CHRISTEN-ZIJN OF ....
tefan
mgs de stoffige dorpsweg slentert Sten Karoli traag naar huis, naar de de bouwvallige pastorie naast de rpskerk.
in handen, tot vuisten gebald, diep in broekzakken gestoken. Op zijn rug ngt de schooltas met zijn leerboeken, hriften en rapport,
efan is opgewonden, hij beeft van rontwaardiging en toch moet hij kalm ijven.
ït is oneerlijk van de onderwijzer, het zelfs gemeen, echt gemeen! Maar efan kan dat op school niet zeggen int dan zullen ze hem nog meer plan.
zullen hem treiteren als ze merken t hij zich diep gegriefd voelt door die > e cijfers.
j schopt het tuinhekje open. Met een ffe klap valt het weer achter hem : ht.
oge vezels uit het vermolmde hout atten in 't rond bij de klap.
tder Karoli die opzij van de oude storie in de fruitboomgaard aan 't ; rk is, hoort de ongewoon harde klap larmee het voorhek dichtvalt,
ie doet daar zo wild met het hek? is immers geen nieuw hout voor reratie dus moeten ze uiterst voorzichmet alles omgaan,
j ziet Stefan langs het huis lopen, der Karoli ziet direkt aan de houig van Stefan dat er iets aan de hand Langzaam, trede voor trede, daalt hij gammele ladder af en vraagt opwekt: „Zo jongen, hoe ging het vanag op school? "
efan blijft naar de grond staren en N OF •»• • sehe een kluit aarde uit het gras tegen de dichtst bijzijnde boomstam.
De droge aardkluit spat tegen de boom in brokken uiteen.
Vader Karoli kijkt onderzoekend naar zijn zoon en vraagt: „Had je goede cijfers op school Stefan? "
De jongen bijt op z'n lippen. Tranen prikken in zijn ogen. Snel draait hij z'n hoofd opzij zodat niemand het zal zien, maar vader Karoli merkt het wel.
Stefan voelt vaders hand met stevige druk op zijn schouder terwijl de vriendelijke stem zegt: „Was het vandaag moeilijk jongen? Je kunt mij toch alles wel vertellen."
Dankbaar voor vaders belangstellingvertelt hij: „Ik kreeg lage cijfers! De onderwijzer zegt dat ik niet naar het atheneum kan gaan. Mijn cijfers zijn niet voldoende."
„Zó , hoe komt het dat je cijfers te laag zijn, heb jij je lessen niet goed geleerd? "
„Ja vader, u weet hoe goed ik mijn lessen kende. Er waren bijna geen fouten in m'n repetities en toch krijg ik zulke lage cijfers op mijn rapport."
„Wat denk je er zelf van Stefan, waarom krijg jij lage cijfers? " vraagt vader Karoli, terwijl hij zijn zoon meelevend aankijkt.
„De onderwijzer vroeg wie er gisteren naar de kerk was geweest. Ik was de enige uit de hele klas. Toen moest ik voor de klas komen. Hij zei dat ik onnozel en dom was om te geloven wat in de Bijbel staat. Het is ook dom om naar de kerk te gaan, vooral voor jongens die willen studeren, zei hij. De klas mocht mij uitlachen en toen gaf
hij mij expres lage cijfers voor een les die ik heel goed gemaakt had.
Hij wilde mij ook laten beloven dat ik zondags niet meer met u naar de kerk zou gaan, maar dat deed ik niet.
Toen zei hij: „Voor jongens zoals jij, is in ons land géén toekomst!"
Stefan slikt een paar keer om de brok uit z'n keel weg te krijgen.
Pijnlijk getroffen door de woorden van de onderwijzer vraagt vader Karoli: „Waar is dat beschreven, dat er voor zulke jongens geen toekomst is? "
Stefan kijkt zijn vader vragend aan. „Waar staat dat geschreven Stefan? " herhaalt hij zijn vraag.
