JBGG cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van JBGG te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van JBGG.

Bekijk het origineel

HET KIND MARJON

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

HET KIND MARJON

10 minuten leestijd

Marjon stond voor de spiegel in de gang en kamde met langzame bewegingen héiar haar. Ze wachtte op Frans, haar vriend sinds enkele weken. Ze zou samen met hem naar de zang gaan en haar ouders hadden gevraagd om Frans na afloop van de zang mee naar huis te nemen om kennis te maken. „We willen graag weten met wie je omgaat", zeiden ze.

De kamerdeur zwaaide open en haar broer Piet liep de gang in, geen erg hebbend in z'n zus. Hij wist op 't laatste ogenblik een botsing te voorkomen. „Sorry, ik kijk de kleintjes over het hoofd". „Bij die kategorie hoor ik niet meer thuis", repliceerde Marjon bits. Piet grinnikte onverstoord. „Da's waar, je hebt een vriend. Je bent de kinderschoenen aan 't ontgroeien". Kwaad keek Marjon h£ar broer aan. Je wist met Piet vaak niet waar je aan toe was. Met een stalen feezicht kon hij je ertussen nemen. De kinderschoenen aan 't ontgroeien! Ze droeg notabene maat 40 tot haar grote verdriet. „Hoe kom ik toch aan zulke schuite^i? " jammerde ze eens, waarop haar moeder haar terecht wees: „Kind, wees dankb dat je gezonde voeten hebt, waarmee je kunt lopen, hollen, springen". En Piet troostte: „Altijd makkelijk. Ik heb 41. Als je onverwacht eens uit moet en je schoenen zijn bij de schoenmaker, kun je de mijne lenen. Heb je zeker geen kans op zere tenen". Soms betaalde Marjon hem met gelijke munt, andere keren maakte ze zich er kwaad om. Waarom behandelde Piet haar altijd als een kind? Ze was

