JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

KEES HOUDT TOCH VOL! (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

KEES HOUDT TOCH VOL! (2)

6 minuten leestijd

Jullie behoeven die schuit niet te volgen, maar je rijdt regelrecht naar het huis van Baks en wacht daar op nieuwe orders. Nee, niet de grote wagen, neem de Daf maar. De laatste vier, " vervolgt hoofdinspekteur Van Vliet, „stellen zich op langs de weg, die Baks terug moet nemen, voor 't geval hij ons op de kade ontsnapt." De mannen repeteren hun opdracht nog enkele keren en de jacht op drughandelaar Baks kan beginnen.

Maar Klaas reageert niet.

Diezelfde avond, waarop de jacht op de drughandelaar is begonnen, loopt Kees met een grote stroom mensen de brede deuren van het grote ziekenhuis door. „Kamer 18" herhaalt hij zacht voor zich heen. Hij is een beetje zenuwachtig. Hoe zou het met Klaas zijn? Hij schijnt heel erg ziek te zijn. Stijf houdt hij het blikje met vruchten, dat hij voor zijn klasgenoot heeft gekocht, in zijn hand. O, hier is het. Zacht duwt hij de deur van de ziekenkamer open. Klaas ligt alleen op een kamertje. Zijn vader en moeder zijn ook op bezoek. Ze knikken Kees vriendelijk toe. Kees weet niet wat hij zeggen moet. Hij is zo geschrokken. Klaas ziet er zo vreemd uit, mager, heel erg mager en zo wit, zo vreselijk wit. Het is net of hij niet meer leeft. Zijn ogen staan een beetje open, maar je merkt zo, dat hij niets ziet. Verlegen komt Kees wat dichter bij het bed. „Is, is hij erg ziek? " vraagt hij zacht. Meneer van Houten knikt. „Ja, Kees, Klaas kan niet meer beter worden heeft de dokter gezegd. We zijn erg blij, dat je hem komt opzoeken. Zeg jij eens wat tegen hem. Misschien herkent hij je stem. „Dag Klaas, " probeert Kees. Z'n stem klinkt zo vreemd. „Je moet de groeten hebben van de klas hoor. Ik heb ook wat voor je meegebracht. Hier is het." Kees zet het blikje op het nachtkastje. Maar Klaas reageert niet. „Ik, ik ga maar weer, " zegt Kees, als het enkele minuten heel stil is geweest, „het beste hoor, " voegt hij er onhandig aan toe. Zacht trekt hij de deur van kamer 18 achter zich dicht. Is het dat nou? Word je zo, als je aan drugs verslaafd bent? En Klaas is pas 14 jaar. De jongens op school zeggen, dat je het gerust kunt proberen. Als je zo'n jaar of twintig bent dan moet je ophouden, dan is het pas gevaarlijk. Als je dan toch doorgaat kun je niet ouder worden dan dertig jaar. Hij zal het straks eens aan vader vragen, die weet er wel meer van. Die avond duurt Kees' gebed langer dan anders. „Heere wilt U voor Klaas zorgen en voor zijn vader en moeder en voor alle mensen, die drugs gebruiken, Amen."

„Nee zeggen, alleen als de Heere helpt".

„Vader, " roept Kees, als hij de krant uit de gang heeft gehaald, „er is een heleboel heroïne in beslag genomen." Meneer van Weelden, die boven even een ander pak heeft aangetrokken komt de trap af. „Ik ben niet doof, jö, " zegt hij lachend.

Maar Kees luistert niet, hij leest

het verslag van de vondst met grote aandacht, , , 't Zat zomaar in plastic zakken, vader. En ze hebben de handelaar ook te pakken. Drughandelaar B. staat er." , , Leg die krant maar eens weg Kees en kom eens hier zitten, dan zal ik je eens wat vertellen." Vader begint bij de opdracht, die ze kregen. , , En toen hebben we hem ingerekend, jongen. Hij kon geen kant meer uit. De mannen van de motorboot ook niet." Met open mond zit Kees te luisteren. Vader vertelt het veel spannender, dan dat het in de krant wordt beschreven. „Er is nog geschoten, maar gelukkig werd er niemand geraakt, " vervolgt meneer Van Weelden. „Kees, je hebt gezien, hoe gevaarlijk het is om het te gaan proberen.. Je bent bij Klaas geweest. Nee, je hoeft geen dertig jaar te zijn om te kunnen sterven aan het gebruik van drugs, m'n jongen. Het begint allemaal zo onschuldig. Eén sigaretje, één stickie, wat geeft dat nou. Maar 't komt van kwaad tot erger, straks kun je er niet meer buiten. En als de drughandelaar, zoals meneer Baks er één was, dat merkt, zal hij wat heroïne in de sigaretten doen. En voor je het weet heb je niet genoeg meer aan dit beetje. Dan komt de injektiespuit en als God het niet verhoedt, kun je nooit meer terug." Kees huivert even. „Nee zeggen, als de verleiding komt, kun je alleen als de Heere je helpt, Kees. En volhouden om nee te blijven zeggen lukt alleen, als je luistert naar Zijn Stem."

Als je Klaas nog wilt bezoeken, stel het dan niet uit.

„Jongens, als jullie Klaas nog wilt bezoeken, stel het dan niet uit, hij is heel erg ziek." „Het blijft even stil in 2b. Een paar jongens kijken verstolen naar Kees. Ze weten, dat hij Klaas regelmatig heeft opgezocht in het ziekenhuis. Ze weten ook hoe het is gekomen, dat Klaas ziek geworden is. En ze denken aan die avond bij Arie. Daar hebben ze Klaas zien liggen, versuft en verdoofd in de stoel. Arie is niet meer op school. Hij is verhuisd en zijn vader zit in de gevangenis. Er is die dag geen enkele leraar, die hoeft te waarschuwen in klas 2b.

„Hoort des Heeren Woord".

Het is een week later. Op de oude begraafplaats met zijn hoge bomen en verweerde grafstenen staat, temidden van vele mensen, een groepje schooljongens. Sommigen van hen staren voor zich uit op de grond, een paar hebben moeite hun tranen in te houden. Enkele minuten geleden hebben ze hun klasgenoot begraven. Nu luisteren ze naar de laatste woorden van de dominee. Hij heeft eerst de ouders en de twee zusjes van Klaas toegesproken. Nu richt hij zich tot hen. „Jongens, wat een roepstem. Durf toch nee zeggen. Satan is zo listig. Hij fluistert je toe: „Probeer het eens. Eén keertje maar." Denk toch niet het in eigen kracht te kunnen. Verbeeld je niet beter te zijn en sterker dan je overleden klasgenootje. Toe, hoor des Heeren Woord en zeg: NEE! Niet in eigen kracht, dat lukt nooit. Je kunt het alleen in en met Hem, Die nee zei, toen de duivel Hem probeerde te verleiden.

Met grote spanning luistert Kees naar de woorden van de predikant. In zijn hart welt een diepe dankbaarheid op. Hij hoort niet meer wat er nog gesproken wordt. Ondanks alle droefheid rondom hem, komt er een wonderlijke blijdschap in zijn hart. „Dank U Heere, dat ik nee mocht zeggen, dat ik vol mocht houden om nee te zeggen. Daar hebt U voor gezorgd."

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1977

Daniel | 20 Pagina's

KEES HOUDT TOCH VOL! (2)

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 1 juli 1977

Daniel | 20 Pagina's