HOORDERS EN DADERS DES WOORDS
BONDSDAG +16
De zaal is vol als ds. Elshout op zaterdag 23 april om tien uur de bondsdag van de sektie +16 opent. De grote zaal van , , de Doelen" is feestelijk versierd met bloemen en biedt plaats aan meer dan tweeduizend jongeren.
. . . die deze Mijn woorden hoort . . .
Het openingswoord neemt ds. Elshout uit Mattheüs 7, waarin de gelijkenis van de wijze en de dwaze bouwer wordt beschreven.
Er zijn mensen die hun levenshuis op het zand bouwen.
Nu lijkt de zandgrond in het oosten precies op rotsgrond.
Slechts in storm en regen komt het openbaar, dat het bouwwerk geen fundament heeft. Het stort als een kaartenhuis in elkaar. De dwaze bouwers zijn wel hoorders van het Woord, maar zij horen alleen datgene, dat hun lijkt. Een eigenwillige godsdienst.
Maar er is een ander huis: Een wijs bouwer heeft, na lang zoeken, de rotsgrond gevonden. Vanzelfsprekend mogen we hierin een heenwijzing zien naar , , de Rots der eeuwen, Wiens werk volkomen is", n.1. Christus Zelf. Als bij dit huis de wind gaat waaien, blijft het huis staan. Ni omdat de struktuur zo goed is, nee, omdat het Fundament het hele gebouw vasthouc De Heere zcgene het gesprokene van deze dag, opdat we onszelf zouden onderzoeke , , Op welk fundament bouw ik nu eigenlijk? " aldus ds. Elshout.
Welkom wordt toegeroepen aan predikanten, ambtsdragers, deputaten, jeugdzoï afgevaardigden van zusterorganisaties e.a. Een dringend beroep wordt op de aai wezigen gedaan om de orde te bewaren; dit laatste niet zonder succes, zoals in h verdere verloop van de dag zal blijken. Prachtig!
Gewoontegetrouw wordt een telegram verzonden aan H.M. koningin Juliana, waan in de loop van de bondsdag antwoord wordt ontvangen. Staande zingen we h „Wilhelmus".
Hoorders van het Woord
In een boeiend referaat gaat ds. Kleppe verder op het thema in. Wat horen we Gods Woord vaak, zonder dat we beseffen, dat het God is, Die „in de gedaante van Zijn Woord in cle gemeente wandelt" (Calvijn). Prof. Wisse sprak van Gods Woord als van de „notulen van de Raad des vredes". Daarin legde God schriftelijk vast:
1. Zijn zorg voor Zijn eigen eer 2. Zijn zorg voor de zaligheid van verloren zondaren.
God heeft dat Woord niet verborgen gehouden. Hij heeft Zijn heil bekend gemaakt, Noach, Henoch, Mozes, de profeten en Christus Zelf, de grote Leraar der gerechtigheid. „Gaat dan heen in de gehele wereld, prédikende het evangelie!" Onder die prediking van dat Woord moeten wij ons getrouw begeven. Dat Woord wijst ons onze schuld aan; het wijst ons op onze verantwoordelijkheid. Maar ook wijst het ons op de enge poort die ten leven leidt. Op het leven door het kruis van Golgotha.
oe luisteren wij naar dat Woord? Kritisch luisteren mag! Jacobus, uit wiens brief t thema genomen is, zegt echter: „Ontvang met zachtmoedigheid het Woord " achtmoedigheid staat tegenover verkéérde kritiek. Het brengt ons op de knieën or God. Dat Woord veroordeelt ons. Maar het bemoedigt ook: „Zie het Lam Gods, at de zonde der wereld wegneemt".
„Uw Woord kan mij. ofschoon ik alles mis door zijne smaak én hart én zinnen strelen".
et Woord gaat voort
Na de koffiepauze luisteren we naar het koor van „De Driestar". Dit koor werkt verlgens mee aan het „klankbord", dat de gang van het Woord van God beschrijft.
e fakkel van Gods Woord, die door de geslachten wordt doorgegeven. Het Woord, aaruit de patriarchen leefden; het Woord, dat de profeten verkondigden; het Woord, t vléés werd! Het Woord, waarvoor de martelaren hun bloed gaven. Het Woord, t ons Nederland kerstende; het Woord, dat verdedigd moest worden tegen Rome, gen de Remonstranten; het Woord, dat gekoesterd werd door de mannen van Nare Reformatie en Reveil. Het Woord, dat ook nu nog tot ons komt. Het Woord, dat als een fakkel doorgegeven zal worden door de eeuwenlange rij van pelgrims, totdat de grote morgen aanbreekt!
„Wie zal op die grote morgen buigen voor die majesteit? Wie zal op die grote morgen vluchten voor die heerlijkheid? "
Deze regels, gezamenlijk gezongen, vormen het indrukwekkende slot van het klank-
bord, dat tot de hoogtepunten van de dag gerekend mag worden. Naar zijn inhou alleszins verantwoord en schriftuurlijk. En dan de stijlvolle vocale en instrumental omlijsting, die hier en daar haast synagogaal aandoet. Een waardige presentatie!
Daders van hel Woord
Jacobus eist nog meer in zijn zendbrief. We moeten niet alléén hoorders, maar ook daders des Woords worden. Het is de taak van evangelist Kwantes om tijdens de middagbijeenkomst daarover te spreken.