tenslotte bijna 18! Moeder kwam nogal eens tussenbeide, 't Gebeurde wel meer dat Piet en Marjon elkaar in de haren zaten, meestal figuurlijk, soms letterlijk. „Kinderen toch", maande moeder dan hoofdschuddend. Vreemd, het was pas sinds een half jaar dat Piet en Marjon nogal eens onenigheid hadden. Haar ouders gisten naar de reden. De leeftijd? De groei naar volwassenheid? Vader tilde er niet zo zwaar aan. , , 't Gaat vanzelf weer over. Ze maken ruzie, maar kunnen elkaar toch niet missen". Moeder had een gesprek met haar kinderen. „Marjon is kinderachtig. Ze moet maar tegen een plagerijtje kunnen, " zei Piet. Marjon had er bijgezeten, stuurs en zwijgzaam. Hoe kon ze de werkelijke reden vertellen? Piet zou haar waarschijnlijk uitlachen en aan moeder durfde ze het niet te vertellen. Ze wilde zo graag als volwassene behandeld worden en Piet kleineerde haar (in Marjons ogen althans) in 't bijzijn van anderen en deed altijd nog alsof ze zijn kleine zusje was. 't Ergste vond ze het als Piet zo deed als z'n vriend Marius er was. Jarenlang zag ze Marius alleen als de vriend van Piet. Wanneer dat veranderd was wist ze niet meer. Vooral door Marius wilde ze als een volwassene benaderd worden. Ze wilde zo graag dat Marius haar als „vrouw" zou zien. Maar hoe was dat mogelijk als Piet haar als een klein kind bleef behandelen? 't Gevolg ervan was dat ze haar spontaniteit verloor. Nam niet meer, zoals voorheen, aktief deel aan de gesprekken, bang dat men haar mening niet zou aksepteren. In 't bijzijn van Marius werd ze gesloten. Luisterde wel met intense aandacht naar de gesprekken. Onbegrijpelijk vond ze het nu, dat ze Marius wel eens saai genoemd had. Ze dacht aan de woorden van haar ouders, die ze eens opgevangen had. „Een fijne knul, een serieuze vent op wie je aankunt". En toch probeerde ze die gedachte weg te duwen. Deed alsof Marius haar niet in 't minst interesseerde. Met Loes, haar vriendin, had ze het wel eens over hem en Piet. Lachte een hoog lachje toen Loes haar vroeg of de „heren geen verkering hadden". „Voor zover ik weet niet. Mij viel laatst de eer te beurt uit te mogen met hen. Naar een orgelkoncert, ik knusjes tussenin". Ze vertelde niet aan Loes, hoe ze naar die avond uitgezien én er tegenop gezien had. Loes met haar ongekompliceerde karakter zou dat toch niet begrijpen. Sinds enkele maanden was Loes haar los-vaste vriendin, die ze ontmoet had in 't kindertehuis v/aar ze werkte. Ze had haar ouders verteld over haar en Loes een weekend meegebracht. Nog voor ze enige reaktie kreeg van haar ouders kwam Piet met z'n kommentaar. „Een aardig kind, maar weinig diepgang". Woedend was ze geworden. Waar bemoeide hij zich mee. Wat wist hij van Loes? Hij kende haar toch niet zoals zij haar kende? Ze liet Piet staan zonder op z'n uitlating te reageren. Met moeder had ze later een lang gesprek over Loes. Vertelde haar over het gezin waar Loes in opgroeide. „Ze wil wel anders moeder, maar is het niet gewend om over ernstige dingen te praten. Bij haar thuis is het zo oppervlakkig". „Wees lief voor haar en breng haar maar vaak mee", was moeders reaktie. Loes werd ook lid van de zangvereniging. Ze zong graag en goed, maar zei, na afloop van de eerste repetitieavond die ze bijwoonde: „Als 'k thuis de liederen zing die we hier leren, lachen ze me in m'n gezicht uit. Nou ja ". Ze haalde haar schouders op. „Misschien doe 'k het toch wel een keer". Enkele weken later vertelde ze, met een vaag verwonderd gezicht: „Zonder dat 'k het wist, heb ik oma een groot plezier gedaan, 'k Zong, niet met een speciale bedoeling, 't ging eigenlijk zonder erg. Van vader kreeg ik toegesnauwd: „Hou alsjeblieft op met dat geblèr." Oma, die enkele dagen bij ons gelogeerd was, had er van genoten. „Wat een bekende klanken zijn dat", zei ze. Ze had tranen in haar ogen. Vroeger ging ze naar de kerk, nu komt ze er af en toe nog eens, net als mijn ouders."

Op de zang maakten ze nogal eens een praatje met twee jongens, Frans en Leen. 't Zag er naar uit, dat Marjon haar vriendin kwijt zou raken, want Leen toonde méér dan normale belangstelling voor Loes. Jammer, vond Marjon, want nu ze haar beter leerde kennen, kwam Loes „los" en hadden ze veel fijne gesprekken samen. Loes was helemaal niet zo oppervlakkig, als ze zich tegenover anderen vaak voordeed. Tegenover Piet en Marius deed ze alsof ze een echte „luchtharttreur-niet" was. Of ze door die schijnhouding heenkeken? Leen deed dat in ieder geval wel.

Marjon was jaloers op haar vriendin. Loes ging slechts enkele weken op de zangen had een vriend en zij, Marjon, bleef alleen. Ze nam dan ook graag de uitnodiging aan van Frans om een eind met de brommer te gaan rijden, 't Was voor herha-

ling vatbaar, vond ze en zo dacht Frans er blijkbaar ook over. Ze leerde Frans kennen als iemand die graag in 't middelpunt van de belangstelling wilde staan. Frans hield ervan een beetje stoer te doen. Marjon lachte hem er in haar hart om uit. Onwillekeurig vergeleek ze Frans met Marius. Marius die bescheiden was en naar wie toch geluisterd werd. De vriendschap met Frans laten schieten? Dat wilde ze ook niet. 't Was fijn om tegen anderen te kunnen zeggen: „Ik heb een vriend". Ze vertelde haar ouders over Frans. „Heb je serieuze plannen? " vroeg haar vader. Ze schudde wat aarzelend haar hoofd. „Nee, dat niet". Van 't gesprek met haar ouders wist Marjon vooral die ene zin goed te herinneren. „Echte vriendschap is een kostbaar bezit. Vriendschap is nauw verwant aan liefde. En met liefde moet je voorzichtig omgaan". En moeder vulde aan: „Liefde is een verbond tussen twee mensen. God hoort de Derde in dat verbond te zijn! Ze wist dat de vriendschap tussen haar en Frans erg oppervlakkig was, dat het nooit uit zou groeien tot liefde. God er in kennen? Nee, dat durfde ze niet. Frans ging wel naar de kerk: „Om m'n ouwelui te plezieren". Hij nam het leven niet zo ernstig. Marjon wist dat het beter zou zijn een einde aan de omgang met Frans te maken. Maar dan zou ze weer „kind" worden en dat wilde ze niet.

