bezoeken van musea, varen op de Rijn of anderen een fijne vakantie bezorgen. Ieder op zijn eigen wijs tenslotte. Hoewel De Heere geeft de toon van ons leven aan. Dat zagen we. Daar kunnen jij en ik niet meer onderuit. En daarom: Begin met gebed, volhard in gebed, jezelf en alle dingen in de Hand van de Heere overgevend.
Houd Gods Woord als dè reisgids. Schaam je het evangelie niet. Dankt de Heere, ook voor zoveel dingen in de vakantie. En vergeet de ander niet, die je ontmoet of achterlaat. En vooral: leer ook deze dagen tellen. Want wie dat leert — al zijn dagen tellen — die is wijs geworden door de Heilige Geest. Die leert ook die ene dag tellen: Grote Verzoendag, toen de Heere Jezus stierf voor goddelozen. En Die leert ons ook uitzien naar dè Dag, en wel de Dag van onze Heere Jezus Christus, waarbij alle dagen in het niet vallen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1977
Daniel | 20 Pagina's