„Jacobus houdt ons de spiegel voor van de volmaakte wet van God", aldus de heer Kwantes. Van nature zijn we zo geneigd om even in die spiegel te kijken en gauw weer weg te wezen! Maar als we echt diep inblikken in die spiegel zien we daarin onze verlorenheid. Dan schrikken we van ons eigen spiegelbeeld. Dan leren we ons steeds meer als zondaar kennen.
Wat is nu „dader van het Woord" zijn? Dat Woord betrachten, in praktijk brengen; in je leven laten zien, dat God door genade Zijn werk in je hart heeft verheerlijkt. God zou ons rechtvaardig kunnen verdoemen. Daaronder mag Gods volk buigen. Maar juist in het hart van zulken maakt de Heilige Geest plaats voor Hem Die gekomen is om ons geruïneerde leven weer opnieuw op te bouwen. „De Kerk strompelt de eeuwen door, maar in het opstandingsevangelie staat een deur wijd open. Daar gaat die hele stoet van pelgrims door. Die deur staat in 1977 nóg open", aldus de heer Kwantes. Mocht het Woon tot ons gesproken, in daden worden omgezet.
Wat zijn die daden? Afzien van jezelf, de blik buiten jezelf slaan op Hem Die gezeg heeft: „Het is volbracht".
Zij die op de evangeliesatieposten door het Woord getrokken worden, gaan vanze" de wereld verlaten. Niet, dat daarin de zaligheid ligt, maar het zijn de eerst ritselingen.
„Inzien in de spiegel van Gods Woord is steeds blijven lézen in dat Woord", aldus d heer Kwantes. Bij het zalig worden wordt de mens geheel uitgeschakeld. Maar tege lijkertijd zo heerlijk opnieuw ingeschakeld. Door het geloof. Dat geloof is ons nodis In onze tijd wordt geprobeerd het Woord van God te ontkrachten, te ontmytholo giseren, maar: Zalig worden is en blijft een wonder, mogelijk gemaakt door de ver dienste van Christus.
Aansluitend op dit referaat improviseert Arie Keizer over psalm 56 : 5, waarbij we d kans krijgen het „Doelen"-orgel in al zijn glorie te beluisteren.
Zending in Nederland
Het is jeugdwerkleider J. H. Mauritz die nu op het podium komt, want we zijn van daag ook bijeen om te vernemen wat de opbrengst is geweest van de aktie „Zendin in Nederland", althans wat het +16-gedeelte betreft. Uit zijn inleidend woord blijk dat 80 % van de verenigingen aan de aktie heeft meegewerkt. Hoewel aktie voere natuurlijk nooit het eigenlijke doel van ons werk mag zijn, mogen we hierdoor toe helpen onze naaste in aanraking te brengen met het Woord van God.
En dan blijkt ineens, dat het „evangelisatiehuis" op het podium niet slechts als décc dient. De deur blijkt open te kunnen en uit het huis komen een twaalftal jongere van verschillende verenigingen; zij vertellen „elk op hunne wijs" wat er in hun woon plaats zoal voor de aktie gedaan is. Dat loopt uiteen van boeken verkopen tot auto
wassen, baby-sitten, spaarbussen plaatsen en gemeente-avonden beleggen. Bij het interviewen" wordt de heer Mauritz geassisteerd door de evangelisten Van Doovereert en Kwantes. Beiden hebben overigens ook zeker hun aandeel aan de aktie geroerd door her en der in het land spreekbeurten te houden.
In dan — als het huis eindelijk is „leeggelopen" — is het tijdstip daar dat we cijfers aan zien. De deelnemende jongeren ontrollen een lang vel karton, waarop (van chteren naar voren, jawel) het indrukwekkende bedrag zichtbaar wordt van 109.965, 32! Geen wonder, dat de penningmeester van de deputaten voor evangeliïtie, ds. A. F. Honkoop, zegt „verwonderd, verbaasd en verbouwereerd" te zijn. Boenal is hij buitengewoon dankbaar, vooral omdat mede door deze aktie, het evangesatiewerk meer bekendheid heeft gekregen bij onze jeugd en in de gemeenten. !n, als de kroon op de aktie, kan hij alvast meedelen, dat deputaten binnen enkele reken een evangelist hopen te benoemen voor het Noorden van ons land!
Die op het Woord verstandig let . . .
Fitgaande van Spreuken 16 : 20 spreekt ds. Mijnders een slotwoord. Tevoren heeft s. Elshout dank gebracht aan allen die zo'n bondsdag tot een hoogtepunt in het vernigingsjaar weten te maken. En natuurlijk is hij voldaan over de voortreffelijke rde die deze dag heeft geheerst. Een kompliment waard!
Die op het Woord verstandig let, die zal het goede vinden". Wij zijn van nature iet in staat om hoorder én dader des Woords te worden. Ons is de bede nodig: „Geef lij verstand met Godd'lijk licht bestraald. Het zou onze grootste blijdschap zijn als iQ deze bede ook van onze jeugd mogen horen", aldus ds. Mijnders. God geve ons cnade om op Zijn Woord verstandig te letten, dan zullen we het goede vinden!
'enslotte gaat ds. Mijnders voor in dankgebed. taande zingen we nog psalm 145 : 2, 6 en 7 en dan is ook aan deze bondsdag een inde gekomen.
Ve waren weer „hoorders des Woords" uilen we slechts hoorders blijven?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van vrijdag 6 mei 1977
Daniel | 20 Pagina's