„Dat weet ik niet, maar de onderwijzer zei het, " antwoordt de jongen.
„Oooh ! Kom jongen, ik heb je hulp nodig, en vanavond praten wij samen nog eens over jouw toekomst. We gaan nu eerst naar de schuur het kippenhok aftimmeren, " zegt vader Karoli.
Achter de 80 jaar oude pastorie is een kippen-en varkensschuur.
De eieren en het varkensvlees voorzien in een eerste levensbehoefte van het predikantsgezin.
Het salaris dat de dominee van de staat ontvangt, is zo laag dat ze er niet voldoende voedsel van kunnen kopen.
Daarom moeten ze wel wat dieren houden en een groentetuin hebben voor voedsel voor eigen gezin, maar tegelijk ook voor de bepaarden in de gemeente, die te oud zijn om er zelf voor te zorgen. Er is deze middag voor dominee Karoli nog heel wat werk te doen.
Nadat het kippenhok klaar is, gaat hij met Stefan in de groentetuin van een bejaarde man en vrouw uit hun gemeente onkruid wieden, aardappelen rooien en groente snijden.
Zo wordt een deel van het diakonale werk in. een christengemeente achter het IJzeren Gordijn gedaan.
Als ze weer thuiskomen en Stefan de kippen gaat voeren, roept hij geschrokken: „Vader, de broedkip ligt dood in het hok. Hoe moet dat nu met de eieren? "
Vader Karoli staart teleurgesteld naar het nest.
Hij had zo gehoopt op een nieuwe koppel kuikentjes, die volgend jaar als jonge kippen weer voor eieren zouden zorgen.
En nu is de broedende kip dood, dat is erg heel erg!
Bij de avondmaaltijd als dominee Karoli aan tafel bidt, vertelt hij aan de Heere ook zijn zorg over de eieren nu niet uitgebroed kunnen worden, vraagt Gods hulp, ook voor deze zoi Ze kunnen de eieren niet missen in g meente en gezin.
Binnen een paar uur komt iemand de gemeente aan de pastorie met ei broedse kip.
Hij vraagt of de dominee die soms k; gebruiken.
Stefan loopt met z'n vader mee na de schuur om de kip daar te brenge De broedse kip scharrelt wat rond h nest met eieren en gaat er na enke minuten met gespreide vleugels op zi ten broeden. „De Heere heeft onze zo over de eieren gezien en ons gebed ve hoord, " zegt dominee Karoli dankbaj Als die avond het kleinvee verzorgd zit Stefan met zijn vader en moeder de eenvoudige huiskamer van de ou pastorie.
„Ik wil eens met je praten zegt dominee Karoli. jonger
„Je bent nu 12 jaar Stefan en we zo den graag willen dat jij naar het ath neum zou kunnen gaan. Maar je we dat alleen jongens met cijfers van 7 hoger, toestemming krijgen om rn| staatssubsidie verder te studeren.
De onderwijzer heeft tegen jou geze§ dat voor jongens zoals jij, die met hi ouders naar de kerk gaan, in dit lai geen toekomst is.
Hij bedoelt daarmee, dat er geen to komst is met een goed betaalde funkl in deze maatschappij van een komm nistische staat.
Maar onze toekomst, ook jouw toekom ligt in Gods hand.
We moeten nu een keus voor jou do en wc bidden de Heere God dat jou kracht wil geven Hem en Zi Woord te kiezen.
Dat betekent dus, wel naar de ke gaan en daardoor lage cijfers krijge Je zult voorlopig niet naar het ath neum kunnen gaan. Dat vinden wij he jammer, maar ook jouw toekomst is Gods hand.
Hij kan jou later helpen een univen teitsstudie zelf, of met hulp van vrie den te betalen. Bij de Heere is niets o mogelijk.
Voorlopig ga jij naar de technisc school om daar een goede vakman worden.