En nu zou ze vanavond aan Frans vragen om kennis te komen maken met haar ouders. Ze hoorde hem de straat inrijden. Riep door de dichte deur van de keuken, waar ze haar moeder wist: „Ik ga hoor. Tot straks". Frans was laat en ze had geen gelegenheid meer om hem de uitnodiging van haar ouders door te geven. Na afloop van de avond wees Frans met een uitnodigend gebaar naar de duozit van de brommer.

„Fijn een eind rijden Marjon, de polder in". Ze schudde haar hoofd. „M'n ouders willen graag kennis maken met je en hebben gevraagd of je vanavond komt". Verbaasd keek hij haar aan. „Bén je! 'k Dank je hartelijk. Stel je voor, dat ik op zicht zou gaan bij alle ouders van de meisjes waar ik wel eens mee uitga. Of dat ik ze allemaal mee zou nemen naar mijn ouders". „Maar m'n ouders stellen er prijs op, probeer dat te begrijpen Frans". Hij lachte hard. , , 't Jonge, loop jij nog zo aan 't lijntje mee? Wat een kind ben je nog!" Marjon had moeite zich te beheersen. „Goed, dan niet. Dan ben ik toch liever een kind dat haar ouders gehoorzaam is als die met een redelijk verzoek komen, dan dat ik er een levensvisie op na houd zoals jij. Dan is het uit tussen ons". „Zoals je wilt", zei Frans kort en reed met veel lawaai weg. Marjon keek over het inmiddels verlaten plein. Wat nu? 't Was minstens drie kwartier lopen naar huis. Haar ouders zouden ongerust worden. Ze diepte haar portemonnee op en belde vanuit een dichtbijstaande telefooncel naar huis. „Kan iemand me komen halen mama? Frans komt niet mee!" Moeders warme stem, die niets vroeg, maar waarschijnlijk wel iets, zo niet alles, van de situatie begreep. „Ja hoor kind". Wéér dat woord kind. Maar deze keer ergerde het haar niet, was ze er zelfs blij mee.

Ze liep de lange weg op, die naar huis leidde. Lette scherp op of ze een bekende auto zag naderen. „Marius", zei ze enkele minuten later toen de auto naast haar stopte, verwonderd. „Je vader en Piet waren niet thuis, dus vroeg je moeder of ik je wilde halen", verklaarde hij. In de auto vertelde ze. Liet alle reserve varen. „Ook al zit je nu niet op de duozit van een brommer, je bent toch met een jongen op stap", plaagde Marius. „Met jou is 't anders", zei ze zacht. „Ja? " vroeg hij. Iets in z'n stem deed haar opkijken. Even was ze gevangen in z'n blik, wendde toen verlegen het hoofd af. „Met jou ben ik wel eens meer weggeweest" zei ze, om de stilte te verbreken. „Ja, als Piet z'n zusje, maar ik wil zo graag eens met Marjon zélf uit." Ze durfde hem niet aan te kijken, omdat ze een vlammend rood omhoog voelde kruipen. In haar hart groeide de blijdschap en verwondering voor dit onverdiende geschenk. Juichend klonk haar stem: „Graag". Ze keken elkaar aan en beseften iets van het kostbare van vriendschap, van vriendschap die tot liefde uit zou groeien. En beiden wisten dat dit alleen zou kunnen als God „de Derde in het verbond zou zijn".

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1977

Daniel | 20 Pagina's

HET KIND MARJON

Bekijk de hele uitgave van vrijdag 3 juni 1977

Daniel | 20 Pagina's