Wees moedig als je uitgelachen woi op school. Denk er steeds aan w de Heere Jezus gezegd heeft in Luk 6 : 22: alig zijt gij, wanneer u de me
haten, en wanneer zij u afscheiden i smaden, en uw naam als kwaad vererpen, om de Zoon des mensen wil. erblijdt en verheugt u, want uw loon groot in de hemelen; want alzo heben zij vervolgd de profeten die voor u ? weest zijn. Matth. 5 : 10-12.
Kisvan
het dorp K , ergens achter het zeren Gordijn, staat dominee Bela et zijn zoon Kisvan bij ondergaande > n in de pastorietuin te praten. Kisvan )et een laatste poging zijn vader te ^ertuigen dat hij grote veranderingen i zijn leven wil.
ijn nieuwe vrienden hebben een goede erkkring bij een staatsbedrijf. Ze heb-; n een goed salaris, groot genoeg om • van te sparen. De meeste jongens ; bben nu een motor kunnen kopen.
aterdag gaan ze met elkaar een tocht 3 de motor maken naar een camping de bossen bij de Tirza rivier.
nt hij, Kisvan, is de enige die geen mor heeft; die niet mee kan; die er niet j hoort omdat hij bij een christengeeente behoort.
Vader, er is voor mij in deze maathappij geen enkele toekomstverwachig als ik me niet bij „de partij" aanuit."
Cisvan , " zegt de oude predikant ; rmoeid, „we hebben er al zo vaak ^er gesproken dat een christen een an-; re toekomstverwachting heeft dan ïld, eer en aards bezit.
ods Woord leert ons: Werkt niet om : spijs die vergaat, maar om de spijs, e blijft tot in het eeuwige leven." > h. 6 : 27.
nze toekomstverwachting is helemaal •richt op Gods genade en hulp, elke ig opnieuw, en op een leven van uwige bevrijding van alle tegenstan-; rs van het Evangelie. Een nieuwe : mel en aarde wacht ons, waar geen irecht meer is. De Heere spreekt ook indaag nog tot jou: „Mijn zoon, geef ij je hart!"
Is Gods genade en liefde in je hart oont, kun je van de wereld veel misn. Dat bezit van een motor en vriendhap van die jongens lijkt zo aantrekilijk voor jou, maar het is de gedaanvan de wereld die voorbij gaat.
et kan zo snel voorbij zijn!
st is als een schaduw die verdwijnt... 1 daarna ?
2 volgende dag is Kisvan onrustig, j heeft geen tijd om met zijn ouders aan tafel te eten. Haastig hapt hij zijn maaltijd in de keuken naar binnen. Als hij klaar is komt moeder Bela naast hem staan.
Bezorgd legt ze haar hand op zijn arm. „Kisvan , " zegt ze. Meer woorden kan ze niet spreken.
„Ik moet nu weg, " zegt hij gejaagd. Hij trekt zich los van moeders hand en gaat haastig de deur uit.
Moeder Bela kijkt hem na. Waar gaat Kisvan heen?
Op vrijdagmiddag als moeder Bela in de groentetuin aan het werk is, hoort ze het geronk van een motor.
Het geluid nadert de pastorietuin. Wat verbaasd kijkt ze op als iemand met zacht lopende motor het pad oprijdt en achter het huis stil staat.
Een schok gaat door haar heen. Ja, ze ziet het goed. Het is Kisvan, hun zoon. Kisvan met een nieuwe motor, hoe kan dat?
Als vader Bela thuiskomt van ziekenbezoek in zijn gemeente, ziet hij de motor achter 't huis staan.
„Moeder, van wie is dat? " vraagt hij bezorgd.
Ze stamelt alleen zijn naam: „Kisvan." Dominé Bela kijkt haar aan, diepe zorg ligt in zijn ogen.
„Och, Kisvan jongen, " fluistert hij. Ze praten er in huis niet over. Kisvan is druk in de weer om een reistas klaar te maken.
Morgen, zaterdag, zal hij met zijn vrienden per motor een fijne tocht maken naar de Tirzarivier.
Voor het naar bed gaan, als vader Bela naar gewoonte met zijn gezin uit de Bijbel gaat lezen, staat Kisvan op en verlaat de kamer.
Hij heeft nu geen tijd om er bij te blijven, zegt hij.
Kisvan beleeft de volgende dag voor 't eerst in z'n jonge leven een dag van volle vrijheid en genot, door de motorrit naar de camping. Een overmoedige blik gloeit die avond uit zijn ogen als hij zijn ouders en zusjes vertelt, dat dit de mooiste dag uit zijn leven was.
De volgende dag is het zondag. Dominee Bela is met zijn gezin klaar om naar de kerk te gaan.
Kisvan gaat naar buiten, start zijn motor om weg te rijden.
De ouders kijken elkaar aan met diepe bezorgdheid in hun ogen.
Moeder Bela gaat naar buiten. Weer legt ze haar hand op Kisvans arm.
„Jongen , het is Gods dag. Kom, we gaan naar de kerk."
Zijn antwoord is hard en koel: „Néé!" „Kisvan , wat ga je doen? " vraagt ze bevend.
„Ik heb mijn keus gedaan moeder. Voor christenen is hier geen toekomst, ik heb me aangesloten bij „de partij" (kommunistische staatspartij), dus ga ik nu niet meer naar de kerk. Dat kan niet samengaan.
We gaan vandaag naar een partijsamenkomst waar over onze maatschappelijke toekomst gesproken zal worden." Meteen start hij de motor en rijdt de tuin uit, op weg naar een nieuwe toekomst, zonder God en zonder godsdienst.
Het is deze zondag een droeve dag in het gezin van dominee Bela.
Kisvan is er niet, hij is niet naar de kerk geweest.
De dag gaat voorbij. Opmerkzaam luisteren de ouders in de avond of het geronk van een motor nadert. Ze wachten op hun zoon.
Het blijft stil op de weg, o zo stil. Waar blijft Kisvan ?
Kisvan zal nooit weer thuiskomen! Dit bericht verscheurt het hart van de ouders en zusjes.
Kisvan is op deze zondag, terwijl zi; vader in Gods huis preekte, met zi. motor geslipt en tegen een boom g reden.
Hij was op slag dood. De ouders schreien en verdriet bran in hun hart, omdat de jongen betuig had: „ik wil niet dat Deze Koning ov mij is "
Het droeve bericht van de plotselin^ dood van Kisvan Bela, dringt door de andere christengemeenten.
En elke christenjongen en - meisje u wijde omgeving, weet dat Kisvan zi motor had kunnen kopen door lid worden van „de partij" en daardo zich onttrok aan de kerkelijke gemeer te. Ze voelen voor zichzelf hoe vaa ook zij in hun jonge leven steeds we opnieuw voor de keus zullen komen staan: Christen zijn of lid van de pa tij God dienen of de wereld.
Een keus met een ontzaglijke uitwe king
Een toekomst met de gunst, besche ming en hulp van God de Heere, of een toekomst met de gunst van de sta£ een goede werkkring, bezit van ee motor of andere luxe voorwerpen d christenjongeren niet kunnen krijge en een toekomst zonder God.
Dan zal eens ook tot hen gezegd wo den, „ga weg van Mij, gij die niet g wild heb dat Ik Koning over u zij."
In de pastorie van dominee Karc wordt de Heere gebeden om geloof moed, hulp en kracht voor Stefan c op school steeds meer plagerijen mo ondervinden omdat hij met zijn oude naar de kerk blijft gaan.
Stefan mag op jonge leeftijd de vas keus doen om de Heere te dienen, wc ke beproevingen dat ook geven z maar ook dat geeft verwachting voor toekomst.
Want deze God is onze God; Hij is ons deel, ons zalig lot, Door tijd noch eeuwigheid te scheide Ter dood toe zal Hij ons geleiden.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 20 mei 1977
Daniel | 24 Pagina's